01. Naam?
Chris Willemsen (1953)
VIOS’ser Chris Willemsen ontwijkt in 1976 in fraaie stijl een tackle tegen Scheveningen. (foto uit privécollectie van Chris Willemsen)

02. Bij welke club(s) gevoetbald?
Veld: vanaf m’n 7de bij VIOS, op m’n 15de naar Feyenoord-jeugd (ook Rotterdams Elftal, West II Districtsteam en UEFA-selectie Onder 18), ADO-jeugd, ADO 3 en FC Den Haag 2 tegelijk, terug naar VIOS, VUC, SVPTT, terug naar ADO, terug naar SVPTT, plus in tal van vrienden- en gelegenheidsteams waaronder diverse bedrijfsvoetbal- en café-elftallen, en dus ook heel veel toernooien.

Zaal: VOV, Alter Boys, Snoekie, Sijthoff Pers, SVPTT, FC Grovo, Haags elftal, West II Districtselftal, Gouds elftal, trainingen Nederlandse zaalselectie maar nooit interland gespeeld gvd… Ook nooit vergeten: dankzij verzorger/vriend Henk Bollebakker in 1981 een keer meegevoetbald met het Nederlands Artiesten Elftal; was tegen landskampioen AZ’67 met Jantje Peters, Peter Arntz, Kristen Nygaard, Jos Jonker, Hugo Hovenkamp en nog een paar kanonnen. Wij met oa Ben Cramer en de Blue Diamonds (Ruud en Riem de Wolff). Meteen na de aftrap speelde ik Jantje Peters door z’n stokken. Vond-ie niet leuk. Gaf me kort daarna met geen bal in de buurt een bloedschop. Goeie voetballer, slechte verliezer.
VIOS pupillen in 1964 met staand vanaf links: Jan Meulenbelt, Rob Brink, Ton Beije, Nak Wegkamp, Peter Makkinje, Ron Gillesen, Chris Willemsen en zittend vanaf links: Karel Waanders, Loek Willemse, Ton Beije, Hans Greven, Albert Schuller. (foto uit privécollectie van Chris Willemsen)

03. Wat was je favoriete positie in het veld?
In het begin linksbinnen en middenvoor/centrumspits, op latere leeftijd spelverdeler; altijd aanvallend, kwam zelden op m’n eigen helft… Bij de ADO-jeugd even rechtsback gestaan, want die was geblesseerd en trainer Rob Baan dacht er goed aan te doen mij daar neer te zetten. Maar het was niks voor mij, ik verdedigde niet maar liep de hele tijd naar voren als een soort tweede rechtsbuiten achter Tscheu La Ling. Heeft ook maar een wedstrijd of twee geduurd. Baan wordt er nog weleens gillend van wakker…

04. Wat was je voor een voetballer?
Bovengemiddelde techniek. Snel, vooral met de bal aan de voet, doelgericht. Tweebenig, inzicht, overzicht. Ondanks geringe lengte (1,73) heel veel kopdoelpunten gemaakt. Vaak verlengstuk van de trainer. Minpunt: trok m’n pootje nog weleens terug in een duel. Een sliding? Wat is dat? Meeverdedigen? Hoezo dan? Ben ook als voetballer veel te braaf geweest: nooit een waarschuwing gehad of het veld uitgestuurd. Ja, in de zaal wel, heel vaak zelfs. Altijd wegens ouwehoeren tegen de scheidsrechter. “Twee minuten!” riep die dan tegen je. “Waarom geen vijf?” zei je dan terug met je grote bek. En dus mocht je vijf minuten gaan zitten… Eén keer – scheidsrechter Ammerlaan, die naam ga ik nooit vergeten – werd ik helemaal de zaal uitgestuurd nadat ik, na eerst twee en daarna vijf minuten te hebben gekregen, tegen hem “Waarom stuur je me er niet helemaal uit, eikel” zei. Zaak voorgekomen, tuchtcommissie KNVB, excuses moeten aanbieden, geen schorsing gehad, maar wel een jaar geen aanvoerder mogen zijn.

