ADO, Hsv (Amateurs)

Den Haag
01-02-1905 - 30-06-1971

Het ontstaan van de H.s.v. A.D.O.

Met straatvoetbal aan de voet van de Haagsche Toren daar is het allemaal kort na 1900 begonnen. Op het gruis van het Kerkplein bedreven buurtjochies de voetbalsport. In feite was voetbal toen der tijd een elitesport. Nadat in 1879 de eerste voetbalclub in Nederland was opgericht (Haarlemsche Football Club) verrezen ook in Den Haag al ruim voor de 20e eeuw clubs als HVV, HBS en Quick. Het moest er maar eens van komen en één van het voetbal zo gepassioneerde jochie Jan H.van Gulik benutte het café ‘Het Hof van Berlijn’ aan de Papestraat 32 te Den Haag, dat eigendom was van zijn vader, om een bijeenkomst te houden voor alle buurtjongens. Zo geschiede dat op 01-02-1905 een voetbalclub werd opgericht. De jongens van het “Kerkplein” besloten om Theodorus van Zee te kiezen als voorzitter, C. Wezenberg als secretaris en J. Rooymans tot penningmeester. Bij deze oprichting prijkten er 18 namen op de ledenlijst. De contributie werd vastgesteld op 10 cent voor werkende leden en 5 cent voor ondersteunende leden. Over de naam van de nieuwe voetbalclub was men nog niet uit. H(aagsche) V(oetbal) V(ereniging) bestond al en menig club had haar naam aan een Griekse of Romeinse mythologie ontleend. Uiteindelijk werd het  “Alles Door Oefening” kortweg ADO omdat deze naam zo lekker in de mond lag.

De nieuwe voetbalvereniging werd omgeven door symboliek! Hoe mooi was wel niet de verbondenheid van ADO met de eigen stad met de oprichting precies in de schaduw van de Haagsche Toren. De eerste levensjaren voetbalde ADO overigens in een wit shirt en een rode broek. In het eerste seizoen (1905-1906) werd ADO ingedeeld in de 3e Klasse van de Haagsche Voetbal Bond en onmoette daarin; DVV 2, Concordia 3, HBS 5 en HVV 4. ADO ging voetballen op het Malieveld en na die allereerste acht wedstrijden eindigde ADO op de 3e positie, niet slecht voor een beginneling.

Zoals gezegd begon ADO met voetballen op het Malieveld totdat echter de veldwachters hen daar verjoegen. Vervolgens vertrok men in dit seizoen naar een schuttersvlakte bij Klein Zwitserland en vervolgens naar het Westbroekpark in Scheveningen. Het was echter niet allemaal “rozengeur en maneschijn” binnen de vereniging. Veel leden betaalde n.l. hun contributie niet en ondermijnden derhalve de financiële basis van de nog zo jonge, kwetsbare vereniging. De voetbalvereniging ADO kwam hierdoor zo in financiële nood dat er werd besloten om in het seizoen 1906-1907 slechts in naam te laten bestaan en er dus niet gevoetbald werd. De spelers hielden, tijdens dit voetballoze seizoen, hun conditie op peil bij de voetbalvereniging DOV. Eenmaal genezen van de eerste “kinderziekte” kwam ADO in het seizoen 1907-1908 weer terug op de velden. de club was in die tijd nog steeds op zoek naar een eigen legaal (gehuurd) stukje grond. Dat werd op een gegeven moment gevonden op Oud-Hanenburg in de nabijheid van het grote Quick. De financiën van ADO waren in die tijd eindelijk toereikend om de grond van boer Buytelaar voor 40 gulden te huren. Bij deze huur zat tevens kleedruimte bij en zodoende kreeg het jongenscluppie eindelijk steeds meer gestalte te krijgen.
ADO werd in seizoen 1907-1908 weer ingedeeld in de 3e Klasse HVB en wist hierin gelijk kampioen te worden. Dit allereerste kampioenschap van ADO kreeg weldra nog meer glans toen Delfia (de kampioen van de andere 3e Klasse) met 3-2 werd verslagen. ADO mocht zich hierdoor de sterkste 3e Klasser van het seizoen 1907-1908 noemen. Toch besloot men echter om niet te promoveren want ADO was bang dat de 2e Klasse te hoog was gegrepen. Dit bleek echter in het seizoen 1908-1909 een verkeerde gedachte want tijdens dit seizoen bleek ADO veruit de sterkste. De feiten logen er niet om want van de 12 wedstrijden werden er 11 gewonnen en slecht één keer gelijkgespeeld en kende de club een doelsaldo van 97 voor en 12 tegen. Omdat ADO met zoveel overmacht kampioen werd besloot de HVB om de club extra te bevorderen en daarom promoveerde ADO zodoende gelijk door naar de 1e Klasse.

