In mijn zoektocht naar interessante historische Haagse voetbalverhalen dacht ik er goed aan te doen op enkele sportparken welke meer dan 75 jaar als o.a. voetbalpark dienst hebben gedaan en vervolgens i.v.m. woning- en/of kantorenbouw zijn verdwenen in te zoomen.
Aangezien ik hierbij onmiddellijk aan de twee sportparken links en rechts van de Hoornbrug moest denken dacht ik er goed aan te doen terug te gaan naar het ontstaan van deze sportcomplexen nabij de Vliet. Dit keer zal dus worden ingezoomd op sportpark Hoornpark alsmede sportpark Holland welke vanaf het begin van de jaren twintig van de vorige eeuw respectievelijk links en rechts voorbij de Hoornbrug in Rijswijk zijn aangelegd. Om e.e.a. goed te duiden is het in dit geval noodzakelijk dat men dit dan wel vanaf de Hoornbrug richting Delft/Rotterdam zal moeten bekijken. Die voetbalvelden van Semper Altius, Dynamo’67 en Juventas – die wij ons kunnen herinneren liggen er dus niet meer! Juventas lag rechts van de Hoornbrug – kon je zonder probleem vanaf de Hoornbrug en de grote weg in de verte zien liggen. Semper Altius en later Dynamo’67 lagen – verscholen tussen de bomen en vanaf 1965 achter motel Hoornwijck – links van de Hoornbrug. Waren dit de enige velden aan de Hoornbrug, absoluut niet dus. Het leverde mij absoluut wel een gigantisch uitzoekwerk op – maar dan heb je ook wat.
De wedstrijd Semper Altius – Holland Sport’32 op 13 september 1980 op Sportpark Hoornpark
Vorige week spraak ik Rob Pronk nog even en stelde hem de vraag waar hij al die historische voetbalinformatie per voetbalvereniging vandaan heeft getoverd – het is nogal wat. Zijn antwoord luidde “o.a. uit jubileumboeken alsmede van clubiconen die hun clubhistorie reeds in chronologische volgorde op papier hadden vereeuwigd”. Dat is dus een mega-klus geweest en tegelijkertijd de reden dat ik daar waar van toepassing van de website van de Haagse voetbalhistorie vastgelegde informatie gebruik maak. Daarnaast zoek ik bij voorkeur zelf naar krantenartikelen aan de hand waarvan een column kan worden samengesteld, bel voetbalkennissen op of ontmoet op de dag van de Haagse voetbalhistorie o.a. mensen van Dynamo’67 die mij meer over hun tijd in het Hoornpark kunnen vertellen. Dat ikzelf bijna zeventig jaar in het Haagse voetbalwereldje meedraai is bij het schrijven van dit soort columns altijd meegenomen.
De columns van Rini Toet worden mede mogelijk gemaakt door “BeDe Kamerverhuur”
De Haagse voetbalgeneratie welke in de jaren 60, 70, 80 en 90 de voetbalvelden onveilig hebben gemaakt zullen zich met zekerheid kunnen herinneren dat Semper Altius en later Dynamo’67 op Sportpark Hoornpark actief waren en dat Juventas (Escher Boys speelde daar ook – woonde in bij Juventas) de velden aan de andere kant van de Hoornbrug – ingang Rotterdamseweg – best een behoorlijke tijd heeft bespeeld. Vier voetbalverenigingen die hun sporen binnen ons Haagse voetbalwereldje hebben verdiend – dat Juventas, Dynamo’67 en Escher Boys niet meer bij de KNVB zijn ingeschreven is jammer – dat het in 1928 opgerichte Semper Altius in het voorbije 2025/2026 seizoen als kampioen van de vijfde naar de vierde klasse KNVB is gepromoveerd is meer dan terecht – het zou mij niet verbazen als men in het jubileumjaar 2028 in de derde klasse KNVB zal spelen.
Laat mij eerst op de geschiedenis van het Sportpark Hoornpark inzoomen. Het eerste krantenbericht welke mij vanuit de Delpher database werd voorgeschoteld betrof de aankoop van het sportpark door de Bond van ’s-Gravenhaagsche patronaten in 1922. Hiermee kon men in de behoefte van verschillende Rooms Katholieke clubs in het voetbaldistrict Den Haag voorzien. Het terrein was gelegen nabij de Hoornbrug in de richting van Leidschendam, terwijl het aan de achterzijde grensde aan de nog aan te leggen weg van Den Haag naar Rotterdam (tegenwoordig A13). Het sportcomplex bevatte drie voetbalvelden van internationale afmetingen, twee korfbalvelden en een atletiekbaan. Naast de conciërgewoning was een viertal kleedtenten gebouwd voor de voetbalverenigingen Wilhelmus, EDOH, VIOS, VVB, Quick Step, Bonifacicus en Velocitas.