05. Je absolute hoogtepunt in je voetbalverleden?
Te veel om op te noemen. Bij elke club, veld en zaal, kampioen geworden, totaal twintig keer. Elke wedstrijd was voor mij een hoogtepunt. Keek je al naar uit als je net een wedstrijd had gespeeld. ‘s Nachts niet slapen, maar die hele wedstrijd weer in je hoofd afdraaien, doelpunten opnieuw maken. Zelf voetballen is het hoogtepunt op de ladder van genot. En dat is het nog steeds: Walking Voetbal bij DUNO elke vrijdagochtend onder leiding van Hans Lamens, zonder wie ik nooit zoveel plezier in het voetballen zou hebben gehad. O misschien toch wel het hoogtepunt: in 1974 met ADO 3 (het hoogste amateurteam van de club in die tijd) districtskampioen geworden én in Zeist landskampioen bij de reserveteams, maar ook landskampioen geworden met het tweede van FC Den Haag (heette toen FC Den Haag-B), dus drie titels in twee weken tijd.
Alter Boys in 1979 met staand vanaf links: Chris Willemsen, Nico de Grooth, Roberto Simoncini, Hans Lamens, Kees Dieke en zittend vanaf links: Wout Pronk, Wim van der Brink en Gerrit van der Zwan. (foto uit privécollectie van Chris Willemsen)

06. Dieptepunt?
Eigenlijk niet. Nooit gedegradeerd, nooit zwaar geblesseerd geweest. Ooit met SVPTT promotiewedstrijd verloren van Maasdijk, dat was het wel zo’n beetje. De avond na die nederlaag bij trainer Jacob Brik thuis gigantisch feest gevierd. Dat zegt iets over hem, de club en de tijd van toen. En gewoon het seizoen erop al in maart kampioen geworden. Het échte dieptepunt was puur lichamelijk: afgescheurde kruisband, januari 1990, in de zaal, was ik al 36 en mijn hoogtepunt voorbij. In Overbosch, op de tribune konden ze het horen scheuren. Nooit meer ‘lekker’ kunnen voetballen. Word er nog weleens verdrietig van: je kunt niet meer wat je vroeger kon, bij elke stap die je zet moet je nu nadenken, terwijl je vroeger alles op de automatische piloot deed, puur op gevoel en intuïtie. Ach ja, those were the days, my friend. We thought they’d never end. Maar dat deden ze verdomme toch.

07. Welke naam komt er direct bij je naar boven als je aan je voetbalverleden denkt?
Mijn vader. Eén van de eerste voetbalprofs van Nederland: Profclub Den Haag ’54, de voorloper van Holland Sport. Speelde als linkshalf achter duo Mick Clavan / Bertus de Harder. Daarna prof bij Elinkwijk met oa Piet Kraak, Beertje Kreijermaat, Humphrey Mijnals. Ging in 1960 naar VIOS. Construeerde daar als jeugdbestuurslid een welpenelftalletje dat hij trainde en begeleidde, met behalve ikzelf ook later bekende toppers als Ton Beije, Wim van Laar, Karel Waanders, Nak Wegkamp, Loek Willemse en vele anderen. Mijn vader speelde op z’n 35ste nog middenvoor in het eerste. Wij als jochies elke wedstrijd achter het doel van de tegenstander (oa VCS en Kranenburg in de promotie play-offs) en de keeper de hele wedstrijd gek maken door te schreeuwen “Keeper word niet zenuwachtig hi ha ho!”, terwijl Wim van Laar de hele tijd zo’n vreselijke keiharde toeter af liet gaan. Mooie tijden, ik bewonderde al die spelers en natuurlijk vooral mijn vader. Hij vrat het gras op, gaf zich elke wedstrijd voor duizend procent. Ik wou dat ik dat had gekund; had ik nog meer uit mijn voetballoopbaan gehaald.
Profclub Den Haag ’54, de voorloper van Holland Sport, op Duinhorst. Chris Willemsen sr vijfde van links staand. Rechts naast hem Wim Mangelmans, Bertus de Harder en trainer de Hongaar Vilmos Halpern. Zittend oa doelman Piet Kraak en uiterst rechts Mick Clavan. (foto uit privécollectie van Chris Willemsen)

08. Wie was jouw beste trainer?
Mijn vader. Bracht me/ons de grondbeginselen van het voetbal bij. En dat is belangrijker dan wat ik later heb geleerd van trainers als René van Eck, Ben Peeters, Ernst Happel (jazeker, één hele training in m’n Feyenoord-tijd), Jan Brouwer, Arie de Vroet, Rob Baan, Rinus Loof, Evert Teunissen, Huub Scherpenisse, Jan Wessel, Frans Schrurs, John van der Lubbe, Jacob Brik en ik ben er vast nog een paar vergeten.

