Afgelopen zaterdag ontmoette ik – langs de lijn bij de wedstrijd tussen DUNO en ODB – Bertus Heijsteeg die ik waarschijnlijk voor het laatst tijdens een wedstrijd tussen Kranenburg en W.I.K. – ergens in de jaren tachtig of begin jaren negentig op het veld zal hebben bestreden – aanvankelijk herkende ik hem niet. Bertus begon onmiddellijk over de best wel pittige wedstrijden destijds in de hoofdklasse van de HVB – er volgde vervolgens een geanimeerd gesprek dat alle kanten opging. Wat mij met name van dit gesprek is bijgebleven betreft het enthousiasme waarmee Bertus allerlei anekdotes wist op te roepen en tussen neus en lippen door vermeldde dat hij op doordeweekse avonden – als 71-jarige vrijwilliger – diverse jeugdteams van voetbalvereniging Monster traint en op zaterdagen als begeleider van het team van zijn kleinzoon zijn gedrevenheid nadrukkelijk op de jongelingen weet over te brengen. Kortom, het betreft een echte vrijwilliger waarvan er in zijn leeftijdscategorie niet veel zullen zijn die hem dit na zullen doen.

Alhoewel, toevallig speel ik twee keer per week met de 73-jarige Hans Lamens een heerlijk potje voetbal waarbij ik kan melden dat Hans liever zeven dan zes dagen per week op het veld staat – enerzijds om zelf een partijtje te voetballen, anderzijds als trainer van o.a. de DUNO walking-football iconen, een DUNO-dameselftal en mensen die aan de ziekte van Korsakov lijden.

De columns van Rini Toet worden mede mogelijk gemaakt door BeDe Kamerverhuur

Even terug naar Bertus die met name de goede voetbalorganisatie en gezelligheid inzake de huidige Westlandse voetbalverenigingen wenste te benadrukken. Ik kan inderdaad niet ontkennen dat ik steeds meer het gevoel krijg dat de Westlandse dorpen het qua voetbalcultuur aardig op de rails hebben en concludeer dan ook dat het o.a. het sfeertje in die Westlandse voetbalkantines altijd gezellig is – het dorpse alsmede familiaire karakter zal hier zondermeer een belangrijke rol in spelen.

Zoals reeds gesteld was ik aanwezig bij de burenruzie tussen DUNO en ODB. Een wedstrijd waar relatief veel publiek op afkwam waardoor het langs de lijn alsmede op de twee terrassen op de 1e etage goed bezet was. Op het ene terras verzamelden zich een veelheid aan voormalige DUNO-iconen en werd gezellig bijgebabbeld – op het andere terras stonden supporters die vanaf één hoog de wedstijd heerlijk konden volgen. Ik heb er niet bijgestaan echter het zal ongetwijfeld over die goede oude tijd zijn gegaan – natuurlijk wordt in dit soort gesprekken het huidige voetbal vergeleken met hoe het vroeger was – ik blijf hier verder vanaf.