In 1909 verhuisde ADO naar een terrein aan de Laan van Meerdervoort en speelde men nu weer in rood-zwart verticaal gestreepte shirts. De extra promotie die de HVB voor ADO had ingesteld pakte wederom goed uit. De suprematie vertoonde ADO ook in het seizoen 1909-1910 want ook in dit seizoen eindigde ADO bovenaan de 1e Klasse. vervolgens moest ADO aantreden tegen de vv Berenstein, de beste club van de andere 1e Klasse. De vv Berenstein was een club van kostschooljongens uit Voorschoten. ADO won weliswaar de eerste wedstrijd met 6-3 maar verloor de terugwedstrijd met maar liefst 8-2. In de 3e wedstrijd won Berenstein wederom (5-1), waardoor naast de algehele titel van de HVB greep. Het recht om over te stappen naar de nederlandsche Voetbal Bond gaf ADO weer eens veel denkwerk. Andermaal besloot men dan toch maar om niet te promoveren. Kwalitatief was er nog een behoorlijk gat tussen het 1e- en 2e-elftal, bovendien zou het spelen in den lande tot grote financiële  consequenties leiden.

De jaren 1910 t/m 1919

ADO bleef dus voorlopig nog wat seizoenen in de hoogste afdeling van de HVB voetballen en ondertussen werd er hard gewerkt aan de onderbouw. In het seizoen 1911-1912 deed zich het merkwaardige feit voor dat zowel ADO 1 als ADO 2 in de 1e Klasse van de HVB speelde. In het seizoen 2012-2013 legden zelfs zowel ADO 1 als ADO 2 beslag op de eerste plaats in hun afdeling. ADO 3 maakte het succes compleet door de titel te veroveren in de 3e Klasse dus nu moest ADO 1 de stap naar de Nederlandsche Voetbal Bond wel maken. Zoals gezegd, in het seizoen 1913-1914  maakte ADO dan toch de overstap naar de N.V.B. Behalve de stap naar de Landelijke Bond voltrokken zich voor ADO in seizoen 1913-1914 meer belangrijke gebeurtenissen. Er moest weer worden verhuisd, ditmaal naar een terrein aan de Westduinen. Bovendien werd het tenue weer veranderd. ADO ging spelen in (jawel!) een rood-groen shirt en een witte broek. het eerste seizoen in de NVB bracht ADO het zoveelste kampioenschap op. Na een reeks wedstrijden tegen de kampioenen uit de andere 3e Klasse NVB plaatste ADO zich samen met Hilversum en Victoria voor een promotie/degradatie-competitie samen met EDO en Neptunus, de hekkensluiters uit de 2e Klasse. Voor ADO was deze competitie te hoog gegrepen en zodoende bleef men “gewoon” 3e Klasser.

Van 1914 t/m 1918 stond Europa in brand met de Eerste Wereldoorlog. Nederland werd geen prooi der vlammen maar moest in die tijd wel waakzaam zijn. De algehele mobilisatie die in Nederland werd uitgeroepen ontwrichte de maatschappij en sportieve leven in Nederland. Vlak voor het seizoen zag ADO veel leden naar hun garnizoenplaatsen afreizen. Zodoende was ADO in 1918 weer afgedaald naar de 2e klasse . Door textielschaarste waren de roodgroene shirts niet meer verkrijgbaar en speelde ADO in een geheel wit tenue met rood-groene ster op het tricot. Een moedige kapitein moest ADO weer door de zeer woeste baren leiden en hiermee vele klippen omzeilen. Zo’n iemand was Theodorus van Zee die al had bewezen in ADO’s eerste levensjaren zeer bedreven te zijn. Daarom keerde de heer Van Zee weer terug als voorzitter maar om gezondheid redenen moest hij 2 jaar later (in 1917) zijn functie echter weer neerleggen. Bij aanvang van seizoen  1918-1919 leek de hoogste nood bij ADO inmiddels voorbij. De Haagse club was weer op krachten gekomen doordat het door de demobilisatie weer met complete teams aan de competitie kon verschijnen.