09. Nog vrienden over gehouden uit je voetbaltijd?
Alle Haagse voetballers uit de jaren ’60 tot en met ’80 zijn in zekere zin vrienden van elkaar, voor altijd en eeuwig. De meesten hebben elkaar weinig zien voetballen, omdat ze zelf speelden. Maar allemaal, en het zijn er duizenden, allemaal delen ze tot op de dag van vandaag hetzelfde: dat onbeschrijflijk fijne gevoel dat je onderdeel hebt uitgemaakt van de Haagse voetbalhistorie. Dat is een unieke vorm van vriendschap: hetzelfde hebben meegemaakt, hetzelfde voelen, hetzelfde denken. Je weet waarover je praat, je bent voetbalfamilie van elkaar. En dan maakt het niets uit of je tien jaar in de Hoofdklasse van de KNVB hebt gevoetbald of in de HVB. Iedereen is gelijk. De liefde die wij allemaal voelen voor het Haagse voetbal van Toen is onbreekbaar mooi en nemen we mee ons graf in.

10. Was vroeger echt alles beter?
Elke sport evolueert. Er wordt nu harder gelopen, hoger gesprongen, zuiverder geslagen, leniger geturnd, sneller geschaatst, harder gewielrend en ga nog maar even zo door. We idealiseren alles van vroeger, ik ook. Alle sporten zijn aantoonbaar beter geworden, zowel de beoefenaren als hun materiaal. In het voetbal dus ook. Sinds er statistieken worden bijgehouden, kun je bijvoorbeeld aantonen dat iedere speler driemaal zoveel loopt als veertig jaar geleden. Maar of ze ook béter zijn dan vroeger, valt niet te bewijzen, dat is een individuele afweging, een puur persoonlijk oordeel, waarbij vooral het gevoel van doorslaggevende betekenis is. Het zal altijd een discussie blijven tussen de dromers en de realisten. Dus was vroeger echt alles beter? Nee. Maar laat mij nog maar even lekker een tijdje dromen van ja.

11. Wat vind je het mooiste voetbalshirt uit de Haagse voetbalhistorie?
Is geen objectieve mening, want het was mijn eerste shirtje: VIOS. Die brede groene verticale baan op dat hagelwitte katoenen shirt zonder reclame. Kreeg het op mijn zevende verjaardag, 4 mei 1960, met een zwart broekje en groene kousen met een wit boord. In dat tenue trainden we ook, elke woensdagmiddag. Eerste echte wedstrijd 24 juni 1960: uit bij HDV, 4-1 gewonnen. En wat nou halve of kwartvelden en zes tegen zes? Gewoon elf tegen elf op een heel veld, geen gelul, word je een grote jongen van, ga je sneller de ruimtes zien, word je gedwongen de bal harder te trappen, grotere afstanden af te leggen. Oké, we hadden pupillenlatten en halve corners, maar voor de rest was alles al heel vroeg grotemannenvoetbal.
Qua shirtje nog een eervolle nummer twee: ADO, het rood-groen-rode shirt. Heb ik thuis nog een juweel van een exemplaar van. Je kunt er een bod op doen, maar ik doe ‘m voor geen prijs weg.
ADO regionale jeugd, september 1971 uit bij UVS met staand vanaf links: trainer Rob Baan, Kees de Jong, Chris Willemsen, Johnny Dusbaba, Jan Reurings, Arie Paauwe, Hannie van Spronsen, Hans Suiker, Kees Storm, leider Jan Lobel en zittend vanaf links: Jan Wiemans, Mick Kok, Wim Berkenkamp, Boudewijn de Geer, Ton Luijben, Peter Landers, Joop Quellhorst. (foto uit privécollectie van Chris Willemsen)

12. Wat vind (vond) je de gezelligste kantine in de Haagse regio?
Pff, moeilijk, het waren en zijn er zoveel. Was laatst bij HPSV in het Zuiderpark. Doet me denken aan de oude SVPTT-kantine: gezellig, warm en altijd open. De oude ADO-kantine was ook prachtig. Die van VUC nu heeft ook wel iets, maar vind ik te groot om het woordje ‘knus’ eraan te koppelen. O ja natuurlijk, helemaal vergeten, en ik woonde er verdomme vlakbij: de oude kantine van Cromvliet aan de Rederijkerstraat. Voorzitter Wim Askamp, die bij ons op het portiek woonde in de Jan van Rodestraat, zeurde elke week aan m’n kop of ik daar kwam voetballen. Nooit gedaan. Wel veel middagen na schooltijd daar een balletje geschopt en – want de kantine was natuurlijk open – na afloop een pennywafel en een flesje Exota (die bruine: champagnepils). Onvergetelijk!

