Wat mij betreft behoren de voetballocaties begrensd aan de achtertuinen of huizen aan de overkant van een straat tot bijzondere voetbalterreinen waar men vanuit een tuinstoel of aan het raam bijzonder relaxed van voorgeschotelde trainingen en/wedstrijden kan genieten. Althans relaxed, er zal maar een hoge bal over de zijlijn of achterlijn worden geschoten welke op volle snelheid richting raam of het lichaam van een zogenaamde ontspannen tuintoeschouwer of keukenraamsupporter wordt gelanceerd – dan zijn de rapen gaar.
Een wedstrijd van PDK op de velden aan de Hoekwaterstraat in Voorburg. Voor de jongere generatie, de plek waar u dit veld ziet daar ligt nu de Utrechtsebaan!
De columns van Rini Toet worden mede mogelijk gemaakt door BeDe Kamerverhuur
Uiteraard kunt u zomaar enkele voorbeelden van dit soort voetballocaties ophoesten, laat mij alvast een poging wagen het overzicht zo volledig mogelijk te maken. De velden van Laakkwartier en De Ster (voorheen Cromvliet) grenzen weliswaar niet aan achtertuinen, echter worden wel grotendeels door aan de overkant van de straat liggende huizen omgeven. Het zou mij niet verwonderen dat ondanks de achter het doel aanwezige ballenvangers of om het terrein groeiende bomenpartijen menig keukenraam of slaapkamerruit is gesneuveld. Wat te denken van de twee voetbalvelden van Quick Steps alwaar vanuit achtertuinen en balkons van dichtbij naar ons vertrouwde voetbalspel kan worden gekeken. Bij SVV Scheveningen liggen de natuurgrasvelden min of mee tegen de achtertuinen – welke deels door een muur zijn beschermd – van de Sportlaan. Daarnaast mag ik hopen dat de aan de veld 5 grenzende hoogbouw goed beveiligd is. Zie foto’s hieronder.
Of bij RKDEO alwaar veld 3 en 4 aan één van de korte zijdes grenzen aan de achtertuinen van een aantal eengezinswoningen. Om het veilig te houden zijn de betreffende achtertuinen beschermd door een soort van uit de kluiten gewassen ballenvangers! Wat te denken van het sinds jaar en dag onbespeelde voetbalveld 2 van sv Wassenaar dat aan één zijde door de achtertuintjes van rijtjeswoningen wordt begrensd. Dichter tegen de lange zijde van een voetbalveld aankijken is bijna onmogelijk – in de gouden tijd van sv Wassenaar zaten de buurtbewoners daadwerkelijk op de eerste rang. Zal er ooit een ruit zijn gesneuveld? Moet haast wel – kan niet missen. Heeft een gratis toekijkende buurtbewoner wel eens een bal in zijn patser mogen begroeten – ik denk van wel. Neem daarnaast de rijtjeshuizen welke bij HVV aan de zijde achter het traditionele kleedgebouw zijn gelegen, het betreft de huizen in De Mildestraat. Met name vanaf één van de HVV-bijvelden kan een bal zomaar in de achtertuin of op een balkon belanden – achtertuinen of balkons van waaruit een belangstellende over het tuinhek of de balkonrand heen kijkend van goed voetbal kan genieten.
Vanaf de 1e etage kan van HVV-wedstrijden worden genoten.