Door stadsuitbreiding moest ADO weer gedwongen haar nomaden-bestaan voortzetten. Ditmaal werd in 1918 een terrein aan de Nieuwe Parklaan gevonden, waar RVC en VCS de naasten buren waren. Het kon de pret echter niet drukken want in dit seizoen had het 1e elftal weer eens het genoegen op het kampioenschap te veroveren, dat extra glans kreeg door promotie naar de 2e Klasse. Deze promotie was de beloning voor de tweede plaats achter VSV uit Velsen in de promotie-competitie. Het hield maar niet op met de prestatie’s van ADO 1 want in dit seizoen kon door een winst van 2-1 op Celeritas in de finale ook de HVB-beker in de prijzenkast te pronk worden gesteld.

De jaren 1920 t/m 1929

Na afloop van het seizoen 1919-1920 stoomde ADO 1 als kampioen van de Westelijke Tweede Klasse C door naar de overgangsklasse. Daarin zou ADO overigens een zwaar bestaan gaan leiden wat uitmondde in degradatie in seizoen 1922-1923 naar de 2e Klasse. Wel werd er in dit seizoen (wederom) de HVB beker gewonnen, ditmaal door in de finale Scheveningen met 4-2 te verslaan. Sinds het seizoen 1919-1920 had ADO voor het eerst een officiële adspiranten(jeugd)-afdeling. A. van Leersum was een van de eersten, die zich hier serieus mee bezig hield. Zijn opvolger Han Nijhuis ontpopte zich als pionier van ADO’s adspirantenafdeling en hij trainde de “spruiten” dan ook zelf. Later werd hij hierbij bijgestaan door ADO’s hoofdtrainer John Donaghy. De Pinksterdagen van 1921 leverden voor de historie van ADO wel een opmerkelijk feit op. Toen speelde ADO immers voor het eerst buiten de landgrenzen. Er werd n.l. een trip gemaakt naar Duitsland en gespeeld tegen vv Sterkrade en  Lüdenscheid. Beide wedstrijden werden gewonnen met respectievelijk 5-0 en 2-1.

Seizoen 1922-1923

Langzamerhand kwam er voor ADO ook een einde aan haar zwervende bestaan. Op 24 september 1922 vertrok ADO namelijk naar een nieuw complex aan de Wassenaarseweg welke werd geopend door toenmalig wethouder P.Drooglever Fortuyn, die ADO een warm hart toedroeg.
Het eerste elftal van ADO ontmoette in de Overgangsklasse van het seizoen 1922-1923 Excelsior, ’t Gooi, HFC, Hilversum, ODS, De Spartaan, Stormvogels, SVV, VUC, VVA en ZFC.
Helaas bivakkeerde het eerste elftal bijna het gehele seizoen in de onderste regionen van de ranglijst. Van de uiteindelijke 22 wedstrijden wist ADO er 7 te winnen, 2 gelijk te spelen en werd er maar liefst 13 keer verloren. Met 16 punten, en de doelcijfers 35-45, eindigde ADO op de tiende positie van de ranglijst. Omdat er in dit seizoen maar liefst drie clubs degradeerden zakte ADO, samen met VUC (15 punten) en VVA (14 punten) naar de 2e Klasse KNVB.

