De spil

Theo Vierling hees zich op zijn elfde voor het eerst in de outfit van RCDH. Later speelde hij zich in het eerste waar hij tot zijn 25ste deel vanuit maakte.”Ik voetbalde als manneke met een groepje op de Schenkkade bij het huidige VUC-terrein. Gerard van Nispen, de spil van de club in die tijd, vroeg ons te komen spelen bij de club. Hij bracht en haalde ons altijd. We speelden toen op het SVPTT- terrein. In 1972 ben ik vertrokken naar Zoeterwoude, later ben ik in Teteringen gaan wonen.Ik runde een schoenenzaak in Breda. Hoewel ik het altijd goed naar mijn zin heb gehad, kwam de laatste jaren van mijn verblijf bij RCDH de klad erin. Onderling ging het best goed tussen de Hagenezen en de Scheveningers, maar het gaf binnen de club ook problemen. Een aantal Scheveningers vormden een club binnen de club.”

Gouden eieren

Een Scheveningse speler was bijvoorbeeld de in 1940 op de Steigerweg geboren Gerry den Heyer.”Naar mijn idee was het onderlinge contact uitstekend. De vereniging is mijnsinziens vastgelopen omdat Van Nispen volgens anderen teveel stem in het kapittel zou hebben gehad. Toen hij als het ware weggejaagd was, ging het juist bergafwaarts. De kip met de gouden eieren was in mijn ogen geslacht en daarmee ging de vereniging ten onder.
We hadden nauwelijks nog jeugd en de inkomsten vloeiden weg. Einde verhaal.”

Café Apeldoorn

Henk J. Orie was niet van de club, maar speelde toch een belangrijke rol voor RCDH als kroegbaas.
“In 1970 nam ik het café Hiercks over van Joop Hiercks. Het onderkomen werd omgedoopt tot ‘café Apeldoorn’. Er stonden vier biljarttafels. Wim Caron was de toenmalige voorzitter van RCDH. De jongens kwamen daar op zondag voor de bespreking en er werden ook nog wel eens feestjes gevierd. Andere clubs als LENS, Quick Steps, ADS, DUNO en De Jagers vonden er ook hun toevlucht. Nee, zelf heb ik slechts een blauwe maandag gevoetbald. Ik kon er eerlijk gezegd geen hout van. Mijn broer Jan daarentegen is nog uitgeroepen tot “Postduif van de Eeuw”bij de LVV De Postduiven in Den Haag. Ik was meer van het kijken dan van het doen.”

Nooit KNVB

RCDH kon nooit de stap maken naar de KNVB. Vierling en Den Heyer hebben dat altijd jammer gevonden. “Ik herinner mij dat we een bepalende wedstrijd moesten spelen bij De Flamingo’s in Rijswijk. Pal voor de wedstrijd rolden er nog een aantal spelers laveloos uit de taxi.We verloren met 8-1”, aldus Den Heyer.
Vierling:” De meerderheid ging in die tijd ook stappen op zaterdagavond. We zijn wel diverse keren gepromoveerd, maar ook ondergingen we enkele degradaties. De gezelligheid was nu eenmaal het belangrijkste. Toch stond de club regelmatig in de belangstelling. Gerard van Nispen was een graag geziene figuur. Jongens als Kees ten Cate en Wim Heymans werden overal herkend, waar je ook kwam. Harrie Suiker en Wim Blommestijn speelden onder meer voor ADO. Feestavonden waren er ook dikwijls. Zo schiet me een avond te binnen bij De Adelaars. Die liep dan door tot maandagochtend.
De clubs waar we tegen speelden, kon je uittekenen. Zo kruisten we heel vaak de degens met o.a. Oranjeplein, RKSVM, Wit Blauw RK en dus De Adelaars.”

Fijne club

In tegenstelling tot de oud-spelers komt Henk J. Orie nog wel eens mensen tegen uit die tijd van RCDH. “Na anderhalf jaar kreeg ik de kans om een zaalverhuurbedrijf over te nemen in het Zuiderpark, naast het inmiddels afgebroken openluchtzwembad. Zodoende bleef ik in contact met veel Haagse en Scheveningse jongens uit die tijd. Overigens ben ik zelf een Loosduiner.
Nog steeds ga ik wel een kijkje nemen bij het amateurvoetbal. Het is enkel jammer dat spelers het tegenwoordig niet zelden hoog in de bol hebben. Vierde of vijfde klasse en dan verlangen ze ‘tekengeld’, willen ze geen contributie betalen en dan ook nog eens ‘puntengeld’.
Qua agressiviteit is het ook een hemelsbreed verschil.”
Vierling vult aan:” Ik heb tot 1981 gevoetbald bij SJZ in Zoeterwoude. Daarna ben ik bewust gestopt omdat het al agressiever werd en dat risico wilde ik niet meer nemen met een eigen zaak. Excessen heb ik in mijn actieve periode niet meegemaakt. Hooguit wat scheldwoorden zo links en rechts.
Den Heyer herinnert zich nog: ”We konden trainen omdat er wat auto’s, waaronder de legendarische ‘Snoek’, aan de zijkant stonden met de koplampen aan. Zodoende hadden we wat licht op het veld. Het was al met al een fijne vereniging.”
“Op een dag las ik in de krant dat RCDH ter ziele was. Dat deed me best wat. Ik heb er vijftien leuke jaren gehad. Het was toch m’n cluppie”, mijmert Vierling.

Door Hennie Kanbier

(Enkele weken na dit interview overleed Henk J.Orie op 24 november 2008 op 76e jarige leeftijd).