Ik raakte bij het lezen van dit rijtje voetbalclubs best wel in de war – moest bijvoorbeeld Quick Step niet Quick Steps zijn? Ik heb uiteindelijk kunnen vaststellen dat Quick Step dus echt wel heeft bestaan – betreft het een voorloper van het latere Quick Steps dat in 1933 werd opgericht en afgelopen zaterdag naar de 4e klasse van de KNVB promoveerde? Ik ben krantenartikelen uit 1923 tegengekomen waaruit kan worden afgeleid dat Quick Step uit Scheveningen afkomstig was – dan kan het mijns inziens haast niet anders zijn dan dat het in 1933 in Scheveningen opgerichte Quick Steps raakvlak met Quick Step had – verder kan ik het ook niet uitleggen. Wellicht kan iemand mij aangeven hoe dit zit?
Het betrof derhalve een enorm uitzoekwerk – daarom toch maar even dankbaar gebruik gemaakt van de website van Rob Pronk waarop ik tot mijn grote verbazing kon vaststellen dat VVP in de eerste jaren van haar bestaan als Wilhelmus door het leven ging – Wilhelmus op het Hoornpark was dus ook weer uit te leggen. De naam van de vereniging werd in 1922 gewijzigd in V.V.W. (Voetbal Vereniging Wilhelmus) echter in 1924 kreeg de club weer een nieuwe naam. Ditmaal werd er gekozen voor Voetbal Vereniging Pancratius, afgekort V.V.P. – de thuiswedstrijden werden op het Hoornpark gespeeld. Mijn grote vraag betreft het andere Wilhelmus dat reeds in 1913 was opgericht. Twee voetbalverenigingen in dezelfde regio met dezelfde naam was dit wel toegestaan? Blijkbaar wel dus. En hoe zat dat eigenlijk met VIOS op het Hoornpark, was dit het VIOS dat wij kennen of was er nog een VIOS – ik heb helaas niet kunnen vaststellen hoe dit destijds was geregeld.
Dat de Hoornpark velden in die tijd als het ware werden ingezegend verbaasde mij daarentegen niets – de patronaten waren immers aan de Rooms Katholieke gemeenschap verbonden.
Als je dan leest dat een fanfarekorps voor de vrolijke stemming zou zorgen betreft dit voor mij een feest der herkenning. Niet dat ik dit in 1922 heb meegemaakt, echter velen van u zullen zich met mij nog voor de geest kunnen halen dat als het Nederlands elftal in de jaren zestig en zeventig een thuiswedstrijd speelde er vrijwel altijd een fanfarekorps acte de preseance gaf – altijd beter als dat kattengejank van vorige week voorafgaande aan de oefeninterland tussen Oranje en Algerije. Het zou mij niet verbazen dat de 0-1 nederlaag te wijten is aan het korte – nogal twijfelachtige optreden. Zingen de Oranjespelers eindelijk een keertje uit volle borst mee krijgt men een zangeres voorgeschoteld die op de dag van de Haagse voetbal historie niet eens uitgenodigd zou worden – die had geld moeten meebrengen! Ach de KNVB maakt wel meer fouten!
Vanaf de opening van het nieuwe sportcomplex was er altijd wel wat te doen daar op het Hoornpark – allerlei sportwedstrijden voor de Rooms Katholieke jeugd die voorafgaande aan een sportevenement vanuit de Haagse Binnenstad in een soort van militaire mars – wel een gezellige optocht – serieus doch lachend naar het Hoornpark wandelden. In 1926 werd subsidie voor o.a. een vierde veld aangevraagd – dit verzoek werd niet goedgekeurd c.q. afgekeurd. Helaas van afgekeurde velden heeft men in sportpark Hoornpark best wel teveel last gehad – maar dat terzijde. In 1927 werd voetbalvereniging Graaf Floris bespeler van het Hoornpark. Hetzelfde jaar dat EDOH daar ook nog steeds haar thuiswedstrijden afwerkte. In 1927 hadden zeven sportverenigingen hun thuisbasis op het Hoornpark. Atletiekdagen tussen voetbalverenigingen op het sportcomplex behoorden tot veelvuldig terugkerende evenementen. In 1927 waren de Hoornpark-velden te vaak afgekeurd, eigenlijk bleef dit tot 1999 een structureel probleem. In 1927 wandelden circa 300 Rooms Katholieke jonge turners – onder begeleiding van drie muziekkorpsen – vanaf het Hofwijckplein naar het Hoornpark alwaar een geweldig sportdag op het programma stond. In 1930 werd het Hoornpark door de gemeente gehuurd. In de sportkroniek kon zelfs worden teruggelezen dat er bij voetbalclubs werd ingebroken. Moet je tegenwoordig mee aankomen – mensen mogen blij zijn als een aangifte bij de politie wordt geregistreerd.