13. Heb je nog iets met het voetbal in de Haagse regio?
Nauwelijks. De traditionele clubs blijven trekken, VUC, HVV, Quick, HBS en nog een paar. Maar de liefde is van mijn kant bekoeld. Ik geloof ook niet dat de eerste elftalspelers van vandaag over dertig jaar net zo emotioneel terugkijken op hun actieve voetbaltijd als wij nu nog doen. Het zijn andere tijden, de bevolking van Den Haag heeft een andere samenstelling gekregen en die komt het Haagse voetbalgevoel niet ten goede. Niets aan te doen, het is de tijd waarin we leven. Maar wel erg jammer.

14. De beste keeper en tien beste voetballers waarmee je ooit hebt samen gevoetbald?
De allermoeilijkste vraag is dit en het antwoord is uiteraard gebaseerd op een grote hoeveelheid chauvinisme en romantiek. En niet te vergeten willekeur en beslissingen op basis van de dobbelsteen. Want Jezus, wat heb ik met veel geweldige voetballers mogen samenspelen! Toen ik door AD HC werd geïnterviewd na het verschijnen van mijn boek Blikkie Terug in 2013 werd mij deze vraag ook gesteld. Wim van Laar had de tering in omdat ik hem niet genoemd had als mijn favoriete spits, maar Kees Mol. Sta ik nog steeds achter. Kees was een honderd procent spits en jaren op het hoogste niveau. Wim was geen echte spits, hij was completer, ook middenvelder en nooit te beroerd om in z’n eigen strafschopgebied mee te helpen opruimen. De operationele ruimte – zo moet je dat tegenwoordig geloof ik zeggen – van Kees Mol was het strafschopgebied van de tegenstander. En Wim van Laar staat ook niet in het elftal dat ik nú ga noemen, dat zal ik dan wel weer op m’n brood krijgen van hem… Kees Mol staat er ook niet in trouwens. Ik bedoel: elf namen noemen betekent elfhonderd namen niet mogen noemen. Ik wil wel een poging doen om een team samen te stellen, maar op één voorwaarde: dat jij de boze mailtjes beantwoordt, oké? En ik zal me beperken tot Hagenaars, want de jongens met wie ik in mijn Rotterdamse periode heb gevoetbald (Wim van Til, Jan Everse, Adri Nanlohy, Ton van der Bijl, Jan Merrelaar, Ton Wickel, Ton Dekker, Arie Riedijk, Peter Langeweg, Joop Mom, Bram Neuteboom en anderen die allemaal wél prof zijn geworden) tel ik niet mee; ik heb op die twee jaren na tenslotte mijn hele leven in Den Haag gevoetbald.
VIOS 1 kampioen Derde Klasse in 1976, met staand vanaf links; trainer Frans Schrurs, Paul de Lange, Ton Beije, John Spaans, André Brullemans, Henny Pas, leider Jan Harteveld, verzorger Gerrit Scherpenzeel en zittend vanaf links: Wim van Laar, Karel Waanders, Chris Willemsen, Wout Pronk, Omer Kouer, Peter Koers, Philip Tienhoven, Arie Plasman, Peter Marijnissen. (foto uit privécollectie van Chris Willemsen)

Doelman: Ton Beije. Ik ging in 1968 samen met hem naar Feyenoord; als hij niet in diezelfde zomer een gecompliceerde enkelbreuk had opgelopen, die hem ruim een jaar aan de kant hield, had hij vele jaren in de Eredivisie gespeeld, en misschien wel in 1970 de Europa Cup I finale gekeept. Dat is geen grap, Ton was echt een geniale keeper; daarna nog 10 jaar in VIOS 1, ook niet verkeerd, maar die blessure heeft hem een glorieuze carrière in de weg gestaan. Was Ton dus beter dan Ton Thie en Henny Ardesch met wie ik bij FC Den Haag trainer Rinus Loof assisteerde bij de keeperstraining op donderdagmiddag? Ja.

