RVC

Den Haag, Rijswijk
22-02-1915 - 30-06-1998

 RVC logo

De geboorte van R.V.C.

Lang, heel lang geleden toen de stoomtram nog door de Haagse straten daverde en een voetbalclub nog een footballclub heette werd RVC geboren. We schrijven 22 februari 1915.
Kort na het uitbreken van De Eerste Wereldoorlog durfde de drie jongemannen H.de Lusenet, W.Versteeg en H.Hardorff (+/-18 jaar) het om onder moeilijke omstandigheden om met enkele kameraden een clubje op te richten die zich zou gaan toeleggen op het steeds populairder wordende voetbalspel. Vervolgens werd er een oprichtings-vergadering belegd in Cafe “De Kroon” in de Boekhorststraat te Den Haag. Er werd gekozen voor de naam D.O.S.
De nieuwe voetbalvereniging mocht zich als buurtclub, omgeving Scheepersstraat te Den Haag, al spoedig in een grote belangstelling verheugen. Het eerste bestuur, bestaande uit B. Peeters, W.versteeg, H. de Lusenet, P. Brakke en L. Hardorff, zat dan ook niet stil en tal van spelers traden als lid toe. Enkele namen van deze spelers waren: A. Hardorff, Ch. de Lusenet, M. Martinius, P. Verver, B. Strik, W. Strik, Chr. Strik, Jaap Kieviet, Piet Kieviet, Chr. Kerkvliet, Kees de Graaff en Henk de Groot.

De eerste speelgelegenheid van D.O.S. werd de z.g.n. “Hooge Weide”, een terrein waar later de Vaalrivierstraat werd gebouwd. Reeds een week later speelde D.O.S. haar eerste wedstrijd tegen St. Wilhelmus uit Voorburg en won met 2-0.
Zoals gezegd koos men in eerste instantie voor de naam D.O.S, maar omdat er al een voetbalclub bestond met deze naam werd er nu noodzakelijk voor R.V.C. gekozen. R.V.C. stond voor Residentie Voetbal Club.

De jaren 1915 t/m 1919

De beginjaren van R.V.C. waren zeer succesvol. Het voorzitterschap kwam in handen van Ben Peeters die niet alleen een goed voetballer was, hij bleek ook over zeer bekwame bestuurlijke kwaliteiten te beschikken. Omdat er steeds meer spelers zich bij de club aanmeldde werd er al spoedig een tweede elftal geformeerd.
Al snel moest R.V.C. het terrein “Hooge Weide” alweer verlaten en verhuisde de club naar een terrein aan de Copernicuslaan te Den Haag.
R.V.C. speelde in het begin alleen maar vriendschappelijke wedstrijden maar omdat het eerste elftal van R.V.C.  in de vriendschappelijke wedtrijden, van zich had doen spreken, werd de club in het seizoen 1916-1917 door het bestuur van de toenmalige Haagsche Voetbal Bond bij keuze in de 2e Klasse ingedeeld.
In deze jaren waren de speelvelden nog geen modern, gedraineerd en met zorg onderhouden terrein. Het waren meer braakliggende gronden, bestemd voor de toekomstige stadsuitbreiding. Van belangstelling van de Gemeentebesturen voor de voetbalsport was in die tijd, op sporadische uitzonderingen na, nog geen sprake.
Bij aanvang van het seizoen 1917-1918 moest R.V.C. dus wederom verhuizen, ditmaal naar de locatie “Westduinen” bij Hanenburg.
Voor aanvang van het seizoen 1918-1919 volgde er de volgende verhuizing. R.V.C. trok samen met de voetbalverenigingen ADO en SVC naar het mooie complex in het Westbroekpark. Dit betekende dus voor R.V.C. de vierde verhuizing in 4 jaar tijd! Op dit complex begon R.V.C. te spelen met alweer vier seniorenelftallen.


Een RVC-gezelschap op het terrein in het Westbroekpark.

Voor het 1e elftal van R.V.C. braken vervolgens glorietijden aan. In het seizoen 1917-1918 behaalde men het kampioenschap van de 2e Klasse A HVB binnen en promoveerde hiermee naar de 1e Klasse. Het seizoen 1918-1919 daaropvolgend kon er wederom een kampioenschap gevierd worden, ditmaal van de 1e Klasse B van de HVB en deed het elftal hiermee zijn intrede in de 3e Klasse der N.V.B. (Nederlandsche Voetbal Bond).
In deze periode bij het Westbroekpark kwamen bij R.V.C. ook de jeugdelftallen (in die tijd aspiranten genoemd) naar voren. Enkele bekende namen van jeugdspelers bij R.V.C. in die tijd waren; G. Noordanus, Pim Swiebel en Henk de Jong.

De jaren 1920 t/m 1929

Het succesverhaal van het 1e elftal hield maar niet van ophouden want tot stomme verbazing van geheel sportlievend Den Haag werd R.V.C. in seizoen 1919-1920 ook nog eens kampioen van de 3e Klasse B van de NVB. Een ongelofelijke buitengewone prestatie want hiermee behaalde klom de club in 5 jaar tijd op van ongeorganiseerd straatvoetbal  naar de 2e Klasse van de Nederlandsche Voetbal Bond.


Een van de eerste foto’s van een RVC-elftal

Maar niet alleen het 1e elftal van R.V.C. maakte in het seizoen 1919-1920 furore! Ook het 2e- en 3e- elftal werden kampioen, respectievelijk in de 2e- en 3e Klasse van de HVB en promoveerden beide naar een hogere Klasse. Een waar gloriejaar dus voor R.V.C.
In het vijfde levensjaar van R.V.C. kwam de voorzittershamer in handen van Joh. Duiveman.
In het eerste jaar dat R.V.C.1 in de 2e Klasse van de N.V.B. uitkwam kreeg de club het gelijk moeilijk. In deze 2e Klasse, die in die tijd slechts één verdieping lager was dan het voetbal-walhalla van de jaren twintig, moest men o.a. de strijd aangaan tegen clubs als Unitas, Excelsior en DHC. Na twee beslissingswedstrijden werd er, zij het met minimaal verschil, verloren van DHC en zodoende degradeerde R.V.C. in 1921 alweer uit deze 2e Klasse. R.V.C. zou tot de jaren zestig meestal in de 3e klasse van de (K).N.V.B. blijven uitkomen.

In 1922 volgde er voor de club een volgende verhuizing. R.V.C. moest het Westbroekpark verlaten en vond nu een terrein aan de Laan van Meerdervoort. Er werd voor dit terrein een houten tent gekocht van de toen nog bestaande Rijswijkse Wielerbaan. Er was echter één probleem want vervoer per vrachtwagen bleek voor de club te duur uit te komen want R.V.C. had met financiële moeilijkheden te kampen. Voorzitter Duiveman kwam vervolgens met het idee om deze houten tent per schuit te gaan vervoeren. Zo gezegd zo gedaan en met Joh. Duiveman zelf aan het roer werd het houten clubgebouw overgevaren..
Eenmaal de hele tent weer opgebouwd besloot men op deze kantine met grote letters de schitterende spreuk: “VOETBALLERS, IN HET WAARACHTIGE BELANG ONZER MOOIE SPORT, BLIJF ALTIJD SPORTIEF” aan te brengen.