Het was eigenlijk een komen en gaan van thuisspelende voetbalverenigingen daar op sportpark Hoornpark. In 1932 verhuisde VVP naar het Zuiderpark, in 1933 speelde VVB er. In 1937 speelden o.a. de Valkeniers (overigens vanaf 1926), GDS en VAP op het Hoornpark. Na de fusie tussen Wit Blauw en VAP speelde fusieclub Wit Blauw RK op het sportcomplex. In 1938 werd de eerste overdekte tribune inzake de Haagse Rooms Katholieke Hoornpark-sportvelden in gebruik genomen. Voetballers die in de jaren zestig en zeventig hun uitwedstrijden bij Semper Altius hebben gespeeld kunnen zich overigens geen overdekte tribune voor de geest halen – ik ben dus benieuwd wanneer die tribune is afgebroken – zal dit in de oorlog zijn geweest? In ieder geval werd in 1938 de nieuwe tribune ingezegend.
In oktober 1940 was Sportpark Hoornpark – nabij vliegveld Ypenburg gelegen – geheel buiten gebruik, echter in december 1940 speelden GDS en de Valkeniers met enkele elftallen op één beschikbaar Hoornpark-veld – overige elftallen speelden aan de Kleiweg te Rijswijk. Na de oorlog werd de competitie op 4 november 1945 op o.a. Sportpark Hoornpark hervat – voetbalverenigingen GDS, Valkeniers en PDK hadden op dat moment dus hun thuishonk op het Hoornpark. In 1947 speelde zelfs KSD thuiswedstrijden op het sportpark aan de Vliet. Ik ben me ervan bewust dat niet alle Hoornpark-bewoners in deze column zijn benoemd, echter het overgrote deel van de bespelers is wel degelijk beschreven. We zijn er nog niet.
En dan is het 1948, het jaar dat Semper Altius aan de Jan Tijssenweg – op sportpark Hoornpark – wordt gehuisvest. Dat dit voetbalavontuur tot 1999 heeft geduurd betekent dat Semper Altius exact 51 jaar aan de Vliet heeft gevoetbald.

In bovenstaande aankondiging is bewust aangegeven dat men via de HTM de Hoornbrug kon bereiken. Het was decennia lang best wel handig dat in de sportkroniek en later Voetbal West werd vermeld met welke tram of bus men allerlei voetbalverenigingen kon bereiken. Auto’s waren er nog nauwelijks in 1948 – veel Haagse voetbalverenigingen werden via het openbaar vervoer, de fiets of wandelend bereikt. Dat het tramvervoer richting Hoornbrug tot 1923 met de zogenaamde stoomtram plaatsvond en vervolgens met de elektrische tram zorgde er na 1923 voor dat door gefrustreerde voetballers in de tram minder stoom werd afgeblazen – dat was dus lekker meegenomen. Dat het in 1956 nabij gelegen Motel Hoornwijck werd gebouwd en later in de volksmond ook wel motel Hornywijck werd genoemd is duidelijk – het motel was vrijwel altijd volgeboekt. Ik ben benieuwd of de heren voetballers na hun wedstrijd of training hier ook stoom hebben afgeblazen.
Ondertussen werd op sportpark Hoornpark steeds intensiever gehandbald.