Seizoen 1923-1924

De afdaling naar de 2e Klasse betekende in feite een kleine stap terug maar de degradatie tastte het verenigingsleven niet aan. ADO toonde veerkracht door de in 1921 begonnen interne ontwikkeling gewoon voort te blijven zetten. Het ledental was inmiddels gegroeid tot boven de honderd, dit gold ook voor het aantal donateurs. ADO had nu nog maar één wens en dat was z.s.m. weer de 1e Klasse te bereiken. Op 6 februari 1923 werd Chr. Leurs tot nieuwe voorzitter van ADO gekozen. In het seizoen 1924-1925 zag ADO haar grote wens bijna uitkomen. ADO haalde de promotie/degradatie-competitie om één plaats in Neerlands voetbalwalhalla. ADO moest uiteindelijk op het terrein van HFC in Haarlem een beslissingswedstrijd spelen tegen VOC. Zelfs na verlenging volgde er geen winnaar zodat er een week later een replay volgde op het terrein van Haarlem. Weer dreigde er na verlenging een score van 1-1 maar enkele seconden voor het einde benutte VOC’s international Groosjohan een strafschop en behield hiermee VOC voor de 1e Klasse. Voor ADO betekende dit een langer verblijf in de 2e Klasse.

Binnen de voetbalvereniging ADO ontstond er overigens steeds meer behoefte aan een clubblad, dat de band tussen bestuur en leden zou moeten gaan verstevigen. Op 1 september 1925 was het dan ook zover en verscheen het eerste nummer van de ADO Post, HET clubblad van ADO. In 1925 moest ADO wederom verhuizen, ditmaal echter voor de allerlaatste keer. ADO verhuisde n.l. naar het Zuiderpark waar ADO later een begrip zou gaan vormen en vooral landelijke bekendheid zou gaan krijgen. Op 18 oktober 1925 opende wederom wethouder P.Drooglever Fortuyn officieel het nieuwe complex van ADO in het Zuiderpark waar de club maar liefst drie velden tot zijn beschikking kreeg. De beste speler van ADO, Wim Tap, mocht in 1925 zelfs debuteren in het Nederlands-elftal. In het seizoen 1926-1927 meldde ADO zich wederom aan de poort van het voetbalwalhalla. De Rood-Groene formatie had in de normale competitie al opzien gebaard door een nek-aan-nek-race met Hermes DVS winnend te besluiten en zodoende kampioen werd van de 2e Klasse B afdeling II van de NVB. Hierdoor mocht er weer worden deelgenomen aan de promotie/ degradatiecompetitie met ditmaal ASC en DHC als opponenten. In Leiden werd ASC met 2-1 geklopt en DHC werd vervolgens in het Zuiderpark met 3-0 verslagen. Winst in de return in Delft zou dan eindelijk het Eersteklasserschap op moeten gaan leveren. Op 29 mei 1927 moest dan de grote dag gaan worden! De rood-groene aanhang, die in grote drommen naar Delft was getogen, moest wel lang in onzekerheid verkeren omdat Bouts zo vriendelijk was ADO een 1-0 achterstand te bezorgen. Maar hoe groot was de vreugde toen J.van Soldt en H.v.d.Meer die achterstand zouden omzetten in een triomf van 2-1. ADO was hiermee weer gepromoveerd naar de eerste klasse. Na terugkeer in Den Haag wachtte ADO een groots onthaal met een rijtoer door de stad en een grote feestavond met vele hoogwaardigheidsbekleders in “De Dierentuin” aan de Benoordenhoutseweg. Oud voorzitter Dorus van Zee heeft dit allemaal niet meer mogen meemaken. Hij, die zich altijd had laten kennen als een fervent voorvechter van de grootmaking van ADO, was immers kort hiervoor op de zeer jonge leeftijd van 36 jaar overleden. Het bereiken van de 1e Klasse luidde weer eens een periode in van ontwikkeling die ADO in een stroomversnelling deden belanden. Zo zou bijvoorbeeld de bouw van tribunes beslist geen overbodige luxe zijn omdat de publieke belangstelling steeds overweldigend werd.