Grote teleurstelling heerste er nog steeds na de degradatie van het 1e elftal naar de 3e Klasse. De eerste taken binnen de club waren nu om ervoor te zorgen dat R.V.C. minstens een goede 3e Klasser zou blijven en zo mogelijk nog meer aandacht aan de jeugd te besteden.
In 1923 brak er binnen R.V.C. ook nog eens een periode van moeilijkheden aan. De club verkeerde in een crisis want de sfeer binnen de vereniging was niet best. Het R.V.C.-bestuur kwam bij elkaar en vond een algehele reorganisatie noodzakelijk. Tijdens deze vergadering vonden er bestuurswijzigingen plaats en maar liefst een 20-tal leden, welke volgens het bestuur het bestaan van R.V.C. ernstig ik gevaar hadden gebracht, werden van het lidmaatschap ontheven.

Zoals eerder al gezegd, bijna alle voetbalterreinen in die tijd waren meer braakliggende gronden, bestemd voor de toekomstige stadsuitbreiding. Hierdoor werd dus ook het verblijf van R.V.C. aan de Laan van Meerdervoort van korte duur. R.V.C. vond een veld op Houtrust, dat echter alleen ter beschikking stond van het 1e elftal. Wegens het alsmaar toenemende aantal aspiranten (jeugdleden) moest R.V.C. meermalen aankloppen bij andere speelgelegenheden.
De verhuizing van R.V.C. naar het Zuiderpark, tijdens het seizoen 1925-1926, leek eindelijk een einde te maken aan de crisisverschijnselen binnen de club. R.V.C. kreeg in het Zuiderpark de beschikking over twee velden, voldoende dus om uit te groeien. Overigens werd de gehele houten kantine, wederom per schuit, naar het Zuiderpark werd vervoerd.


De entree van het RVC-veld in 1924 bij het Zuiderpark.

Desondanks de maatregelen binnen de club en de zoveelste verhuizing waren de moeilijkheden bij R.V.C. nog steeds niet ten einde. Er was ook nog eens narigheid van financiële aard ontstaan. Al het kasgeld van de club was n.l. belegd in Staatsstukken die helemaal niet bestonden. Bovendien verlieten een aantal belangrijke spelers de vereniging en weer anderen wensten niet langer voor het eerste elftal uit te komen.

De jaren 1930 t/m 1939

Gelukkig duurde de crisis binnen de vereniging niet zo lang en waren alle moeilijkheden omstreeks 1930 weer helemaal achter de rug. Enkele nieuwe spelers, zoals de gebroeders De Caluwé, J. Riemen, H. Goedman en D. Hooft traden toe als lid van R.V.C.
Voor aanvang van het seizoen 1932-1933 werd er voorafgaande aan de competitie voor het eerst in de historie van R.V.C.1 een oefencampagne gehouden o.l.v. trainer C. van Osch.
Het seizoen 1933-1934 bleek R.V.C. dan weer eindelijk een kampioenschap te brengen en kreeg het 1e elftal zodoende weer de kans om terug te keren naar de 2e Klasse. Helaas wilde dit net niet lukken want in de daarop te spelen promotie-wedstrijden tegen Hoek van Holland en VIOS kwam men net te kort. Tegen VIOS wist R.V.C. nog wel tweemaal (6-2 en 5-1) te winnen. de uitwedstrijd tegen Hoek van Holland werd echter met 5-4 verloren zodat de thuiswedstrijd voor R.V.C. de beslissing moest brengen. Op een bijna uitverkocht ADO-terrein gold R.V.C. toch als de grote favoriet maar helaas verloor de club toch met 0-2, en bleef hiermee zodoende 3e Klasser.
Toch wilde men bij R.V.C. de stijgende lijn voortzetten en werd de zomertraining overgedragen aan de oefenmeester J.Weber. Trainer Weber stelde alles ten doel dat R.V.C.1 in haar vierde lustrumjaar het kampioenschap zou kunnen binnenhalen. Hoewel het eerste elftal lange tijd meestreed om de titel zakte het team helaas aan het einde van de competitie ver af.

>

>

Later hier veel meer historie over R.V.C…………

>

>

>

>

>

>

>

>

 

 

>

De jaren 1940 t/m 1949

De overval van de Duitse troepen dompelde ons hele land in de oorlogs-ellende. Voor vele voetbalverenigingen in de Haagse regio ontstond er een terreinennood omdat de bezetter sportparken als het Zuiderpark, Ockenburgh etc. voor militaire doeleinden vorderden.
R.V.C. vond hierdoor in het seizoen 1941-1942 onderdak bij de voetbalvereniging V.V.P. Door de deportatie van vele jonge mannen, waaronder dus ook voetballers van R.V.C., die in Duitsland te werk werden gesteld, degradeerde het 1e elftal van R.V.C. in dit seizoen naar de 4e Klasse.
De N.V.B. (het predicaat “Koninklijk” was door de bezetter ontnomen) voerde een zogenaamde noodcompetitie in, dat wil zeggen, dat men voor een kampioenschap twee seizoen moest spelen. In het seizoen 1942-1943 eindigde R.V.C. in de 4e Klasse als tweede, achter V.V.P. Het volgende seizoen wist R.V.C. zowaar het kampioenschap in de 4e Klasse te bemachtigen. Dit hield dus in dat R.V.C., samen met V.V.P., moest gaan uitmaken wie het recht zou krijgen om promotie-wedstrijden te gaan spelen voor een plaats in de 3e Klasse. R.V.C. won, na twee enerverende wedstrijden, deze beslissing en mocht zich zodoende algeheel kampioen van deze 2 jaarlijkse “noodcompetitie” noemen.
Om een plaats in de 3e Klasse moest er nu aangetreden worden tegen D.S.O. De eerste wedstrijd op het D.S.O.-terrein beloofde voor R.V.C. niet veel goeds want D.S.O. won verdiend met 3-2. R.V.C. moest dus in de thuiswedstrijd met minstens twee doelpunten verschil winnen om zich opnieuw te kunnen scharen in de rijen der 3e Klasser. Alle pessimistische voorgevoelens ten spijt, lukte  dit met groot machtsvertoon en werd er met maar liefst een 7-2 overwinning het verloren gebied heroverd.
In het seizoen 1944-1945 werd er in Nederland niet meer gevoetbald. De op de “dolle september-dinsdag” in 1944 gevolgde hongerwinter en de steeds meer toenemende druk van de meedogenloze bezetter, hadden de Nationale samenleving als het ware een dodenmasker opgedrukt.

Na de bevrijding van Nederland in 1945 hernam Koning Voetbal, zijn wonden likkend, aarzelend het verloren terrein. Langzaam herstelde Nederland van de vele wonden die waren toegebracht en aarzelend begon ook de sport zich weer te hergroeperen. Opnieuw werd door het R.V.C.-bestuur, onder bezielende leiding van voorzitter Piet Verver, de club nieuw leven ingeblazen.
Uiteraard was er na afloop van de Tweede Wereld Oorlog, naast de vele levensbehoeftes, ook een grote schaarste aan speelvelden in Den Haag. Het bestuur van R.V.C. nam hierdoor zelf het heft in handen en ging op zoek naar een eigen geschikte locatie. Men had zijn zinnen gezet op het complex van eigenaar Jonkheer van Vredenburch gelegen langs de Schaapweg en van Vredenburchweg te Rijswijk. Er was echter niet voldoende geld om dit terrein te huren en zodoende zat R.V.C. nu zonder veld. Voetbalvereniging VELO bood de helpende hand en R.V.C. kon zodoende voorlopig bij VELO zijn wedstrijden spelen.