In 1949 speelde voetbalvereniging GDS nog steeds op het Hoornpark en weken de jeugdelftallen van vv Rijswijk uit naar de voetbalvelden aan de Vliet. Dat vv Rijswijk ooit – in 1921 – aan de andere kant van de Hoornbrug op sportpark Holland – was begonnen wordt verderop uitgebreider beschreven. Overigens het fenomeen dat jeugdelftallen op een ander complex dan de seniorenafdeling speelden of spelen kan nooit als een ideale situatie worden beschouwd, echter nood breekt wetten. Zo speelde jarenlang GDA-jeugdelftallen alsmede lagere GDA-seniorenelftallen op Ockenburgh, terwijl o.a. de GDA-hoofdmacht achter de kerk in Loosduinen hoogtijdagen vierde. Wat te denken van de Duindorp sv jeugd op Ockenburgh, terwijl de senioren aan de Albardastraat – bij ODB – hun voetbalkunsten vertoonden. Er zijn voorbeelden genoeg – op Dynamo’67 zal verderop nog worden ingezoomd, dat de jeugd van het oranje shirt en de blauwe voetbalbroek op Don Bosco speelde was zeker niet vervelend, echter wel degelijk onhandig. Het blijft bij voorkeur best wel noodzakelijk dat de gehele voetbalafdeling haar thuiswedstrijden op één complex kan spelen. Qua binding, support en doorgroei lijkt mij dit logisch. Voor zover mij bekend speelden enkele jeugdelftallen van HVV tot voor kort – of wellicht nog steeds – haar thuiswedstrijden bij KSD/Marine. Enerzijds een rijkdom dat een voetbalvereniging zoveel leden heeft, anderzijds is het uitwijken i.v.m. overvolle velden ongewenst.
Dat de drie Hoornpark-voetbalvelden als het ware in elkaars verlengde lagen betekende feitelijk dat als men op het verste veld moest spelen er flink moest worden gewandeld, op zich niets mis mee – fijne warming-up. De drie velden lagen dus achter elkaar. Dit betekende dat de vrijwel naast de velden gelegen sloot als hinderlijk werd beschouwd. Hinderlijk waarom dan? Het was in die tijd dus best wel lastig om een bal uit die sloot te halen – trouwens nog steeds. Geïmproviseerde ballenvangers zullen er best wel zijn geweest, echter men maakte veelal gebruik van lange boomtakken, een lange stok of een rijtje (zie foto onder) aan mannen waarvan de laatste half over het water hangend – met alle risico’s van dien – de bal naar de waterkant probeerde te manoeuvreren.
Er zal er best wel eens iemand in voetbaltenue in het water zijn gelazerd ziet u het voor zich? In die tijd – in 1949 – was het pupillenvoetbal eindelijk door de KNVB geformaliseerd – de lat werd d.m.v. de zogenaamde pupillenlat lager gepositioneerd. Kon men deze latten met beugels niet als ballenvanger gebruiken? Ik denk het niet – nogal lomp om op te tillen dus. Komt nog bij dat direct na de oorlog een ernstig gebrek aan voetbalmateriaal van toepassing was – schaarste inzake o.a. wedstrijdballen betekende dat er in de regel per wedstrijd slechts 1 bal beschikbaar was. Als de bal in de sloot belandde had men derhalve een probleem, seniorenwedstrijden duurde destijds in de regel 2×30 minuten – terreinnood lag hier aan te grondslag. Vertragingen als gevolg van ballen in de sloot kon men er derhalve niet bij hebben. En dan betrof het in die tijd tot overmaat van ramp ook nog eens zogenaamde veterballen die echt niet een te lang verblijf in het majem konden overleven. Had men de bal eindelijk op het droge dan kon de bal zomaar een kilo zwaarder wegen – prettige wedstrijd heren! Ik weet overigens best wel dat ballenvangers in het voetbalwereldje als de verhoogde netten of hekwerken achter het doel worden gezien, echter ik kan even geen andere benaming voor de vangers van ballen in de sloot bedenken. U wel? Naderhand had men op bepaalde plekken over de sloot balken aangelegd – kon men eenvoudiger de overkant bereiken en in de sloot belandde ballen als het ware vanaf de kant oppakken.

Sloot anno 2026 – destijds de sloot naast de drie beschreven velden. Daar waar men destijds moest worstelen om een bal uit de plomp te kunnen redden daar maakt de lokale brandweer tegenwoordig dankbaar gebruik als waterwinplaats.