Bij HMSH en Den Haag Zuid West (daar waar GONA voorheen speelde) kon aan de doelzijde – over de sloot heen en door de bomenpartij heen kijkend vanaf het balkon van voetbal worden genoten. Aan de andere kant van de velden ligt nog steeds de trambaan waarop best wel eens een bal is beland – wellicht tegen de tram zelf of tegen een langsrijdende fietser die op het naast de trambaan gelegen fietspad met een verdwaald afstandsschot werd verrast en van zijn fiets af kon worden gelanceerd – doet me denken aan het programma van Harry Vermeegen ‘fietser van fiets af schieten’. Enkele kilometers verderop – richting Zuiderpark – kon/kan hetzelfde bij W.I.K. en Triomph gebeuren, terwijl richting de Loserlaan men ter hoogte van voetbalvereniging Spoorwijk (tegenwoordig Wanica Star) en het destijds aan de overkant van het wandelpad gelegen Groen Wit’58 op het fietspad met een frontale aangezichtsschedeltreffer kon worden geconfronteerd. Vanaf laatstgenoemde locaties kon men – indien noodzakelijk – gelijk door naar het nabij gelegen Bethlehem ziekenhuis! Een mooi voorbeeld van meekijkende risicodragers betreffen de bewoners van volkstuintjes en beheerders van kassen naast het voormalige hoofdveld van GSC (later GSC/ESDO) aan de Erasmusweg. Bij een over de zijlijn geschoten hoge bal konden zowel kassen als oogkassen flink worden beschadigd.
Kent of herinnert u zich nog zo’n voetballocatie alwaar de huizen als het ware boven op het veld lagen? Ik wel, echter in deze column wil ik bij voorkeur inzoomen op de voormalige voetbalvelden aan de van Tuyllstraat/Hoekwaterstraat te Voorburg. Hier lagen in de jaren dertig uiteindelijk drie voetbalvelden, aan de lange zijde begrensd door het spoor, aan de andere lange zijde door de achtertuinen van een veelheid aan Hoekwaterstraat woningen. De velden aan de van Tuyllstraat/Hoekwaterstraat waar vanaf circa 1927 tot 1970 o.a. kon worden gevoetbald. Vanaf 1927 betroffen het overigens drie velden, ergens na de 2e wereldoorlog is één voetbalveld ingeleverd – exact wanneer is mij onbekend. Het was wederom een hele zoektocht om de nodige Hoekwaterstraat-informatie te verzamelen, zeker gezien het feit
dat de bedoelde locatie aanvankelijk schijnbaar aan de van Tuyllstraat te Voorburg was gelokaliseerd. Daar waar ik pas vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw info inzake de Hoekwaterstraat heb aangetroffen, daar trof ik vanaf 1927 de eerste bespelers van de Voorburgse van Tuyllstraat sportvelden. Aanvankelijk betrof het een strook aan weilanden tussen de Voorburgse huizen en het spoor. Aangezien ik er inmiddels van overtuigd ben dat de velden van de van Tuyllstraat grensden aan de jongere velden van de Hoekwaterstraat kan ik inmiddels zonder schroom de geschiedenis van deze Voorburgse sportlocatie aan u proberen voor te schotelen. Moet er – om het echt helder te maken – wel worden vermeld dat er vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw aan de Scheveningse van Tuyllstraat een sportpark met meerdere voetbalvelden door de Gemeente was aangelegd – een locatie waar velen het voetbalspel hebben beoefend.
Één van de eerste bespelers van het Voorburgs sportterrein moet vanaf 1927 AVV – het latere Triomph – zijn geweest. In 1929 – het jaar dat AVV naar een andere voetballocatie verhuisde – werden door twee bedrijfsvoetbalelftallen van de Postgiro – G.S.V. (Giro Sport Vereniging, opgericht 1928) – op de voetballocatie langs het spoor – voetbalwedstrijden gespeeld. Dit betreft dus de voorganger van het in 1941 opgerichte GONA – kan niet anders. Dat enkele maanden hiervoor – tijdens een Pinksterweekend – door de N.A.S.B. (Nederlandse Arbeiders Sport Bond) een voetbalfestijn werd georganiseerd kan uit onderstaand krantenartikel worden afgeleid. N.A.S.B., mijn eerste gevoel – afgeleid uit de naamgeving – verontruste mij – gelukkig betrof het de Nederlandse Arbeiders Sport Bond.