Na veel onderhandelen met Jonkheer van Vredenburch lukte het R.V.C. naar een jaar toch de velden aan de Schaapweg te huren. Gevolg was wel dat de schulden van R.V.C. enorm opliepen want het was één groot weiland dus alles moest gekocht worden. Nadat de verbouwing in volle gang was kondigde de regering een bouwstop af. Voorzitter George Strik van RVC is hoogst persoonlijk naar de raadsheer van de minister gestapt en dankzij zijn vooral emotionele betoog kreeg R.V.C. alsnog een vergunning om te gaan bouwen. Met man en macht werd er aan de bouw van het nieuwe complex begonnen.

Binnen de lijnen kwam R.V.C. helaas nog niet tot geweldige prestaties. Integendeel juist, in deze periode kwamen bij het 1e elftal van R.V.C. de “downs” meer voor dan de noodzakelijke “ups”.

>

>

De jaren 1950 t/m 1959

Toen de jaren vijtig waren aangebroken zette de sportieve prestaties van het 1e-elftal zich voort en werd het seizoen 1950-1951 besloten met een degradatie naar de 4e Klasse.
Toch viel er in 1951 gelukkig toch ook nog wat te vieren. R.V.C. betrok in 1951 haar nieuwe complex met twee nieuwe velden aan de Schaapweg. De ingebruikneming van dit terrein met het prachtige clubgebouw ging gepaard met veel feestelijkheden. Aanvankelijk ging het in seizoen 1951-1952 gelukkig weer goed met R.V.C., qua prestaties in de 4e Klasse. De eerste 5 competitiewedstrijden werden allemaal “uit” gevoetbald omdat de velden aan de Schaapweg nog niet speelklaar waren. Deze wedstrijden werden ook nog eens alle gewonnen.
Op zaterdag 6 oktober 1951 werd dan eindelijk het nieuwe complex officieel geopend en George Strik viel de grote eer te beurt de sleutel aan voorzitter Piet Verver te mogen overhandigen. RVC was eindelijk thuis!

De opening van het clubhuis in 1951 aan de overkant van de Schaapweg, waar nu de John F. Kennedylaan is. 

Op zondag 7 oktober mocht het 1e elftal van R.V.C. dan eindelijk een “thuiswedstrijd” spelen, en dan ook nog eens tegen de concurrent D.D.C. Alle reden dus voor wederom een feestmiddag. Het werd dan ook een feestelijke dag maar dan vooral voor “de gasten”. D.D.C. versloeg n.l. R.V.C. met 1-2 en door deze prestatie nam deze club de koppositie in de 4e Klasse over van R.V.C. Uiteindelijk eindigde R.V.C. dan ook als tweede in de eindstand en wist hiermee het verloren terrein niet in één seizoen terug te winnen.

In het seizoen 1952-1953 kende R.V.C.1 zelfs in de 4e Klasse degradatiezorgen. Dit was toch wel het sportieve dieptepunt van de club maar gelukkig kwam het niet zo ver en bleef R.V.C. dus ternauwernood 4e Klasser. Gelukkig ging het na dit dieptepunt weer beter met de club. Nadat R.V.C.1 zich in het seizoen 1953-1954 redelijk goed handhaafde in de 4e Klasse zag men het seizoen daaropvolgend veel belovende spelers hun intrede doen en werd het eerste elftal net geen kampioen maar eindigde als tweede in de 4e Klasse KNVB.

Eén van de gevolgen van de sterke groei van de jeugdafdeling bij R.V.C. was ook de toeneming van het aantal senioren. Nadat R.V.C. de stagnatie van de na-oorlogse jaren te boven was gekomen, bleef de club maar groeien.
Toen in 1955 het 40-jarig jubileum werd gevierd, kende R.V.C. 287 leden en 275 donateurs en nam de club met maar liefst 20 elftallen aan de verschillende competities deel. Van die 20 elftallen speelden er 18- in de Afdeling ‘s-Gravenhage en 2-elftallen in de KNVB.

In 1955 kon er binnen de vereniging met grote opgewektheid het 40-jarig jubileum worden gevierd.

>

RVC groeide destijds in korte tijd enorm. Er werd  dan ook naarstig uitgekeken naar een derde veld maar toen bereikte RVC een verpletterende mededeling. Na toezegging van de gemeente Rijswijk dat RVC de eerst komende 15 jaar niet hoeft te wijken voor nieuwbouw werd al na 3 jaar deze belofte gebroken.

>

>

Seizoen 1956-1957

In het seizoen 1956-1957 was de zondag 3e Klasse A van de KNVB uit de volgende clubs samengesteld: Alphen, Ammerstolse SV, Archipel, Celeritas, Cromvliet, Delft, DHL, De Postduiven, RVC, VVP, Westerkwartier en Westlandia.

Toen in het competitiejaar 1956-1957 de “eigen kweek” in het 1e elftal van R.V.C. kon worden opgenomen, bleek dat de opwaartse lijn, die al enige seizoenen merkbaar was, zou leiden tot een bekroning. Jeugdspelers zoals Henny den Engelse, Piet van Wouw, Henk Blokpoel e.a., naast de routiniers als Dick van Kerpel en Jan Vermeulen deden het zo goed, dat R.V.C. in 1957 de kampioensvlag kon hijsen! Toen volgde er nog promotiewedstrijden om twee plaatsen in de 2e Klasse met Laakkwartier, Papendrecht en OVV. Hoewel er door R.V.C. met veel elan werd gestreden, bleef jammerlijk succes uit. Laakkwartier en Papendrecht bleken de sterkste en promoveerden. De deur naar de 2e Klasse zou voor R.V.C. nog een paar jaar gesloten blijven.

Seizoen 1957-1958

Inmiddels vond penningmeester Bart Strik in 1957, na 34 jaren “trouwe bestuursdienst”, de tijd gekomen om voor de jongeren generatie plaats te maken. Dit afscheid ging gepaard met een grootse receptie waar vele prominenten uit de sportwereld acte de présence  gaven. Tijdens deze receptie werd de heer Strik het Bondsonderscheidingsteken verleend. Bart Strik was één van die mensen die R.V.C. groot heeft gemaakt en waaraan de club veel te danken aan heeft gehad. De plaats van Bart Strik werd ingenomen door Jan de Lusenet, zoon van oprichter Henk de Lusenet.

De zondag 3e Klasse A van de KNVB was in het seizoen 1957-1958 uit de volgende clubs samengesteld: Alphia, Archipel, Cromvliet, Delft, DHL, GDA, GSV, HPSV, De Postduiven, RVC, Voorburg en Westlandia.