Het is in ieder geval wel zo dat het 100-jarige DUNO op dit moment over twee kunstgrasvelden, een prachtig clubgebouw alsmede complex beschikt dat in 2007 o.a. door Erica Terpstra werd geopend. Dat deze voormalige topzwemster en politica destijds het complex vanuit een helikopter mocht betreden staat mij nog goed op het netvlies. Immers wij speelden destijds met de ’’Oude Haagsche Glorie’’ één van de openingswedstrijden – maar dat terzijde. Daar waar heden ten dage het fraaie (hoofd)kustgrasveld wordt afgebakend door een professionele afrastering en twee prachtige dug-outs met in de hoek van het veld een prachtig scorebord – daar bevond zich vroeger – achter de stenen dug-outs – een soort van overdekte tribune alwaar het toegestroomde publiek in ieder geval droog de wedstrijden kon aanschouwen. De supporters stonden als het ware boven op het veld – een mooie plek van waar het publiek wellicht onsportieve clubgrensrechters of arrogante stafleden van de tegenpartij eenvoudig met Haagse uitdrukkingen confronteerde. Ik beweer niet dat dit daadwerkelijk gebeurde echter er werd ongetwijfeld eerlijker gevlagd – dat kon ik afgelopen zaterdag niet bepaald zeggen!
Overigens vertelde Bertus ook nog even over de voetbalverenigingen waar hij zoal had gespeeld. Ooit begonnen bij de ADO-pupillen – destijds onderverdeeld in de tijgers, de leeuwen en een veelheid aan andere pupillenelftallen met dierennamen waaruit uiteindelijk werd geselecteerd. Zijn volgende vereniging was Laakkwartier, hierna drie mooie jaren bij de Ooievaars in het Zuiderpark met o.a. ploeggenoten als Meier de Wolff en Klaas Krul – waarna in de zeventiger jaren de overstap naar familievereniging Kranenburg werd gemaakt – de club waartegen ik met mijn club een veelheid aan HVB hoofdklasse-wedstrijden heb mogen spelen. Ik kan me dat complex nog goed voor de geest halen – ik vond het een prachtige locatie en kwam daar graag. Heden ten dagen zijn alle sportclubs – behalve honkbalvereniging Storks – van die fraaie sportlocatie verdwenen en heeft nieuwbouw en een woonwagenkamp e.e.a. vervangen. Op onderstaande plattegrond uit 1981 zien wij o.a. de velden van Zwart Blauw, Westerkwartier en Kranenburg dat destijds inwoning van Bizon had.
Ik kwam daar nooit met tegenzin – het voetbalsfeertje aldaar was perfect – de voetbalatmosfeer op dat fraaie Kranenburg-hoofdveld trok een veelheid aan toeschouwers. Als je als speler de fraaie entree was gepasseerd voelde je onmiddellijk een nostalgisch voetbalsfeertje – rechts van de ingang lag een heerlijke grasmat die je als speler zo snel als mogelijk wilde betreden – het rook daar gewoon naar voetbal.
Het wandelpad naast de lange zijde van die mooie grasmat was amper breed genoeg om drie personen naast elkaar te laten wandelen – best wel knus. Aan de korte zijde van het veld lagen de kantine en kleedkamers – de korte zijde aan de overkant werd afgebakend door een duinachtig wandelgebied, terwijl aan de lange zijdes e.e.a. door bomen en/of hoge heggen werd afgebakend. Op de een of andere manier was deze locatie aantrekkelijk om te bezoeken – heerlijke wedstrijden en altijd feest in de kantine. Ik heb van echte Kranenburgers vernomen dat complete Kranenburg-voetbalfamilies destijds de hele zomervakantie op het complex verbleven – er was sprake van een enorme binding. Dan blijft het toch eeuwig zonde dat dit soort verenigingen is verdwenen. Zeker nadat men in de jaren 90 een geweldige opmars binnen het amateurvoetbal realiseerde – echte Kranenburg-vrijwilligers zijn in die jaren opgestaan om de vereniging te ondersteunen.

Aan de lange zijde – is in 1996 de overdekte Kranenburg-tribune gebouwd. De stoeltjes waren afkomstig van het stadion de Meer van AJAX, dat destijds werd gesloopt. De scherpe bestuursleden van Kranenburg was ter ore gekomen dat door AJAX een veelheid aan spullen was geschonken aan een Amsterdamse invalidenorganisatie die stoeltjes en lichtmasten per opbod verkochten. Zier Tebbenhof sr., Albert Fens en John van Kuyeren hebben destijds, voor een leuk prijsje, 600 stoeltjes en enige lichtmasten gekocht. Alleen het vervoer naar Den Haag leverde flink wat problemen op, echter uiteindelijk stond er een fraaie tribune en was vrijwel het gehele hoofdveld omgeven door stoeltjes uit Amsterdam. Ook werd in 1998 een tribune van voetbalvereniging Rijswijk, die een fusie met RVC was aangegaan, voor 750 gulden gekocht en door Kranenburg-leden achter het doel aan de kant van de kantine opgebouwd.

Kortom, men investeerde er op los, de sfeer was net zo geweldig als dat men heden ten dage bij vele dorpsclubs aantreft. Neem daarbij de veelheid aan voetbalfamilies die hun club door weer en wind ondersteunden – dan begrijp ik precies het enthousiasme waarmee Bertus Heijsteeg mij afgelopen weekend in een stroom aan voetbalverhalen wist te boeien!
Rini Toet
18 maart 2024