In 1954 vertrok GDS van het Hoornpark, in hetzelfde jaar besloot de Gemeenteraard dat het tijd werd het aantal Hoornpark-kleedkamers uit te breiden. Vanaf 1954 werden de jaarlijkse schoolvoetbaltoernooien o.a. op het Hoornpark georganiseerd, andere parken waar het schoolvoetbal vanaf die jaren flofeerde betroffen o.a. het Zuiderpark en Ockenburgh. In 1954 speelde naast Semper Altius ook voetbalvereniging Rijswijkse Boys als nieuwe bewoner op het Hoornpark. De Valkeniers had Sportpark Hoornpark inmiddels op verzoek van de Gemeente verlaten. In 1955 werden nieuwe kleedkamers en een nieuwe kantine geopend. Bedrijvigheid volop.
In 1957 besloten voetbalverenigingen SVRB en ATVV tot een fusie over te gaan. Als naam voor de nieuwe vereniging werd Hoornwijck gekozen, logische naam – kon ook haast niet anders – men ging immers in omgeving Hoornwijck voetballen. In 1961 werd deze fusieclub, waarvan het eerste elftal in de vierde klasse van de KNVB speelde, opgeheven. Nogmaals het was een komen en gaan van voetbalverenigingen. Ondertussen bleef de terreinnood In Den Haag en bijbehorende randgemeenten een issue – diverse lagere alsmede jeugdelftallen van Vredenburch speelden van 1957 tot en met 1959 op het Hoornpark, in 1967 herhaalde deze verhuisbeweging zich kortstondig. Zelfs de Valkeniers – men keerde dus kortstondig terug – speelde in het geboortejaar van Dynamo’67 met lagere elftallen op Hoornpark. Feitelijk kan Sportpark Hoornpark vanaf 1922 – ondanks de snel afgekeurde velden – als een fijne voetbal uitwijklocatie worden beschouwd.
Moet je tegenwoordig eens goed om je heen kijken, het aantal voetbalvelden dat op zondagen onbespeeld blijft is best wel schrikbarend, dit terwijl een groot aantal sportparken als gevolg van allerlei infrastructurele projecten of golfbanen naar de eeuwige jachtvelden is vertrokken.
In 1966 was het zover, Semper Altius – de club die jarenlang voetbalverenigingen bij zich kon laten inwonen moest als gevolg van teveel aan voetballende leden voor bepaalde thuiswedstrijden naar het Prinses Irenesportpark uitwijken – dit kon dus nooit de bedoeling zijn was de conclusie – men was achteraf gezien toch niet zo tevreden met deze splitsing. Voor de clubgeest en voor de eenheid in de vereniging was het gewoon beter dat alle thuiswedstrijden op de drie velden aan de vliet werden gespeeld. Dan maar een ledenstop werd geconcludeerd – misschien een luxeprobleem? Hadden meer voetbalverenigingen hier last van?
In 1968 werd het bedrijfsvoetbal – de zomeravondcompetitie – o.a. op de velden van Semper Altius gespeeld. Ik neem aan dat dit extra inkomsten opleverde, echter de velden werden bij gebruik in de zomermaanden niet door de Gemeente onderhouden. Ik weet het niet zeker, echter het lijkt mij stug dat die velden vanaf de herfst niet sneller werden afgekeurd.
Tijdens het seizoen 1974/1975 verhuisde Dynamo’67 met de seniorenafdeling naar sportpark Hoornpark. Semper Altius en Dynamo’67 aan de Jan Thijssenweg wie kan het zich nog herinneren? Wat mij van deze voetballocatie altijd is bijgebleven betreft de veelheid aan ooievaars tussen het sportpark en Drievliet – ik kan mezelf niet herinneren dat ik elders zoveel ooievaars bij elkaar heb gezien. Maar dat terzijde.
Dynamo’67 maakte qua kantine aanvankelijk gebruik van de gastvrijheid van Semper Altius. Of men bijvoorbeeld over eigen ijskasten beschikte is mij onbekend, wellicht kan iemand aangeven hoe dit was geregeld. Had men naast de geinde contributie andere inkomsten? Was dit net zo geregeld als bij PGS en Vogel aan de Genemuidenstraat of vanaf 1960 bij W.I.K. en HDV – die clubs maakten gebruik van hetzelfde clubhuis, echter hadden gewoon hun eigen ijskasten.