Seizoen 1958-1959

In 1958 kwam er een toeloop van nieuwe spelers, waarvan sommige voorheen de R.V.C.-kleuren al hadden gedragen, doch semi-prof waren geworden. Was dit oude liefde of de aantrekkingskracht van de gezelligheid bij R.V.C. Spelers als Wim Mangelmans, Lou Willems en Piet van Anraad traden toe tot R.V.C., even later gevolgd door spelers als Adri van der Zant en Bertus Wasmus.

 

Op deze foto uit het eind van de vijftiger in het midden trainer Aat Kant, jarenlang speler van het 1e elftal, ook jarenlang jeugdleider, bestuurslid en organisator van de internationale jeugdtoernooien.  Voor al deze verdiensten werd hij tot erelid benoemd. Links en rechts van hem de 1e elftal-spelers Wim Mangelmans en Lou Willems, die beiden een korte carriere bij profclub Den Haag en (Scheveningen) Holland Sport achter de rug hadden.

Seizoen 1959-1960

Ondanks de gedane toezeggingen van de gemeente kon RVC maar korte tijd van het nieuwe clubgebouw genieten. Aan de overkant van de Schaapweg zou een groot sportcomplex verschijnen waarvan RVC een gedeelte  zou worden toebedeeld. Toen de aanleg van het Prinses Irene sportpark uiteindelijk voltooid was, verhuisde RVC in 1959 naar de “overkant”.

Eind vijftiger, begin zestiger jaren werd er door RVC ook aan honkbal gedaan, meestal met 2 seniorenteams en 1 jeugdteam. Hier het eerste honkbalnegental op visite bij ADO in het Zuiderpark. Staand v.l.n.r; Rob Wursten (VUC), trainer/coach, Mario Marcolina, Beppie Knoester, Wim Mangelmans, Hans de Jongh, Henk Blokpoel, ??, George Strik (voorzitter) en Hans Blokpoel.
Zittend v.l.n.r; Rob Reijndorp, Henne Strik, Freek Schut, Chris Kerkvliet, Ernst van der Meer, Frans van Oers, Rob Groenendijken zittend op de grond geheel vooraan een zeer jonge Ron Mangelmans. Wie helpt ons aan meer namen ??

>

>

Seizoen 1960-1961

In 1960 nam R.V.C. afscheid van de man wiens naam al vele malen is genoemd; voorzitter Piet Verver. De heer Verver was 32,5 jaar bestuurslid van R.V.C. geweest waarvan maar liefst 32 jaar voorzitter! R.V.C. heeft heel veel te danken gehad aan Piet Verver maar ook aan mevrouw Verver, die op voortreffelijke wijze in al die jaren de R.V.C.-zorgen met haar man had gedeeld.
George Strik volgde Piet Verver op, zodat het dagelijkse bestuur in 1960 bestond uit de volgende personen: George Strik (voorzitter), Wim Hartnack (secretaris) en Jan de Lusenet (penningmeester).

>
In het seizoen 1960-1961 ging dan eindelijk de lang gekoesterde wens in vervulling. Het 1e elftal van R.V.C. werd, o.l.v. trainer Frans van de Nolk van Gogh, n.l. met een “straatlengte” voorsprong kampioen van de 3e Klasse C en promoveerde hierdoor automatisch naar de 2e Klasse. Hiermee werd na 40 jaar, met veel machtsvertoon, het verloren gebied heroverd.

RVC 1 , kampioen 3e Klasse C seizoen 1960-1961. Staand v.l.n.r: M. Marcolina, H. Blokpoel, P. v. Anraad, J. Vermeulen, J v.d. Zeeuw, J. v.d. Oever, D. v. Kerpel, J. Kouwenhoven en  D. Klop (grensrechter). Zittend F. v.d. Nolk v. Gogh (trainer), C. Buurmans, J. Speel­man, W. Mangelmans, A. v.d. Zant, M. Overzee, B. Wasmus en F. Schut.

Seizoen 1961-1962

<

Het seizoen 1961-1962 werd op een, voor een pas gepromoveerde club, redelijke wijze in de 2e Klasse beëindigd.

>

Seizoen 1962-1963

<

De zondag 2e Klasse B van de KNVB was in het seizoen 1962-1963 uit de volgende clubs samengesteld: Celeritas, DCL, Leerdam Sport’55, De Musschen, Neptunus, ODS, Papendrecht, RVC, Schiebroek, Sliedrecht, VIOS en Zwijndrecht.

In het seizoen 1962-1963 werd met de hakken over de sloot door R.V.C. het tweede Klasseschap behouden.

>

Later hier meer over de jaren zestig bij R.V.C.

>

Seizoen 1963-1964

>
Het seizoen 1963-1964 werd een merkwaardig jaar voor R.V.C. Het wilde n.l. ineens niet meer bij het 1e elftal. Ondanks alle mogelijke pogingen van spelers, trainer en bestuur werd aan het eind van seizoen 1963-1964 het pleit beslecht. R.V.C.1 haalde de punten maar niet binnen en degradeerde zodoende weer terug naar de 3e Klasse.
Het resultaat aan het einde van dit seizoen was dan ook erg merkwaardig want R.V.C.1 degradeerde weer van de 2e- naar de 3e Klasse.

Het merkwaardige dit seizoen was dat het reserveteam van RVC wel kampioen werd en promoveerde hiermee juist weer van de res. 3e Klasse naar de res. 2e Klasse!

Seizoen 1964-1965

>
Karel Jansen was bij aanvang van dit seizoen de opvolger van trainer Frans van der Nolck van Gogh. Trainer Jansen had natuurlijk een schat aan ervaring als voetballer bij achtereenvolgens ADO, DHC en Holland Sport.

De zondag 3e Klasse C West II van de KNVB was in het seizoen 1964-1965 uit de volgende clubs samengesteld: ADS, Bergambacht, DHS, EDS, Flakkee, Kranenburg, Oudewater, RVC, SFC, UNIO, VCS en VIOS.

Een sterke 3e Klasse C dus met daarin o.a. de gewaardeerde en gevreesde tegenstanders VCS en VIOS.

>

RVC 1, kampioen 3e klasse seizoen 1964-1965. Staand v.l.n.r: Karel Jansen (trainer), Piet Clemenkowff, George Kraaijenbrink, Rob v.d. Bol, Frans v. Gaalen, Jan v.d. Zeeuw, Ben Wessels, Dirk Klop (grensrechter) en  Ernst v.d. Meer. Zittend John Heyblom, Frans de Vos v. Steenwijk, Theo v. Leeuwen, Rob Overzee, Maarten de Vos en Piet Zeegers.

Seizoen 1965-1966

>

De zondag 2e Klasse A van de KNVB was voor het seizoen 1965-1966 uit de volgende clubs samengesteld: Blauw Zwart, HBS, HOV, Laakkwartier, LFC, Lugdunum, Quick, RKAVV, Roodenburg, RVC, Spartaan’20 en Westlandia.

Roodenburg was dit seizoen met 35 punten uit 22 wedstrijden oppermachtig en werd uiteindelijk dan ook met een straatlengte voorsprong kampioen. Ook de mannen van RVC speelden een goed seizoen want van 22 competitiewedstrijden werden er 9 gewonnen, 7 gelijk gespeeld en 6 verloren. Met 25 punten, en de doelcijfers 34-32, eindigde RVC samen met Laakkwartier op een keurige gedeelde tweede positie van de ranglijst van de 2e Klasse A. 