Zoals gezegd, alles kwam dan ook weer in een stroomversnelling want als eerste verscheen er ADO’s eerste lichtinstallatie rond het trainingsveld en op 28 oktober 1928 werd er een overdekte zittribune met ruim duizend plaatsen in gebruik genomen. ADO stelde in februari 1928 voor het eerst een trainer in volledige dienst aan. Dit was John Donaghy, een Engelsman. ADO koesterde zich in seizoen 1927-1928 geen verdere ambities dan het handhaven van deze verworven status. Per slot van rekening moest de kersverse 1e Klasser het dit seizoen opboksen tegen de o.a. gerenommeerde tegenstanders als Feyenoord, Sparta en Blauw Wit. Slechts deze drie clubs zouden zich dan ook in het eerste seizoen van ADO in deze 1e Klasse boven de rood-groenen worstelen, een uitstekende prestatie dus van ADO. Steeds meer nieuwe ervaringen deed ADO in die jaren op. Zo ontmoette men bijvoorbeeld op 2 april 1928 voor het eerst een Engelse club. In het Zuiderpark was FC Wimbledon te gast en het werd 2-2. Mexico, dat zich voorbereidde op de Olympische Spelen in Amsterdam, oefende ook in het Zuiderpark en kreeg zelfs klop van ADO met 4-3. ADO was inmiddels een begrip geworden in de Nederlandse voetbalwereld. Zoals gezegd, Wim Tap was vaste waarde geworden in het Nederlands-elftal en scoorde daarin vaak. Hetzelfde deed hij natuurlijk ook voor ADO, waar hij zich omringd zag door o.a. spelers als zijn broer Gerard Tap, Van Osch, Van Soldt, Van der Meer, Breitner en doelman Quax. Zij allen kwamen regelmatig uit voor vertegenwoordigende teams.

Seizoen 1929-1930

In het seizoen 1929-1930 won ADO van de 18 competitiewedstrijden 8 keer, speelde 6 keer gelijk en werd er 4 keer verloren. Hiermee eindigde de club met 22 punten en een doelsaldo van 45 voor en 33 tegen samen met RCH op de gedeelde tweede plaats van de 1e Klasse afd. 1 NVB. Kampioen werd Ajax met 25 punten. ADO 2, de rood-groene reservisten, met o.a. de spelers Mauk Weber, Willem Koek en Wout de Korte werd dit seizoen ongeslagen kampioen van de Reserve 2e Klasse. Van de 18 wedstrijden werden er maar liefst 15 gewonnen en behaalde ADO 2 een doelsaldo van 79 voor en 31 tegen. In de promotie-competitie toonde ADO2 zich ook nog eens de sterkste  ten koste van Hermes DVS2 en VOC2. Met het bereiken van het Reserve 1e Klasserschap  ging dan ook voor de club een lang gekoesterde wens in vervulling.

In september 1929 gaf Han Nijhuis het roer van ADO’s schip vol jongelingen in handen van George Vogel, die zich zou ontpoppen als een sterke pedagoog. De heer Vogel beschikte ook over veel organisatievermogen en was in de gelukkige omstandigheid als W. Goddefroy en M.H. Choufoer aan zijn zijde te hebben. George Vogel dwong bij het bestuur meer aandacht af voor zijn jeugd, dat een vast hoekje kreeg in de ADO-Post. Hij stelde een spaarfonds in om uitstapjes naar Blauw Wit, ’t Gooi, AGOVV en ZFC te bekostigen. Van welke betekenis ADO inmiddels was zou blijken in februari 1930. ADO vierde zijn eerste, echte, jubileum. De 25e verjaardag van de club werd ingeluid in het geboortehuis in café “Het Hof van Berlijn”. Later, tijdens de officiële receptie in Hotel Victoria gaven talloze relaties uit de sportwereld en de overheid acte de présence. ADO beschouwde deze overstelpende belangstelling als een erkenning. Het grote slotfeest vierde ADO in de feesttent “De Dierentuin” aan de Benoordenhoutseweg bij het Malieveld.