In 1976 was er sprake van groot Hoornpark-onderhoud. Het aantal kleedkamers werd uitgebreid, men had vanaf dat moment twee scheidsrechters kamers tot haar beschikking, het toegangspad werd geasfalteerd en er werden zeven nieuwe lichtmasten geplaatst. Over lichtmasten gesproken, ongeveer in 1985 is op één van de drie voetbalvelden een aantal tweedehandslichtmasten geplaatst die van de HTM afkomstig waren. Dat deze masten feitelijk iets tekort waren was voor de betreffende HTM-monteurs geen probleem, de masten werden gewoon overdags van een soort van verlengstuk voorzien. Alles in de baas zijn tijd – het schijnt dat één of andere HTM-directeur een functie in het Semper Altius bestuur had – alles gratis – goed geregeld toch.

Semper Altius en Dynamo’67 maakten gezamenlijk gebruik van de kleedkamers – was goed geregeld. Immers Dynamo’67 speelde met de senioren op zondag, de zaterdag was voor de jeugd en de senioren van Semper Altius. Dynamo’67 trainde op woensdag en vrijdag, terwijl Semper Altius haar trainingsavonden op dinsdag en donderdag organiseerde. De velden werden deels begrensd door een weiland waar destijds nog koeien liepen – met een beetje pech stapte men tijdens een bal ophalen zomaar in een koeienvlaai – dat was dus opletten geblazen.
Die senioren van Dynamo’67 hebben een heerlijke tijd gehad daar op het Sportpark Hoornpark. In de winter konden vanuit het in 1984 opgeleverde nieuwe Dynamo’67 clubhuis bijvoorbeeld de schaatsen worden ondergebonden – schaatspret volop. Na het schaatsen een heerlijke kom met erwtensoep – beter kon het niet – het was gewoon een geweldige tijd. Bij afkeuringen kon er conform afspraak op de verharde handbalveldjes van Hercules worden getraind, er werden zelfs toernooitjes gespeeld – bij onbespeelbare voetbalvelden kon zelfs op de nabijgelegen tennisvelden worden getraind. Omdat de Dynamo’67 senioren vrijdags na de training ouderwets plaatsnamen aan de bar kon het voorkomen dat een Dynamo’67 jeugdleider in één keer naar zijn jeugdwedstrijd door kon – gezelligheid kent geen tijd.
Zoals gesteld trainde en voetbalde de Dynamo’67 jeugd op het sportveld van Don Bosco. Dit veld ligt er dus nog steeds, echter gevoetbald wordt er allang niet meer. Uitzonderingen bevestigen de regel, 1 keer per jaar speelden de ouders van de Dynamo’67 jeugd tegen de jeugd op het Dynamo’67 veld te Hoornpark. Dat dit spektakel door de toenmalige staatssecretaris van sport – Erik Terpstra – werd begeleid kan nog steeds op de Facebookpagina van Dynamo’67 worden teruggevonden. Op onderstaande foto ziet u de geasfalteerde handbalveldjes waarop tijdens afkeuringen door de voetballers van sportpark Hoornpark gevoetbald kon worden.
Het zal ergens in de jaren zeventig zijn geweest dat tijdens de winterstop de complete jeugdafdeling van W.I.K. op Don Bosco door Dynamo’67 werd uitgenodigd voor een soort van spelletjesmiddag – de Don Bosco opstal was ruim genoeg om dit soort extra festijnen te organiseren. Wellicht kan iemand van u zich voor de geest halen dat men in de winterstop – door Dynamo’67 – op Don Bosco werd uitgenodigd?
Uiteindelijk verhuisden Semper Altius en Dynamo’67 in 1999 noodgedwongen i.v.m. een Hoornwijck-bestemmingsplan naar sportpark Hoekpolder! Dit was dus tegelijkertijd het einde van Sportpark Hoornpark – na 77 jaar kon er op dit sportpark niet meer worden gesport. Alhoewel een rondje hardrennen rond het tussen Drievliet en business en villapark Hoornwijck prachtig aangelegde natuurgebied Molenvlietpark kan heden ten dage zeker geen kwaad. Met een beetje geluk kan zelfs een ooievaar worden waargenomen – ik heb er deze week toevallig nog 1 op een ooievaarsnest op het Molenvlietpark zien zitten.