<

Seizoen 1966-1967

>

<

Seizoen 1967-1968

>

De zondag 2e Klasse A van de KNVB was in het seizoen 1967-1968 uit de volgende clubs samengesteld: Alphen, Blauw Zwart, DHL, HBS, Laakkwartier, LFC, ODB, Quick, RFC, RKAVV, RVC en VFC.

Vanaf de tweede helft van de zestiger jaren stond RVC aan de vooravond van een periode die de club tot de dag van vandaag naamsbekendheid heeft gegeven. In seizoen 1967-1968 wist RVC zich mede door de verhuizings perikelen naar Sportpark Irene te handhaven in de tweede klasse.

Seizoen 1968-1969

De zondag 2e Klasse A van de KNVB was in het seizoen 1968-1969 uit de volgende clubs samengesteld: Alblasserdam, Alphen, Blauw Zwart, DHL, HBS, Laakkwartier, Leonidas, ODB, ODS, RVC, VFC en VUC.

In dit seizoen bewerkstelligde RVC eindelijk de fel begeerde promotie naar het hoogste amateurniveau, de eerste klasse (Hoofdklasse bestond toen nog niet!). Van de 22 competitiewedstrijden werden er maar liefst 15 gewonnen, 5 gelijk gespeeld en gingen er slechts 2 verloren.
Met 35 punten uit 22 wedstrijden en de doelcijfers 38-18, wist RVC met 9 punten voorsprong op de nummer twee Blauw-Zwart, het kampioenschap in de 2e Klasse A binnen te halen.

Seizoen 1969-1970

Terwijl het voetbal in het algemeen bloeide als nimmer te voren in Nederland (door o.a. de Europese dadendrang van Ajax en Feijenoord) liep ook het Haagse publiek warm voor de sterren van weleer.
Carol Schuurman was in die dagen de absolute blikvanger bij RVC maar ook spelers als Aad de Mos, Mede Ruis, Joop Pronk, Koos van Dullemen, Ger Hup, Cock Clavan, Kees Arts, John Bolman, Rini Vols, Leo Kloor e.a. smeedden RVC destijds tot een bijna niet te kloppen voetbalploeg.

In het eerste seizoen in de eerste klasse stoot RVC meteen door naar de amateurtop hetgeen resulteerde in de legendarische tweestrijd tussen Papendrecht en RVC. In dit seizoen trok RVC helaas nog aan het kortste eind en eindigde op de tweede plaats achter Papendrecht.

>

Seizoen 1970-1971

Het besuur van RVC was bij aanvang van het seizoen 1970-1971 als volgt samengesteld: G.F. Strik (voorzitter), W.J. Hartnack (secretaris), W.J. Mangelmans (penningmeester), N.J. Kerkvliet (2e penningmeester), A. Toet (2e secretaris) en de commissarissen: J.A. Bakhuis, J.B. Regeer, C.J. Simmers en P.L. van der Wal.

In het seizoen 1970-1971 was de zondag 1e Klasse B van de KNVB uit de volgende clubs samengesteld: CVV, Fluks, Gouda, Lugdunum, De Musschen, Neptunus, Overmaas, Papendrecht, Roodenburg, RVC, UVS en Zwijndrecht.


RVC kampioen van de 1e klasse seizoen 1970-1971. Staand v.l.n.r.  R. van Eyken(verzorger), G. Hup, J. Pronk, C. Clavan, J. vd Berg, C. Schuurman, J. vd Sloot, E. vd Meer en K. Jansen (trainer) Zittend K. van Dullemen, R. Vols, L. Kloor, H. van Assendelft en J. Bolman.

Het slot van de competitie werd een thriller en een slijtageslag. De twee titelkandidaten Papendrecht en RVC verspeelden beide de nodige punten en alles leek er op dat UVS de lachende derde zou gaan worden.
In de voorlaatste competitieronde moest RVC op zondag 9 mei 1971 in Leiden aantreden tegen runner-up UVS. Voor 4.500 toeschouwers eindigde de kraker onbeslist (0-0) en met dit resultaat was UVS in ieder geval uitgeschakeld voor de titel.

In de laatste competitieronde, op zondag 16 mei 1971, moest RVC in Rijswijk aantreden tegen koploper en directe concurrent Papendrecht. De stand voor aanvang van deze uiterst belangrijke en beslissende wedstrijd was als volgt: 1. Papendrecht 21-28 en 2. RVC 21-27. De Rijswijkers hadden dus alles in eigen hand want bij winst op Papendrecht zou de kampioensvlag in top kunnen.
Maar liefst 9.000 toeschouwers zagen in een uitverkocht Sportpark Prinses Irene een grandioos spelend RVC. Al in de 7e minuut kwam het RVC-publiek in extase toen Carol Schuurman de Papendrecht keeper op weergaloze wijze wist te kloppen(1-0). Nog voor rust scoorde Schuurman wederom (2-0) en RVC zat op rozen.
In de tweede helft kopte de uitstekend spelende John Bolman de 3-0 tegen de touwen en was het kampioenschap voor RVC een feit!

De mannen van trainer Karel Jansen wisten van de 22 competitiewedstrijden 10 te winnen, 9x gelijk te spelen en 3 te verliezen. Met 29 punten, en de doelcijfers 35-13, eindigde RVC op de eerste positie van de 1e Klasse B.

Hierna volgde nog de strijd om het kampioensschap van Nederland voor de zondagamateurs. De laatste wedstrijd was thuis tegen Caesar voor alweer 8.000 toeschouwers. Helaas verloor RVC deze wedstrijd in de laatste minuut zodat de club geen kampioen van Nederland werd.

Seizoen 1971-1972

>

Het seizoen daarop viel RVC iets terug en dat kwam hoofdzakelijk door het stoppen van Cock Clavan, dat was een zware aderlating in het hart van de verdediging. Toch wist RVC nog op de 5e plaats te eindigen in de competitie.

>

Seizoen 1972-1973

>

De zondag 1e Klasse B van de KNVB was in het seizoen 1972-1973 uit de volgende clubs samengesteld: CVV, DRL, Gouda, Hermes DVS, De Musschen, Neptunus, Papendrecht, Roodenburg, RVC, Unitas, UVS en Xerxes.

In alweer het achtste seizoen van trainer Karel Jansen speelde RVC een constant seizoen. Van de 22 competitiewedstrijden wist men er 7 in winst om te zetten, werd er 7x gelijk gespeeld en 8x verloren. Met 21 punten, en de doelcijfers 21-25, eindigde men in de middenmoot op de achtste positie van de 1e Klasse B.

Seizoen 1973-1974

In het seizoen 1973-1974 voegde RVC weer een nieuwe bladzijde toe aan haar inmiddels toch al rijke geschiedenis. Het was niet de openingswedstrijd van het seizoen tegen het debuterende VUC voor 5000 toeschouwers maar de installatie van vier schitterende lichtmasten rond het eerste veld. Deze installatie werd officieel begin november 1973 in gebruik genomen in een wedstrijd tegen FC Den Haag (1-0 verlies). Ook werd er in dit seizoen besloten dat de eerste 7 ploegen uit de competitie zich plaatsen voor de nieuw te vormen Hoofdklasse. RVC wist zich op de laatste speeldag door een 1-0 winst op Unitas precies op die zevende plaats te eindigen. Voor trainer Karel Jansen was dit prachtige resultaat om na 10 jaar trouwe dienst het trainerschap voor gezien te houden.