Om het bij voetbalclubs te houden zoom ik bij voorkeur in op AVV, G.S.V. en de eerste vanuit het HVB-zaterdagvoetbal afkomstige van Tuyllstraat-bespeler RAS. De voetballers met het verticaal geel/zwart gestreepte shirt en de zwarte broek waarvan wij onlangs konden vernemen dat het na de 2025/2026 degradatie van het vlaggenschip van de 4e naar de 5e klasse KNVB geen representatief eerste elftal meer kon inschrijven – jammer. Enerzijds een vreemde gang van zaken, anderzijds mocht het zo zijn dat een vereniging tijdens het seizoen het eerste elftal alsnog onverhoopt terug moet trekken de boetes niet te overzien zijn – kan de club zomaar duizend euro kosten – zitten bestuurders echt niet op te wachten.

Dus AVV, G.S.V. en RAS waren de eerste bespelers van de voetbalvelden aan de van Tuyllstraat te Voorburg – dat is duidelijk. Dat er nog een veelheid aan voetbalverenigingen volgden is overduidelijk.
In ieder geval is het helder dat er op de velden niet alleen kon worden gevoetbald, er kon worden gehandbald – zo beschikte G.S.V. over een handbalafdeling. Op de sportlocatie was zelfs een turnhal en een overkapping waaronder kon worden gerolschaats beschikbaar. Er werd tevens aan atletiek gedaan, waarbij ik mezelf afvaag hoe het met de veiligheid was geregeld toen circa duizend atleten zich verzamelden aan de van Tuyllstraat en een jonge atlete met een speer in de voet moest worden afgevoerd.
Tijdens mijn zoektocht viel het mij verder op dat voor toegang tot het sportpark 0,05 cent entreegeld moest worden betaald en indien men op de fiets kwam men tevens 0,05 cent moest afdragen aan een Gemeente-vertegenwoordiger die o.a. daarvoor was aangenomen. Herkenbaar? Zeker! Als jeugdspeler van W.I.K. moesten wij in de jaren zestig en zeventig aan de toegangspoort van het 2e gedeelte van het mooie Zuiderpark onze contributiekaart tonen. Indien wij hierover niet beschikte moest er gewoon worden betaald – anders kwam je er niet in. De fietsenstalling, onze fietsen moesten op zaterdagen en zondagen gewoon na betaling van de met de inflatie meegegroeide fietsenstallingprijs in de fietsenstalling nabij de ingang van ADO op slot worden gezet. Daar stond de hele dag een soort van fietsenstalling beheerder fietsen en bromfietsen te bewaken die er tevens voor zorgde dat een veelheid aan ADO-liefhebbers – tijdens thuiswedstrijden – tegen bijzonder goedkoop tarief het stadion kon betreden – maar dat terzijde.
Terug naar de voetbalvelden aan de van Tuyllstraat/Hoekwaterstraat te Voorburg.
Daar waar tegenwoordig een Gemeentelijk voetbalveld voor hele zaterdagen en/of zondagen gehuurd dient te worden daar was dit in de jaren dertig per dagdeel of zelfs per twee uur mogelijk – zo ook aan de van Tuyllstraat/Hoekwaterstraat – wel zo efficiënt voor de hurende voetbalvereniging zou ik willen concluderen. In die tijd wellicht met de Ockenburgh-voetbalvelden te vergelijken alwaar een veelheid aan voetbalverenigingen – ook bedrijfsvoetbal – de veelheid aan groene grasmatten kon betreden. Van 1930 tot 1932 speelde een aantal lagere elftallen van BMT aan de van Tuyllstraat/Hoekwaterstraat – GSC heeft er dus vanaf 1935 gevoetbald, zelfs HRC (Haagse Ruby Club) heeft er in de jaren dertig gerugbyd – het nodige rugbydoel-materiaal werd per wedstrijd opgebouwd – voetbalvereniging PATS speelde er vanaf de jaren dertig (in 1945 werd dit Oosterboys).
Dat men daar aan het sportterrein over een zogenaamde consumptietent beschikte was in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw mooi meegenomen. Verder beschikte men over drie kleedkamers en een wasgelegenheid – zie onderstaande advertentie uit 1938.


In de jaren veertig – ook tijdens de oorlog – was het een komen en gaan van voetbalclubs daar aan de Hoekwaterstraat. In 1942 (zie plaatje onder) werd de vermelding inzake een nieuw speelveld voor Provinciale Waterstaat wereldkundig gemaakt – in 1947 werd dit overigens PZH. Andere nieuwkomers waren Pare Boys, DORR en WAC.
