Vanaf mijn 12e jaar, 1954, volgde ik eerst Profclub Den Haag en daarna werd de naam omgezet in Flamingo’s. Aangezien reeds een voetbalclub met dezelfde naam in Den Haag bestond heeft men voor een nieuwe, originele naam gekozen namelijk Holland Sport. Later na een fusie met de amateurclub Scheveningen werd het Scheveningen Holland Sport. Dus vanaf het prille begin van het Nederlands Beroepsvoetbal was ik erbij.

Het warme gevoel voor die ‘rebellen’ club is ontstaan op het in Wassenaar gelegen Sportpark Duinhorst van de steenrijke heer Jochems alwaar de eerste wedstrijden van profclub Den Haag zich afspeelden. De sintelbaan rondom het veld herinner ik me goed, de afstand tot het veld was bijzonder omdat bij de andere voetbalclubs die ik in Den Haag bezocht zoals HBS op Houtrust, Quick op Hanenburg, ADO in het Zuiderpark en Celeritas helemaal aan het eind van de Leyweg zo’n baantje rond het veld niet bestond.

Op Duinhorst bezocht ik de wedstrijden met mijn vader en we stonden aan de linker kant van de lange zijde tegenover de zittribune. De sfeer rondom het veld was zoveel anders dan bij de andere Haagse topclubs. Het was echt beroepsvoetbal, gespeeld door beroepsvoetballers. Men had het ook wel over profspelers en die speelden weer in een profclub. Woorden die je toch met een zekere bewondering uitsprak. Geen amateurs en geen clubhistorie, een eerste team en net genoeg spelers voor een tweede – reserve – team.

Alhoewel de resultaten en het vertoonde spel doorgaans niet al te best waren keek het publiek toch vol bewondering naar zo af en toe, artistiek en technisch hoogstaand beroepsvoetbal. Een elftal met Mick Clavan, Piet Kraak, Cees Krist en Bertus de Harder en tegenstanders als Hans Boskamp, Mesman, Cor van der Hart, Frans de Munck, Noud van Melis sprak tot de verbeelding.

Na Duinhorst volgde Houtrust. In 1955 ging een echte beroepsvoetbalclub spelen op het legendarische voetbalveld van de enigszins snobistische en elitaire amateurclub HBS en voor de leden van HBS was het nog net geen heiligschennis. De verhouding tussen de bestuursleden en supporters van beide clubs stond vanaf het begin onder druk. Het hooghartige HBS kon maar moeilijk overweg met die wilde Scheveningse schollenkoppen en die grote groep Hagenaars die geen zin meer hadden hun longen uit het lijf te schreeuwen bij ADO of Laakkwartier. Natuurlijk ben ik getuige geweest van de grootste teleurstelling in het bestaan van Holland Sport en wel de nederlaag tegen NAC om het kampioenschap van de eerste klasse A. Het zat er in maar andere machten beslisten anders.

Op Houtrust vonden wij – mijn vrienden Ton Bouwman en Evert Hijmans – al snel ons plekkie. Onder de klok aan de Zeezijde, in het midden van de staantribune pal achter het doel, zittend op een stalen staander werden we opgenomen in een hartelijk Haags gezin en ontvingen we geregeld bijvoeding in de vorm van Koetjes repen, pinda’s en zwarte koffie uit een thermosfles. “Ach joh, geef die jonges ook een reepie.”

Onze luxe bij een thuiswedstrijd bestond uit een eigen exemplaar van de “Spoggids”, een kroket of een lekkere “wachrumme worchst” bij de Worsten Koning. De verkoper riep: “De Spoggids van Inzinjeur van Emmunes.” Ir. Ad van Emmenes was een van de bekendste voetbaljournalisten van die tijd. Hij schreef onder andere voor het weekblad Sport en Sportwereld van Kick Geudeker en daarnaast gaf hij verslag en commentaar bij de wedstrijden van het Nederlands elftal.