>

Seizoen 1974-1975

Het Rijswijkse RVC had zijn promotie naar de nieuwe Hoofdklasse aangegrepen om het 1e elftal een heel ander gezicht te geven. Als eerste nam Berry Janse de taken over van trainer Karel Jansen. Spelers die waren vertrokken waren Melbi Raboen (VVSB), Theo Valkenhoff (Randstad Sport), John Bolman (Spoorwijk) en Wolter Visscher (Loosduinen).
RVC trok echter de aandacht met het aantrekken van maar liefst drie Rotterdamse amateur-internationals, te weten Jan van der Leck (Xerxes), Maup Martens (DRL) en Harry van Buuren (Hermes-DVS). Met aanvoerder Koos van Dullemen erbij had RVC nu maar liefst vier “oranje-mannen” in de gelederen. Verder kwamen ook nog Henny de Klerk (Roodenburg), Maarten Rog (Veendam), Peter Hakkaart (RKAVV) en Arie de Kruik (DEVJO) de A-selectie van RVC versterken.

Later meer…..

Het seizoen 1974-1975 eindigde RVC verdienstelijk in de subtop van die nieuwe Hoofdklasse.

Seizoen 1975-1976

In 1975 stond er in een interview in de Voetbal International dat spelers bij amateurclub RVC betaald kregen en zo werd de club RVC ineens landelijk nieuws.
Na een grootschalige onderzoek van de KNVB kwam een jaar later de uitspraak. Bijna alle spelers en ook de bestuursleden werden geschorst variërend voor 1 maand tot een jaar. Na deze geruchtmakende periode kwam RVC weer in rustiger vaarwater.

>

Seizoen 1976-1977

<

>

Seizoen 1977-1978

>

<

Seizoen 1978-1979

>

De zondag Hoofdklasse A van de KNVB was in het seizoen 1978-1979 uit de volgende clubs samengesteld: Aalsmeer, AFC, Blauw Wit, CVV, DHS, DWV, EDO, Elinkwijk, Ilpendam, Neptunus, RVC, UVS, VUC en Xerxes.

Voor het seizoen 1978-1979 had het bestuur van RVC de jonge talentvolle trainer Aad de Mos aangetrokken. De oud speler van ADO en RVC had slechts één doel voor ogen en dat was toptrainer worden. Bij Aad de Mos was deze drang zo sterk voelbaar dat je van sportief succes verzekerd was. Dat succes kwam er dan ook al bijna in het eerste seizoen van trainer De Mos want RVC streed lang mee om de titel in de Hoofdklasse.
Van de uiteindelijk 26 competitiewedstrijden wist RVC er 13 te winnen, speelde 7 keer gelijk en werd er 6 maal verloren. Met 33 punten, en de doelcijfers 37-23, eindigde RVC op de derde positie van de ranglijst van de Hoofdklasse A. Kampioen werd VUC met 35 punten, en EDO eindigde als tweede met 34 punten.

Seizoen 1979-1980

>

In seizoen 1979-1980 eindigde RVC 1 op de 2e plaats in de Hoofdklasse.

Seizoen 1980-1981

>

De prestaties van Aad de Mos vielen op in de voetbalwereld en tijdens seizoen 1980-1981 werd Aad gevraag door Ajax om daar de jeugd voor zijn rekening te nemen.

Seizoen 1981-1982

<

Seizoen 1982-1983

>
In seizoen 1982-1983 degradeerde RVC uit de Hoofdklasse.

Seizoen 1983-1984

>

>

Seizoen 1984-1985

>

In seizoen 1984-1985 werd RVC onder leiding van trainer John v.d.Lubbe kampioen in de Eerste klasse en promoveerde zodoende weer terug naar de Hoofdklasse.

Seizoen 1985-1986

Vanaf dat moment kwam er een scheiding tussen de A-selectie en de andere elftallen van RVC. Oorzaak hiervan was de professionalisering van de A-selectie. Veel leden uit RVC 2,3 en lagere elftallen waren het hier niet mee eens en er ontstond een ware exodus van leden die jaren lang iets voor de club hebben betekend.

>

De zaterdag 2e Klasse A van de HVB was in het seizoen 1985-1986 uit de volgende clubs samengesteld: ADS, ANWB, Ariston’80, BSC’68, DHL, Kamraan, Marathon, MVO’72, Quick Steps, RVC, Rijswijk en DFC Zoetermeer.

>

Seizoen 1986-1987

>

Het vlaggenschip van de vereniging moest de reputatie hoog houden en in seizoen 1986-1987 werd André Wetzel trainer. In dat jaar eindigde RVC in de middenmoot van de Hoofdklasse maar wist men wel de Haagsche Courant Cup te winnen (1-0 tegen RKAVV).

Seizoen 1987-1988

>

Ook dit seizoen wist RVC de Haagsche Courant Cup te winnen (3-2 tegen LenS).

Seizoen 1988-1989

>

In seizoen 1988-1989 werd John Karelse trainer van RVC en hij presteerde het met een totaal nieuwe selectie heel knap in de middenmoot te eindigen.

Seizoen 1989-1990

>

In 1990 vierde RVC het 75-jarig jubileum. Ter gelegenheid hiervan werd, met Ron Mangelmans als eindredacteur, een jubileumboek uitgegeven.

Seizoen 1990-1991

>

De zondag 1e Klasse B van de KNVB was in het seizoen 1990-1991 uit de volgende clubs samengesteld: Alphense Boys, EBOH, HMSH, Neptunus, Nieuwenhoorn, RVC, Sparta, SVW, TONEGIDO, Unitas, Verburch en sv Voorburg.

<

Seizoen 1991-1992

>

<

Seizoen 1992-1993

>

De zondag 1e Klasse B van de KNVB was in het seizoen 1992-1993 uit de volgende clubs samengesteld: ADO, DHC, Gravendeel, Nieuwenhoorn, RVC, Rijswijk, SVW, Unitas, VCS, Voorburg, Wilhelmus en Zwijndrecht.

<


RVC winnaar HC Cup in 1993 na finale tegen ADO (uitslag 3-1) op het VIOS-terrein. Staand v.l.n.r: dhr. Annokkee (sponsor), ..??.., Robert Hendriks, Harry Verkijk (leider), Fedor de Bock, Rob de Lange, Stefan Koegler, Peter Wijsman, Edwin Hasebroek, Hans van Heteren, Maurice Hees, Marc Bos (trainer) en Jan Mars. Gehurkt Andy Biekman, John Hoog, Tom Wiegman, Marco Marks, Cees Nieuwendorp en Edwin Coret (verzorger).

De zaterdag Hoofdklasse van de HVB was voor het seizoen 1992-1993 als volgt samengesteld: DORR, Ec-So, HPSV, JAC, Nationale Nederlanden, Nootdorp, Postalia, RVC, Semper Altius, SVGWGEB, SVPTT en TAC’90.