Het was echt een machtige locatie voor buurtbewoners die zo vanuit hun tuin allerlei sportactiviteiten konden bewonderen, echter op dat moment dat aan het eind van de 2e wereldoorlog de voetbalvelden als tijdelijk vliegveld werden opgetuigd verdwenen de sportactiviteiten – men kreeg er echt iets speciaals voor terug. Met de intocht van de geallieerden en de Prinses Irenebrigade was de bevrijding van de Hofstad eindelijk een feit, echter vanwege oorlogsschade liepen de verbindingen met de rest ons land nogal moeizaam – snel vervoer door de lucht genoot de voorkeur. De sportvelden aan de Hoekwaterstraat lagen gunstig in de onmiddellijke nabijheid van de regeringsgebouwen en werden destijds zonder twijfel met onmiddellijke ingang gevorderd om in te richten als airstrip voor de kleine vliegtuigen van een Engels squadron. In mei 1945 aanvankelijk met een personeelssterkte van 22 man, in september 90 en in november waren er 120 man gelegerd. De kleedruimtes van het sportcomplex werden ingericht als slaapplaats – de turnzaal veranderde in een vliegtuigwerkplaats. Eind september 1945 startte de Regeringsdienst binnenlandse vluchten met tweemotorige toestellen. Voor een dergelijk vliegtuig was de Voorburgse airstrip te klein waardoor noodzakelijkerwijs in december 1945 het Voorburgse squadron naar vliegveld Valkenburg werd verplaatst – het noodvliegveld in Voorburg werd opgeheven en na verloop van tijd weer als sportveld in gebruik genomen. Voor een foto inzake het vliegveld kunt u op internet naar vliegveld Hoekwaterstraat zoeken – i.v.m. auteursrechten kan een prachtige vliegveld-foto hier niet worden gepubliceerd.
Vanaf begin 1946 konden de velden aan de Hoekwaterstraat dus gewoon weer worden bespeeld. De terreinnood was enorm, vandaar dat in 1946 zelfs HVV met een aantal elftallen tijdelijk naar Voorburg moest uitwijken. SVT, GONA, HGA, Oosterboys, GSC, PDK en Wit Blauw RK speelden hun thuiswedstrijden op de (nog steeds) drie velden. Het vaststellen van de wedstrijdprogramma’s moet haast wel een enorme klus zijn geweest – in die tijd werd alles nog handmatig geadministreerd en vastgesteld. Het was een komen en gaan van
voetbalclubs. CWP, NLS en DORR verhuisden of keerden terug naar de velden aan de Hoekwaterstraat – dat moet een drukte van jewelste zijn geweest destijds. En als je dan leest dat een vertegenwoordiger van de Voorburgse geneeskundige dienst – die vanuit het EHBO-huisje – weigerde om een speler van het in principe Haagse NLS te behandelen omdat de ernstige blessure op Voorburgs grondgebied had plaatsgevonden dan lijkt het mij helder dat kortzichtigheid destijds ook al hoogtij vierde.
Er kan gerust worden vastgesteld dat de velden overbelast moeten zijn geweest destijds. Op zomeravonden werd het zogenaamde zomeravondvoetbal gespeeld, voor schoolvoetbalwedstrijden kon men op woensdagmiddag o.a. aan de Hoekwaterstraat terecht. Ik ben echt benieuwd hoe die velden er eind jaren veertig en jaren vijftig hebben bijgelegen. Waren de remsporen van de vliegtuigen nog waar te nemen, groeide er nog wel gras, bestonden de velden uit een middenstrook van zand met gras aan de zijkanten – velden die na de winterstop als betonplaten aanvoelden en waarop men vooral geen sliding moest maken – was er sprake van verzwikte enkelbanden? Ik weet het niet, echter heb wel een donkerblauw vermoeden. Gevoetbald werd er – dat is zeker. SVT en Oosterboys besloten tot een Hoekwaterstraat-fusie – OSC was geboren. Dat in 1961 een kunstlichtinstallatie op het complex beschikbaar werd gesteld was uiteraard goed voor de extra veldtrainingen welke in de avonduren werden afgewerkt – of het allemaal wel zo goed voor de velden is geweest is nog maar de vraag. Trouwens ook de Valkeniers speelde kortstondig aan de Hoekwaterstraat – Duinoord en PVS maakten langdurig gebruik van deze velden. Ik moet eerlijk toegeven dat ik niet weet of alle Hoekwaterstraat-voetbalclubs in deze column zijn benoemd, echter ik ga er vanuit dat we vrijwel compleet zijn.