Entree betaalden we niet. Geduldig stonden we buiten te wachten tot we onze kans schoon zagen en glipten bij de Sportlaan ingang naar binnen, rennend over de lange zijde naar de veilige Zeezijde. De jeugdvakken achter de doelen en de Sportlaan-zijde, met teveel ADO-ers vonden we maar niks, de klok aan de Zeezijde, dat was ons doel.  Niet veel later werd de vader van Evert Hijmans benoemd tot hoofdcontroleur en verkregen we ook min of meer vrije toegang via de Zeezijde ingang. Bovenaan de Zeezijde zag je gedurende het cricketseizoen 2 wedstrijden, de voetbalwedstrijd van Holland Sport en een cricketmatch van HBS op het bijveld.

Het voor wat hoort wat principe deed zich in 1957 gelden toen hoofdcontroleur Hijmans ons voor de wedstrijd vroeg mee te helpen aangezien een aantal vaste controleurs om de een of andere reden niet waren komen opdagen. Met een armband om kregen we een aantal posities aangewezen en mochten de kaartjes controleren van de houten zittribune toeschouwers. Na afloop kregen we 1 gulden en waren de hemel te rijk en konden daarmee een patatje eten bij de Gouden Paraplu in de Goudenregenstraat. De Hijmans-clan bezat zo’n beetje het controleurs monopolie met vader Hijmans aan de top en daaronder naast Evert, ik meen twee oudere broers en drie zwagers.

In 1960 beëindigde ik mijn eerste controletaken en zocht mijn vaste plek onder de klok weer op. Op mijn 21e verkreeg ik een klein kapitaaltje dat naast een belegging in aandelen ook bestond in de aankoop van een obligatie van f.1.000 van Scheveningen Holland Sport. Het bestuur was in 1963 namelijk overgegaan tot uitgifte van een obligatielening van f.100.000 en zo verruilde ik mijn plek onder de klok voor een hogere positie op Houtrust en wel een permanent plaatsje ergens in de bovenste rij op de ere-tribune. De kritiek van de familie kwam direct over me heen want ‘SHS’ of hoe die club ook mocht heten was toch niet iets om je geld in te steken.

Tijdens een obligatiehouders vergadering in een zaaltje van Padro aan de Jurriaan Kokstraat, voorgezeten door de heer Theo Fehling, vroeg ik bij de rondvraag in een vlaag van verstandsverbijstering om inzage van de boeken. Allergisch voor financiële controle keken de bestuursleden mij aan met een gezicht van ‘die jongen is gek geworden en bovendien, we willen helemaal geen snotneuzen als pottenkijkers’, alleen niet Fehling. Ergens vond hij het wel van lef getuigen en zei direct “geen enkel probleem, ik leg de boeken dadelijk op dat tafeltje – wees naar een plek in de hoek van het zaaltje – en ga gerust je gang”. Na de vergadering trof ik een alleraardigste heer Fehling aan die de boeken voor mij opensloeg en met een knipoog zei, “Alles klopt hoor” en lachte daarbij. Na een half uurtje had ik de boeken doorgeworsteld en zei: “Ja, alles klopt” en beëindigde hier mijn tweede controletaak.
Bij de eerstvolgende thuiswedstrijd zat ik weer op mijn plaats op de ere-tribune, de heer Fehling knikte mij vriendelijk toe en ik knikte vriendelijk terug en daar bleef het bij.

In 2010 kom ik erachter dat de familie Fehling op een aantal plaatsen in de stamboom geparenteerd is aan de familie van mijn moeder. Verder ontdekte ik dat in vervlogen jaren een aantal familieleden, Simons, Hofland en Rolfes ooit een rol in het eerste team (zaterdag en/of zondag teams) van SVV Scheveningen hebben gespeeld. Kleine wereld!

In januari 1966 vertrok ik naar het buitenland en keerde in 2006 naar Nederland terug. Holland Sport of SHS was gedurende die jaren uit mijn gezichtsveld maar nimmer uit mijn hart.

Ik heb deze terugblik geschreven voor mijn in het buitenland geboren en opgegroeide zonen. In Nederland aarden was er voor hen niet bij en zij wonen weer elders in het buitenland. Zij kennen de geschiedenis van (Scheveningen) Holland Sport een beetje omdat zij tot vervelens toe mijn enthousiaste verhalen over de Goddelijke Kale, Clavan, Landman en Schouten hebben moeten aanhoren.

Harry Simonis
12-01-2021