>

Seizoen 1993-1994

>

De zondag 1e Klasse B van de KNVB was in het seizoen 1993-1994 uit de volgende clubs samengesteld: DHC, Feyenoord, Gravendeel, Nieuwenhoorn, Quick(H), RVC, Unitas, UVS, VCS, Wilhelmus en Zwijndrecht.

>

De zaterdag Hoofdklasse van de HVB was in het seizoen 1993-1994 uit de volgende clubs samengesteld: DSO, Ec-So, Hoekse Boys, HPSV, sv Loosduinen, Neta Dall, Postalia, RVC, Semper Altius, SVPTT, TAC’90 en Te Werve.

<

Seizoen 1994-1995

>

De RVC-selectie van de nieuwe trainer Toon Brakus bestond o.a. uit: Lennert Hegie, Hendrik Grunholz, Michel Lier, Peter Wijsman, Tom Danner, Marcel Haak, Tom Wiegman, Leon Wessels, Barry Charite, Patrick Hornsveld, Bas Steffens, Rob de Lange, Kelton Manuela, Stefan Koegler, Schuur, Hadi Ibrahimovic en John van Hasenbroek.

De indeling van het amateurvoetbal voor de regioclubs in district West II seizoen 1994-1995 in de zondag 2e Klasse A zag er als volgt uit: Foreholte, Lens, Lugdunum, Roodenburg, RVC, Rijswijk, SJC, Verburch, VIOS, VUC, Westlandia en Wilhelmus.

Na de degradatie in het seizoen 1993-1994 begon RVC dit seizoen niet al te best aan de competitie van de 2e Klasse A want het openingsduel, thuis tegen LenS, eindigde in een 3-3 gelijkspel en de week daarop werd er met 2-0 verloren bij SJC. In de derde competitieronde behaalde RVC dan haar eerste overwinning door in Voorburg heel knap Wilhelmus met 0-3 te verslaan. De resultaten werden beter en na het gelijke spel (2-2) tegen VUC en de overwinningen op Rijswijk (1-3), Foreholte (3-0) en Verburch (1-0) kwam RVC met 10 punten uit 7 wedstrijd aan de leiding van de 2e Klasse A. De Rijswijkers hadden echter wel een wedstrijd meer gespeeld dan achtervolger VIOS (9 punten). Helaas werden hierna de resultaten van het team van trainer Brakus weer minder en volgde na het 1-1 gelijke spel tegen Westlandia o.a. twee thuisnederlagen tegen Roodenburg (1-2) en SJC (1-2).
Met 13 punten uit 11 wedstrijden ging RVC, achter koploper VIOS (10-17), Foreholte (12-16) en SJC (12-16) op een vierde positie de winterstop in.

RVC kwam furieus uit de winterstop met op zondag 12 februari 1995 een 11-1 overwinning in de derby tegen Rvv Rijswijk, gevolgd door een 0-3 overwinning bij VUC. Nadat VIOS haar inhaalduel had gewonnen en RVC daarna met 1-1 gelijk had gespeeld tegen Wilhelmus was het gat tussen koploper VIOS en RVC gegroeid tot 6 punten. Op 19 maart stond de alles beslissende wedstrijd RVC-VIOS op het programma. VIOS lag in deze wedstrijd de basis vast voor het kampioenschap van de 2e Klasse A door met 0-2 te winnen en RVC was met deze nederlaag zo goed als uitgeschakeld voor de hoofdprijs. De resultaten van RVC werden minder en de Rijswijkse club zakte op de ranglijst zodat er ook geen (vervangende) Periodetitel werd binnengehaald.

Van de uiteindelijke 22 competitiewedstrijden werden er door RVC 9 gewonnen, 6 gelijk gespeeld en 7 verloren. Met 24 punten, en de doelcijfers 45-27, eindigde RVC op de vijfde positie van de 2e Klasse A en was het seizoen hiermee afgelopen. Trainer Toon Brakus vertrok na één seizoen RVC naar de amateurs van ADO.

>

Seizoen 1995-1996

>

De zaterdag 1e Klasse A van de HVB was in het seizoen 1995-1996 uit de volgende clubs samengesteld: Ariston’80, BSC’68, Cromvliet, Marine, Neta Dall, PGS, RAS, RVC, VCS en Vredenburch.

>

De zondag 2e Klasse A van de KNVB was in het seizoen 1995-1996 uit de volgende clubs samengesteld: Foreholte, LenS, Lugdunum, Oliveo, Olympia, Roodenburg, RVC, SJC, Stolwijk, Verburch, VVSB en Wilhelmus.

In dit seizoen een belangrijke verandering in de competitie want de KNVB had bepaald dat men vanaf het seizoen 1995-1996  3 punten (i.p.v. 2 punten) bij een overwinning kreeg.

<

Seizoen 1996-1997

>

De zondag 1e Klasse B van de KNVB was voor het seizoen 1996-1997 als volgt samengesteld: ADO Den Haag, Alphense Boys, KBV, Neptunus, Quick, RVC, SMC, Unitas, VELO, VIOS, Wilhelmus en ZFC.

De A-selectie van trainer Eelco Fielemon bestond o.a. uit de volgende spelers: Lennart Hegie (keeper), Michel Lier, Ron de Roode, John van Otterloo, Rob de Lange, Kelton Manuela, Peter Wijsman, Maurice van der Toorn, Patrick Lodder, Jan Vink, Patrick Heijmans, Bas Steffens en Ertan Kotan.

Bij de eerste drie competitiewedstrijden stonden er voor RVC gelijk drie derby’s op het programma. Op zondag 8 september 1996 opende de mannen van trainer Eelco Fielemon de competitie met een thuiswedstrijd tegen Quick (4-4). Vervolgens verloor RVC met 2-1 bij Wilhelmus en op 22 september werd de eerste overwinning behaald toen op het Prinses Irene Sportpark VIOS met 2-1 werd verslagen door twee doelpunten van ex prof Ron de Roode.
Een redelijk goed begin dus van de competitie maar de Rijswijkse eersteklasser bleef dit seizoen weinig ellende bespaard met de vele blessures. In de eerste seizoenshelft speelde RVC alleen nog maar gelijk tegen ZPC (2-2), Alphense Boys (0-0) en Wilhelmus (1-1), alle overige wedstrijden gingen verloren. Op 1 december, na de 2-0 nederlaag bij Quick, belandde RVC op de laatste plaats van de 1e Klasse B.
De laatste wedstrijd voor de winterstop was cruciaal voor RVC want op zondag 15 december 1996 moest er op Sportpark Escamp II aangetreden worden tegen concurrent VIOS. RVC bezat op dat moment 7 punten uit 10 wedstrijden, VIOS 12 uit 10. Er moest dus door RVC gewonnen worden maar helaas….. VIOS drukte RVC nog meer in de zorgen door met maar liefst 4-1 te winnen.