En dan is het 1964, het jaar dat vanuit officiële instanties wordt aangegeven dat het Hoekwaterstraat-sportcomplex op termijn zal worden gesloten – de Utrechtsebaan zal worden aangelegd. Geleidelijk aan moesten de clubs hun heil dus elders zoeken en dat is o.a. gelukt mede omdat er in Den Haag eind jaren vijftig een flink aantal voetbalcomplexen door de Gemeente is aangelegd. De laatste Hoekwaterstraat-voetbalwedstrijd is rond 1970 gespeeld, daarna was het tijd voor de definitieve aanleg van de Utrechtsebaan welke in 1976 in gebruik werd genomen.
Enkele voorbeelden van clubs die als gevolg van de aanleg van de Utrechtsebaan verhuisden zijn GSC, OSC en Duinoord. GSC verhuisde in 1965 naar het complex aan de Erasmusweg alwaar men jarenlang zou spelen. OSC verhuisde in 1967 naar de Vlamenburg in Mariahoeve, de locatie waar nu Haagse Hout – fusieclub tussen OSC en Postalia – is gehuisvest en het de fusieclub onlangs verboden werd om op één van de twee velden i.v.m. met een meeuwennest naast een doelpaal het betreffende veld te betreden. Hier mag iedereen het zijne van denken. Duinoord speelde daarentegen met het eerste elftal tot 1954 op de
velden aan de Hoekwaterstraat, echter nadat het vlaggenschip naar de KNVB promoveerde en de Hoekwaterstraat-velden schijnbaar ongeschikt voor KNVB voetbal zouden zijn speelde Duinoord 1 haar thuiswedstrijden niet meer op het voor hun vertrouwde terrein alwaar de lagere seniorenelftallen gewoon wel hun thuiswedstrijden bleven spelen. In 1957 degradeerde het 1e selectie elftal uit de 4e klasse KNVB – men keerde gewoon weer terug naar de Hoekwaterstraat. In 1966 verhuisde Duinoord met alle elftallen definitief naar het Kleine Loo, het complex waar VUC vanaf 1969 is gehuisvest. In 1965 verhuisde DORR naar Escamp. GONA was in 1959 reeds naar het complex aan de Berensteinlaan verhuisd. PZH verhuisde in 1965 naar de Hengelolaan alwaar men als onderverhuurder bij BMT introk. CWP was reeds in 1957 naar het veld aan de Muurbloemweg vertrokken, PDK in 1949 naar Ockenburgh, Wit Blauw RK in 1949 naar de Westvlietweg, RAS in 1946 naar de velden aan de Nijkerklaan, terwijl NLS naar de Buurtweg verhuisde. PVS heeft nog zeker tot 1968 aan de Hoekwaterstraat gespeeld.
Geleidelijk aan werden de Hoekwaterstraat-velden dus meer en meer verlaten, gras werd immers vervangen door de betonnen Utrechtsebaan snelweg.
OSC-jeugdelftal aan de Hoekwaterstraat – zie tevens de huizen gelegen aan de Hoekwaterstraat waarvan de ramen onbeschermd waren. Aan de zijde waar de fotograaf stond ligt nog steeds het spoor.
Situatie Hoekwaterstraat anno 2026 – op de foto onder treft u de huizen van de Hoekwaterstraat – op de foto boven ziet u de ophoging naar de Utrechtsebaan. Uitzicht dat vanaf de jarenzeventig nogal veranderd is – zullen de bewoners blij mee zijn geweest.