Rechtsback Theo van der Burch, De Kanarie, Tik-Tak-Theo. Eén jaar met hem bij FC Den Haag 2 mogen voetballen. Wat een professional, ook in zijn nadagen. Verliezen? Je laten passeren door een linksbuiten? Dacht het niet! Mes tussen de tanden en alles ervoor over hebben om te winnen. Ook op de training. Net niet mijn selectie gehaald: John Spaans, VIOS. Op z’n zeventiende in het eerste. Nooit begrepen waarom hij niet minimaal semiprof is geworden.

Centraal verdedigingsduo: Piet Gelauf en Rob Ouwehand, allebei ADO. Toelichting eigenlijk overbodig, twee absolute toppers. Met Rob in onze nadagen nog op het hoogste zaalniveau gespeeld bij FC Grovo in Gouda. Heer en meester was hij, elke wedstrijd weer. En Piet? Hem passeren was onmogelijk. Als hij mee naar voren ging en op doel schoot, werd de geluidsbarrière doorbroken. Hij was een echte leider binnen en buiten het veld. Ik denk, en heel veel ADO’ers zullen mij nu voor gek verklaren, ik denk dat Piet Gelauf beter was dan Aad Mansveld. Net buiten de boot gevallen: FC Den Haags Simon van Vliet (kon beter verdedigend koppen dan Matthijs de Ligt en Virgil van Dijk bij elkaar) en Maarten Spaans van SVPTT, die heel wat vijandige spitsen negentig minuten lang in z’n achterzak had.

Linksback: Johnny Dusbaba. Wilde in de ADO-jeugd op een gegeven moment stoppen met voetballen, geen zin meer. Tot we een oefenwedstrijd moesten spelen tegen ODB, de club waar hij vandaan kwam. Johnny voetbalde iedereen dronken, het heilige vuur was ineens weer bij hem terug. De rest is geschiedenis. Net niet mijn selectie gehaald: Peter Landers (ADO-jeugd) en Joop Korevaar.

Middenveld: drie man naar wie het elke wedstrijd een genot was om naar te kijken en om mee samen te spelen. Martin Jol: hij was een paar jaar jonger dan wij in de ADO-jeugd, maar was al vanaf wedstrijd 1 de baas op het veld. Liep te wijzen, zette iedereen op de goede plaats en had een streep van zestig meter in z’n rechterbeen. Als trainer bewees hij later een fantastische kijk op voetbal te hebben. Op zulke Hagenaars moeten we trots zijn en blijven.
Tweede middenvelder: Gerard Durand. Nooit met hem op het veld gespeeld, maar wel in de zaal, in de Haagse selectie. Aad de Mos haalde hem destijds naar RVC waar hij elke week de beste was. Gerard zou vandaag de dag fluitend tien jaar Eredivisie spelen. Maar wél met duck tape op z’n mond, want die kon hij nooit dichthouden tegen de scheidsrechter, met bakken officiële waarschuwingen tot gevolg.
Nummer drie: Leen de Graaf. Samen mee in het Haagse zaalteam gespeeld, bij Snoekie en bij FC Den Haag-B. De Haagse Wim van Hanegem, maar dan met rechts. Niemand kreeg hem van de bal, wat een klasse. En kousjes naar beneden natuurlijk. Door blessures én het feit dat hij een gezelligheidsdier was, kwam er nooit helemaal uit wat erin zat. Maar Leen de Graaf is voor mij de beste voetballer die de stad Den Haag in honderd jaar voetbal heeft voortgebracht. En daar ga ik niet over in discussie.
Middenvelders die door de jury nét werden uitgeloot – want ook daarmee heb ik vaak en heerlijk mogen samenspelen – zijn oa Hugo Lochtenbergh (ADO-jeugd en schoolelftal Simon Stevin), Peter Koers (VIOS, twintig kilometer per wedstrijd en in het rechterbeen een enorm balgevoel), Wout Pronk (VIOS en Alter Boys, perfecte combi van werklust en effectiviteit), Wim van der Brink (SVPTT, voetbalt als 60-plusser nog steeds bij Laakkwartier), John Bolman (Sijthoff Pers en diverse café- en Oude Haagsche Glorie wedstrijden) en last but zeker not least Johnny Nieuwenburg (ADO-jeugd, maar ging al heel snel naar zijn oom Henk Houwaart bij FC Brugge).

