Den Haag
01-01-1922 - 01-01-1927

 

De oprichting van V.A.C.

V.A.C. werd opgericht in 1922, eigenlijk als een direct gevolg van de oprichting van de D.H.V.B.
Wat was het geval? Tijdens een Buitengewone Algemene Ledenvergadering van Graaf Willem II, in 1921, waarbij het besluit werd genomen om tot de Rooms Katholieke Bond toe te treden, verlieten een aantal jeugdleden uit protest de vergadering. Zij wilde n.l. een Rooms-Katholieke vereniging oprichten die wel tegen “neutrale clubs” mocht spelen omdat zij van mening waren dat dit anders de ondergang zou worden van alle Rooms-Katholieke verenigingen.
Om dit te bewerkstelligen zochten zij contact op met de paters van het Aloysiuscollege, van wie zij terecht aannamen dat deze hun duidelijke standpunt zouden overnemen. Toentertijd was er immers al sprake van een duidelijk verschil in opvatting tussen reguliere en seculiere geestelijkheid.

Met name pater Jansen (een leraar frans) was enthousiast en binnen de kortste keren was er een nieuwe voetbalvereniging opgericht. De naam was geen probleem want het Ignatiuscollege in Amsterdam had met VIC reeds een goed voorbeeld gegeven en zodoende koos met voor V.A.C. De eerste voorzitter werd de heer de Beij (leraar lichamelijke oefening). Op het Aloysiuscollege werd verplicht gesteld om als voetballende leerling voor V.A.C. te voetballen. Een andere mogelijkheid was er niet omdat voetballen in een andere vereniging domweg verboden werd. Deze regel bleef trouwens zeer lang gehandhaafd, pas in de beginjaren zestig werd deze regel op het Aloysiuscollege geschrapt.

Het einde van V.A.C.

V.A.C. had echter in 1927 nog steeds geen eigen veld en speelde nog niet eens in competitieverband. Men speelde waar een veld gehuurd kon worden, eerst op Waalsdorp en de Haagsche Volksspeelterreinen aan de Beyersstraat, daarna aan de Loosduinseweg en ergens achter het Belgisch Park. Vervolgens kon er een veld gehuurd worden bij BTC in Voorburg en als laatste bij Wilhelmus.

Voor zowel Graaf Willem II als voor V.A.C. was dus een fusie min of meer een noodzaak. Eerstgenoemde kon dan eindelijk weer wat vrijer ademhalen en VAC kon dan over eigen velden beschikken en aan de competitie meedoen.
Bij Graaf Willem II speelden alleen maar senioren en bij V.A.C. junioren. Werd een junior senior dan kon hij doorstromen naar één der elftallen van grote broer Graaf Willem II.
De fusie in 1927 tussen Graaf Willem II en VAC bleek een gouden greep. De nieuwe vereniging kende een grote bloei en het eerste elftal werd gelijk kampioen.