Het is toch minimaal opvallend dat als ik mijn vele voetbalvrienden vraag of zij zich voor de geest kunnen halen of er ooit tijdens een wedstrijd of training een bal door een ruit is geknald er slechts door 1 voormalig voetbalicoon wordt vermeld dat hij ooit in een uitwedstrijd bij Cromvliet een hoog over het doel ingeschoten bal – hij had destijds schijnbaar verkeerde schoenen aan of de doos zat er nog omheen – dwars door een woonkamerruit schoot. Een ander voetbalicoon wist mij te vermelden dat als SVV Scheveningen op één van de bijvelden nabij de voormalige hoofdingang trainde het zomaar kon gebeuren dat één van de gestalde caravans van het nabij gelegen Caravan-verkoopbedrijf door een verdwaalde bal werd geraakt en de spelers de scherven van oranje caravan-koepels omhoog zagen springen – zo zijn er destijds verschillende caravans onbedoeld beschadigd. Zullen er ruiten van de woningen aan de Hoekwaterstraat zijn beschadigd? Ja dus. Heeft een voormalig voetballer dit aan mij gemeld, nee dus. Maar daar komt het – een krantenartikel uit 1958.

Uit een deel van dit krantenartikel kan worden afgeleid dat men in 1958 een voorzet nodig had om hoe dan ook e.e.a. te verzekeren. Tegenwoordig maakt een veelheid aan voetbalverenigingen gebruik van met name aansprakelijkheidsverzekeringen per lid en dat is maar goed ook. Ik moet er namelijk niet aan denken dat er bijvoorbeeld een bal door een grote ruit van het sponsorhome op de 1e etage van het SVV Scheveningen-clubgebouw wordt geknald – de kosten zijn niet te overzien. Wat te denken van de glasscherven die in het rond vliegend de nodige schade aan de aanwezige personen kunnen aanrichten. Het is daarom dus best onbegrijpelijk dat bijvoorbeeld de voormalige kantines van SVPTT, ESDO en nog veel meer voetbalclubs onbeschermd aan de lange zijde van het hoofdveld lagen (ESDO-kantine staat er overigens nog steeds). Had men nog nooit van risicomanagement gehoord?
De overige voetbalgiganten van weleer verraste mij met interessante anekdotes inzake straatvoetbal in de jaren zestig alsmede opmerkelijke wedstrijdsituaties met een humoristisch karakter. Inzake het straatvoetbal kan iedereen zich herinneren dat er na school gewoon met een plastic bal werd gespeeld. Dat zo’n bal door een boze buurman zomaar stuk werd gesneden herkent een ieder. Dat er vervolgens een soort van buurtrelletje kon ontstaan was bijna vanzelfsprekend. Dat de boze buurman niet gek moest staan te kijken dat zijn ramen eruit werden geslagen of via een steen van een gat, inclusief barsten, werden voorzien was best wel logisch – boontje kwam om zijn loontje. Natuurlijk de uitzondering bevestigd de regel – vele buren hebben nadat de plastic bal elke weer in hun tuin belandde de bal gewoon netjes teruggegeven. Een voetbalheld van weleer meldde dat hij op 12-jarige leeftijd een groot raam van de buren zodanig raakte dat de bewoners dachten dat een omvangrijke boekenkast in elkaar was gestort. Integendeel, het raam lag eruit. Dit werd niet gewaardeerd door de buurman die toevallig bij de krijgsmacht een hogere rang dan de vader van de schutter had. De hogere officier – welke door de ruitenbreker nog immer als klootzak wordt beschouwd – heeft zijn functie destijds misbruikt om zijn vader te laten boeten. Weer een andere straatvoetballer meldde dat hij ooit op 9-jarige leeftijd een volwassen buurman – geheel onbewust – bewusteloos heeft geschoten. De goede man was zijn vouwwagen op hun reguliere voetbalplek aan het testen toen hij een bal tegen hoofd en bril kreeg – was gewoon een ongelukkige samenloop van omstandigheden, althans! Wat men liever niet met een plastic straatvoetbal had willen meemaken betreft een gesneuvelde woonkamerruit terwijl een overleden persoon in de woonkamer lag opgebaard – dat was schrikken en onbedoeld – wellicht had er daar in de Molenslootstraat even een paar dagen niet gevoetbald moeten worden?