De voorhoede: dat wordt helemaal dobbelstenenwerk, want wat hebben we in onze stad veel toppers gehad en wat heb ik veel met ze mogen samenspelen. Rechtsbuiten: Tscheu La Ling (sorry René Pas, je bent het nét niet geworden, ondanks je fenomenale passeertechniek; en ook jullie niet, Loek Willemse en Ronald Telle, ondanks jullie messcherpe voorzetten op maat). Bij de ADO-jeugd en in café-elftallen was je blij dat Tscheu La in jouw team speelde. Geniaal en wispelturig tegelijk, we kennen hem allemaal. Had je hem als linksback tegen gehad, dan moest je je meteen na de wedstrijd melden bij de psychiater.

Centrumspits, of liever middenvoor: Theo Timmermans. Niet lachen, maar ik heb ooit als twintiger bij café De Troubadour van Wim Klip mogen samenspelen met Theo die toen al in de vijftig was. Wat had die man een techniek en een uitstraling! Hij zette me tig keer alleen voor de keeper en ik maakte er… niet één, ik was de hele wedstrijd nerveus en onder de indruk van Opa Dribbel, wat Theo’s bijnaam was. In het veld sprak ik hem aan met ‘U’ en ‘Meneer Timmermans’. “Doe normaal joh,”, zei hij, “ik heet gewoon Theo hoor.”
Dit was trouwens mijn moeilijkste keuze, want behalve met geweldige voetballers als Wim van Laar, Kees Mol, Kees Storm, Boudewijn de Geer en Karel Waanders speelde ik ook nog in de zaal met ene Lex Schoenmaker, misschien weleens van gehoord…? Zelden zo’n koele afmaker meegemaakt. Hem aanspelen betekende geheid een doelpunt. Hij nam de bal aan, draaide razendsnel naar links of rechts en kogelde de bal in een bovenhoek naar keuze. En dan gewoon met een strak gezicht terugsjokken naar de eigen helft, alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

Tot slot mijn linksbuiten: nee, geen Barend van Hijkoop, Hans van Eeden of Paul Roodnat, maar Hans Lamens. Is geen verrassing voor wie hem/ons kent. Samen dik tien jaar gevoetbald bij SVPTT, Alter Boys en de nodige café-elftallen. Elkaar elke wedstrijd aanvoelen als een eeneiige tweeling, het aantal samen gemaakte goals is niet te tellen. Hans is intussen 69 jaar maar staat nog steeds bijna elke dag op het veld, meestal bij DUNO. Als je zondagochtend om half zeven of dinsdagnacht om kwart over drie nog een wedstrijdje hebt en je komt spelers tekort, kun je Hans altijd bellen…
Mijn All Time Eleven dus:

Ton Beije

Theo van der Burch – Piet Gelauf – Rob Ouwehand – Johnny Dusbaba

Martin Jol – Gerard Durand – Leen de Graaf

Tscheu La Ling – Theo Timmermans – Hans Lamens

15. Wil je nog ergens op terugkomen wat betreft je voetbalverleden?
Nee. Of ja, toch. Goed idee, deze rubriek. Misschien wel zo goed dat ik er een boek van ga maken en uitgeven. Haagse ex-voetballers vragen naar hun All Time Eleven. Plus toelichting en nét-nieters. Ontzettend leuk. Maar vooral retemoeilijk, ik ervaar dat nu zelf. Want kiezen is haast onmogelijk, je moet zoveel toppers laten afvallen, het is gewoon niet eerlijk, je maakt er meer vijanden dan vrienden mee… Ik realiseer me zelfs nu ik klaar ben, dat ik nog heel veel namen ben vergeten. Zo heb ik bij ADO en FC Den Haag-B nog samengespeeld met Tor Fuglset, Aad Kila en Wim Looije, in de zaal met het supertrio Sjaak de Bruin, Karel Oosterbaan en Bennie Roode, bij VUC met Bobby Rijpstra, Hans Mittelberg en Floor Klein, bij Snoekie met Ton Thoen, de gebroeders Van der Knoop en Robin Isselmann, bij het bedrijfsteam van Sport Promotion eenmaal met Fons Groenendijk, Marco Gentile en Carlos Roeleveld, en ga zo nog maar even door. Hartstikke leuk maar ook hartstikke moeilijk. Dat boekidee ga ik van de week maar eens bespreken met mijn partners van uitgeverij Nederlandse Sportboeken Club…
Chris Willemsen
22-12-2019