Even een switch naar het sportcomplex aan de andere kant van de Hoornbrug alwaar in 1921 het nieuwe sportpark Holland werd geopend. Het zal geen toeval zijn geweest dat men destijds in dezelfde periode sportparken links en rechts van de Hoornbrug heeft aangelegd – een stukje planmatig plannen kan immers geen kwaad. In 1921 werd dus de Rijswijkse wielerbaan op het terrein van buitenplaats Ypenburg aan de Delftweg (de weg langs de vliet) aangelegd. Een prachtige luchtfoto uit die tijd kan vanwege auteursrechten niet worden geplaatst – zoekt u maar even op wielerbaan Rijswijk 1921. Als u tegenwoordig de Hoornbrug richting Rotterdam passeert treft u aan de rechterzijde voorbij de brug een BMW-hoofdkantoor – daar lag dus de wielerbaan met in het middenterrein een oppervlakte waarop een voetbalveld werd aangelegd – dit veld werd in 1924 voor voetbal vrijgegeven. Naast de wielerbaan lag nog een voetbalveld waarop van 1921 tot 1932 gewoon door RVV Rijswijk werd gevoetbald – de club van het prachtige verticaal groen/zwarte shirt was derhalve de eerste voetbalvereniging die aan de Delftweg/Rotterdamseweg hun thuiswedstrijden speelde. Aangezien in 1932 een nieuwe trambaan over het RVV Rijswijk-veld werd aangelegd betekende dit het einde van dat voetbalveld op sportpark Holland. Weet u dat ook weer.
Dat de houten wielerbaan – met een tribunecapaciteit van 12.000 toeschouwers – alweer in 1940 werd afgebroken – had aanvankelijk niets met eventuele schade inzake de slag om Ypenburg van doen – er was niets door het oorlogsgeweld aangetast – echter de eigenaar dacht er goed aan te doen om de wielerbaan toch maar te verkopen. Het risico van oorlogsvernietiging was immers te groot.


Boven juni 1924
Dat voetbalvereniging SOA van 1935 tot 1939 op het aangelegde middenterrein-veld van de Rijswijkse wielerbaan haar thuiswedstrijden afwerkte zal niet voor 12.000 toeschouwers hebben plaatsgevonden, echter moet haast wel een aparte gewaarwording zijn geweest. Was het sfeertje wellicht te vergelijken met de mismoedige entourage van afgelopen maandag – de dag dat Oranje tegen Oezbekistan oefende – met nadruk op oefende.
Dat in 1932 ter kennisgeving voor de voetbalverenigingen twee velden bij de Rijswijkse wielerbaan beschikbaar werden gesteld doet mij vermoeden dat dit best weleens de velden kunnen zijn geweest waarop later Juventas haar thuiswedstrijden speelde – dus met ingang Rotterdamseweg. Het ene veld had internationale afmetingen en was voorzien van drainage, het andere veld kon i.v.m. kortere afmetingen als oefenterrein worden gezien.
In ieder geval werd er op sportpark Holland tijdens de tweede wereldoorlog geen voetbal gespeeld. De wielerbaan was verkocht, na de oorlog werd de locatie als speedwaybaan heropend – daar heeft o.a. de Rijswijkse gemeenschap nog veel plezier van beleefd. Echter hoe zat het nu met die voetbalvelden rechts van de Hoornbrug gelegen. Ik ben ermee bekend dat Spoorwegen op de velden aan de Rotterdamseweg – nabij de speedwaybaan – heeft gespeeld, dat men in 1954 met VDV een fusie aanging, waarna fusieclub R.S.V. Flamingo’s van 1954 tot 1962 op het sportcomplex speelde. In 1957 vond De Valkeniers een thuishonk aan de Rotterdamseweg – stilzitten had men niets mee. De voetbalkantine van SVLV uit Voorschoten werd voor een prikkie overgenomen en zo stonden daar aan de Rotterdamseweg twee kantines-clubhuizen ook wel voetbaltenten genoemd en konden zowel Flamingo’s als De Valkeniers aan een mooie toekomst bouwen. Valkeniers bleef tot 1974 aan de Rotterdamseweg spelen, Flamingo’s – zoals eerder gesteld – tot 1962. In hetzelfde jaar arriveerde Juventas aan de Rotterdamseweg, men zou hier blijven trainen en thuiswedstrijden blijven spelen tot halverwege de jaren 80. Om het verhaal compleet te maken – althans ik denk dat ik alle thuisspelende clubs aan de Rotterdamseweg wel heb geraakt – dient vermeld te worden dat Escher Boys kortstondig bij Juventas heeft ingewoond. Over Juventas kunt u een eerder geschreven – uitgebreide – column aantreffen op de website van de Haagse Voetbal Historie.
De titel van deze column luidt “Herinnert u zich deze sportparken nog?” – nu u de column hebt gelezen stel ik de vraag anders “Herinnerde u zich deze sportparken nog?”!