Na een lange winterstop, met zelfs een Elfstedentocht, kon er na twee maanden dan eindelijk weer een begin worden gemaakt aan de tweede competitiehelft. Op zondag 16 februari 1997 kwam RVC in eerste instantie uitstekend uit de strenge winter door in Rijswijk koploper Unitas met 2-0 te verslaan. Vervolgens werd er bij Neptunus met 2-1 verloren en speelde de mannen van trainer Fielemon gelijk tegen ZPC (4-4) en Alphense Boys (2-2).
De 2-2 tegen Alphense Boys bleek het laatste puntje wat RVC aan zijn puntentotaal kon toevoegen want hierna gingen alle competitiewedstrijden verloren. Deze slechte serie resulteerde uiteindelijk dan ook in degradatie naar de 2e Klasse KNVB.

Later hier meer……

<

Seizoen 1997-1998

>

De (achteraf laatste) A-selectie van de zondagafdeling van RVC, o.l.v. trainer Eelco Fielemon, was voor het seizoen 1997-1998 als volgt samengesteld: Rolfin Balram, Ramon Bevelander, Rodney Aalderink, Ahmet Akachar, Jordy Blans, John de Bruin, Marcel van der Burg, Willem Daamen, Remco Frankhuizen, Gilbert de Geus, Maurice Hees, Patrick Heymans, Rogier Keyenberg, Jeffrey van der Kley, Tom Lambooy, Rob de Lange, Jean Paul Leenheer, Melvin Mangroe, John van Otterloo, Raymond van Otterloo, Rick Prins, Dennis Ramcahran, Tom Roelofs, Marcel Roerig, Fred Schneider, Patrick Stapert, Sandro Tarantino, Michel Weltings en Peter Wijsman.

<

 

 

Wie kan ons helpen met de aanvullende informatie van 1970 t/m 1998 van voetbalvereniging RVC en wie heeft er nog historische foto’s van deze mooie club?

Mail dan naar haagse.voetbalhistorie@gmail.com



Palmares RVC zondag

Kampioenschappen:
1917-1918 2e klasse A HVB
1918-1919 1e klasse B HVB
1919-1920 3e klasse B
1933-1934 3e klasse A *
1943-1944 4e klasse D *
1956-1957 3e klasse A *
1960-1961 3e klasse C
1964-1965 3e klasse C
1968-1969 2e klasse A
1970-1971 1e klasse B
1984-1985 1e klasse B
1995-1996 2e klasse A
1998-1999 3e klasse A
* = geen promotie

Andere prestaties:
1987 Winnaar Haagsche Courant Cup (1-0 tegen RKAVV)
1988 Winnaar Haagsche Courant Cup (3-2 tegen LENS)
1993 Winnaar Haagsche Courant Cup (3-1 tegen ADO)

Palmares RVC zaterdag

Kampioenschappen:
1991-1992 1e klasse A HVB

Andere prestatie’s:

Parade der trainers bij RVC (zondag):

1955-1956 Aat Kant
1956-1957 Aat Kant
1957-1958 Aat Kant
1958-1959 Aat Kant
1959-1960 Frans van der Nolck van Gogh
1960-1961 Frans van der Nolck van Gogh
1961-1962 Frans van der Nolck van Gogh
1962-1963 Frans van der Nolck van Gogh
1963-1964 Frans van der Nolck van Gogh
1964-1965 Karel Jansen
1965-1966 Karel Jansen
1966-1967 Karel Jansen
1967-1968 Karel Jansen
1968-1969 Karel Jansen
1969-1970 Karel Jansen
1970-1971 Karel Jansen
1971-1972 Karel Jansen
1972-1973 Karel Jansen
1973-1974 Karel Jansen
1974-1975 Berry Janse
1975-1976 Berry Janse
1976-1977 Berry Janse
1977-1978 Berry Janse
1978-1979 Aad de Mos
1979-1980 Aad de Mos
1980-1981 Toon Brakus /Ger Hup / Jan Mars
1981-1982 Theo van Leeuwen
1982-1983 Theo van Leeuwen
1983-1984 John van der Lubbe
1984-1985 John van der Lubbe
1985-1986 John van der Lubbe
1986-1987 André Wetzel (H.C.Cup winnaar)
1987-1988 André Wetzel (H.C.Cup winnaar)
1988-1989 John Karelse
1989-1990 John Karelse
1990-1991 John Karelse
1991-1992 John Karelse / Marc Bos
1992-1993 Marc Bos
1993-1994 Marc Bos
1994-1995 Toon Brakus
1995-1996 Eelco Fielemon
1996-1997 Eelco Fielemon
1997-1998 Eelco Fielemon

Parade der trainers RVC (zaterdag):

1984-1985 Wim Landsmeer
1985-1986 Hans de Bruyn
1986-1987 Hans de Bruyn
1987-1988 Hans de Bruyn
1988-1989 Henk van de Luitgaarden
1989-1990 Henk van de Luitgaarden / Jan v.d.Oever
1990-1991 Bram Buntsma
1991-1992 Bert Blans
1992-1993 Bert Blans
1993-1994 Bert Blans
1994-1995 Fred Gorter / Wim de Lange
1995-1996 Wim de Lange
1996-1997 Wim de Lange
1997-1998 Paul van der Kolk

 

Parade der voorzitters bij RVC:

1915-1920 Ben Peeters
1920-1926 Joh. Duiveman
1926-1927 P. Hokke
1927-1960 Piet Verver
1960-1976 George Strik
1976-1977 Jan Bakhuis
1977-1978 Ab Toet
1978-1979 Wim Hartnack
1980-1992 Bert Duin
1993-1998 Wim Hartnack

 

Terreinen waar RVC heeft gevoetbald:

1915: Vaalrivierstraat, Den Haag – Hooge Weide
1916: Copernicusstraat, Den Haag
1917: Hanenburg, Den Haag – Westduinen
1918: Westbroekpark, Den Haag
1922: Laan van Meerdervoort, Den Haag
1923: Houtrust, Den Haag
1924: Zuiderpark, Den Haag, 2 velden
Tussen 1940-1944 te gast bij VVP
Tussen 1947-1949 te gast bij VELO
1950: Schaapweg, Rijswijk, 2 velden (Jonkheer van Vredenburch)
1959: Schaapweg, Rijswijk, 2,5 veld (overkant in Prinses Irene sportpark: links)
1967: Schaapweg, Rijswijk, 3 velden (Prinses Irene sportpark: rechts)

Ere-voorzitter(s) R.V.C.

Piet Verver
?

Ereleden R.V.C.

Wim Mangelmans
Theo Kerpel
Nico Kerkvliet
Aat Kant
Jan Bakhuis
Chris Kerkvliet
Henk de Lusenet
Ben Peeters
Koos Goedraad
H.J. (pa) Hierck
Jos Luijsterburg
M. Martinius
Bart Strik
Piet Verver
Jan Regeer
George Strik
Piet v.d. Wal
Wim Hartnack
Jannie Gorter (tante Jannie)
Ap Toet
Nol Dirksen
Ger van der Gaast
Bert Duin

Lid van Verdienste bij R.V.C.

J. Bakhuis
B. Bronkhorst
F. Christiaanse
W. Hartnack
N. Kerkvliet
Jan Luijsterburg
A. Meershoek
G. Noordanus
J.B. Regeer
Mevrouw A. Regeer
G. Strik
H. Strik
P. v.d. Wal
B. Zwaan
W. Strik
?

Zijn we allemaal nog naar op zoek…….