Ja een voetbal brengt veelal plezier, er zijn echter uitzondering blijkt uit bovenstaande Molensloot-anekdote. Wat ooit op het oude voetbalveld aan de IJzerwerf begon eindigde in een achtervolging van tien minuten om uiteindelijk samen aan de bar – het slachtoffer met een bult op zijn hoofd en een blauw oog – een biertje te drinken. Het betrof een thuiswedstrijd van het standaardelftal van BTC. Naast het voetbalveld lag een soort van knollenveld waarop de wedstrijdbal regelmatig belandde. Tijdens zo’n ophaalbeurt bedacht een BTC-speler dat hij niet de bal maar een knol ter grootte van een bal tijdens het nemen van een uitbal op het hoofd van een medespeler zou laten landen. Ziet u het voor u? Pijnlijke situatie. Vrijwel hetzelfde gebeurde bij GSC aan de Erasmusweg. Naast het hoofdveld waren volkstuintjes met bijbehorende kassen gelokaliseerd. Ook van dit terrein moest men regelmatig een uitgeschoten bal ophalen. Tijdens de zoektocht naar de betreffende bal trof een speler een bloemkool ter grootte van een wedstrijdbal. Om een lang verhaal kort te maken – de bloemkool werd bewust op de voet van een tegenstander geworpen – het betrof een pijnlijke kwestie. Het is maar goed dat de voetbalschoenen destijds van nogal robuust materiaal waren gemaakt – met het tegenwoordige schoeisel had men gegarandeerd een aantal middenvoetsbeentje gebroken. Overigens vraag ik me oprecht af of GSC verzekerd was indien een bal een broeikas raakte en het volledige glaswerk in duizend stukjes kon worden teruggevonden. Ja een leren bal kan schade aanrichten – zelfs lachwekkende verstoringen. Wat te denken van mensen die in een lichte regenjas – tijdens een hoosbui – werden verrast door een hoge bal die tussen de zijlijn en de afrastering in de tijdens de wedstrijd veroorzaakte blubber belandde. Afhankelijk van de inslag spoot de blubber omboog waarna de spetters bagger op de jas en het hoofd van de toeschouwer belanden – een spikkelrijke paddenstoel was er niets bij. Allemaal waar gebeurd, echter dat de staartvoetballers uit Duindorp bij het spokenportiek in de Duindorpse Pampusstraat de ramen – ondanks een veelheid aan voltreffers nooit kapot hebben kunnen schieten zou een leek als wonderbaarlijk hebben kunnen uitleggen. Deze ramen waren echt niet van glas – dat moeten die straatvoetballers geweten hebben anders hadden zij daar – onder het raamkozijn lag het doel – echt geen partijtjes gespeeld. De eigenaar van dat pand moet haast wel een echte voetballiefhebber zijn geweest.
Tot slot – ergens in de jaren 80 speelde de VIOS A-jeugd – op veld 3 – er was nog sprake van houten doelpalen – een oefenpotje tegen de talentvolle B-jeugd. In het A-elftal speelde ene Wim Baggerman – een speler met een snoeihard schot in de benen. Nadat hij een bal perfect aangespeeld had gekregen haalde hij vol uit waarna de bal met duizelingwekkende snelheid de houten doelpaal trof – het leek erop alsof de bliksem insloeg – de staander brak vervolgens in tweeën. Misschien was het houtwerk wel verrot – ooggetuigen weten het niet zeker – in ieder geval wordt er nog immer met veel verbazing op dit opmerkelijke doelpaal moment teruggekeken. En dan is het maar goed dat er bij VIOS destijds geen achtertuinen of balkons in de nabijheid van de velden waren gelokaliseerd – anders had de betreffende VIOS-krachtpatser met een beetje pech zomaar een kop van iemands romp afgeschoten.
Rini Toet
03-07-2026