Seizoen 1930-1931

Een kampioenschap had ADO 1 al een aantal jaren niet kunnen vieren, dat was ook wel logisch nu men op het allerhoogste niveau voetbalde. Ondanks dit speelde ADO toch wel bijna ieder seizoen een rol van betekenis in de 1e Klasse en eindigde men veelal in de bovenste regionen. Zo ook weer in het seizoen 1930-1931 waarin de club met 19 punten uit 18 duels (doelsaldo 41-38) op een keurige 3e positie eindigde, achter kampioen Feyenoord (18-28) en Sparta (18-27). ADO 1 seizoen 1930-1931 Achterste rij v.l.n.r: C. Quax, C. van Maren, F. Vogel, W. de Korte, H. Breitner, A. van Eembergen, M. Weber en H. Groot . Voor v.l.n.r: G. Tap, C. van Osch en W. Tap

Seizoen 1931-1932

De accommodatie van ADO onderging weer eens een opmerkelijke verbetering. Zo werd bijvoorbeeld op 26 september 1931 het nieuwe clubgebouw in gebruik genomen. Dit clubgebouw zou dienst dien tot maar liefst maart 1973 en fungeerde voor menig ADO-er als een tweede huis. Er zat wel eens een seizoen tussen waarin het angstzweet bij ADO 1 voor even uitbrak bij het naderen van een degradatieplaats. Dit was bijvoorbeeld in het seizoen 1931-1932 waarin ADO uiteindelijk met “slechts” 14 punten uit 18 duels (doelsaldo 35-43) op de 8e plaats eindigde, nog net voor Xerxes (18-13) en HFC (18-7). Aan het einde van dit seizoen droeg John Donaghy zijn taak als trainer over aan de Oostenrijker Otto Höss, een vroegere speler van  de Wiener Sportklub. Trainer Donaghy vertrok naar Be-Quick te Groningen.

Seizoen 1932-1933

Bij aanvang van het seizoen 1932-1933 telde ADO 153 werkende leden tegenover het vorig seizoen 164. Hiermee schreef  het bestuur van ADO 8 senioren-elftallen in bij de KNVB. De jeugdafdeling van ADO bestond dit seizoen uit 6 teams. Nieuwe trainer Höss had bij ADO een zeer grote belangstelling voor de jeugd. Hiermee zou hij later als de grote grondlegger van het succesvolle 1e elftal in de jaren veertig worden. Voor de overdekte hoofdtribune kon men voor f2,50 per jaar voortaan een vaste plaats reserveren. Voor een ieder die een vaste plaats had gereserveerd bestond  ook nog de gelegenheid om zijn stoel voor slechts 25 cent van een naamplaatje te laten voorzien. Voor ADO 1 zag de indeling er voor dit seizoen geheel anders uit want de club werd ditmaal ondergebracht in de 1e Klasse afdeling 1 met als tegenstanders Feijenoord, Blauw Wit, ZFC, VSV, hermes DVS, ‘t-Gooi, RCH, HBS en de nieuwe 1e Klasser DHC. ADO kwam alweer voor de zesde achtereenvolgende keer uit in de hoogste klasse en deed het ook in dit seizoen niet onverdienstelijk. Van de 18 wedstrijden werden 7 wedstrijden gewonnen, 3 gelijk gespeeld en 8 verloren. Met 17 punten en een doelsaldo van 36-33 eindigde men op een keurige 3e plaats, achter kampioen Feijenoord (18-29) en nummer twee HBS (18-21). Door het bestuur van de Stichting Haagsche Sport- en Speelterreinen vond bij monde van haar voorzitter Mr. Klein, op 8 januari 1933, voor aanvang van de wedstrijd ADO – ’t Gooi , de officiële  overdracht plaats van de nieuwe onoverdekte staantribune aan de lange zijde. Deze nieuwe tribune bood plaats aan circa 4500 toeschouwers en maakte een sterke en hechte indruk.  Zo langzamerhand werd het Zuiderpark een 1e Klasse-waardig stadion dat nu een capaciteit had van circa 12000 toeschouwers. ADO 1 gaf deze opening nog meer glans door de wedstrijd tegen ‘t-Gooi met maar liefst 7-1 te winnen. Wim Tap scoorde in deze wedstrijd maar liefst 4 keer, de andere doelpunten werden gemaakt door Lobel, Breitner en Van Eembergen. Op 6 februari 1933 was Chr. Leurs precies 10 jaar voorzitter van ADO en heeft hij in al deze jaren heel veel binnen ADO tot stand zien komen waarin hij heel sterk de hand in heeft gehad.

Seizoen 1933-1934

Het verenigingsjaar 1933-1934 was voor ADO niet één van de gemakkelijkste, het was zelfs een zeer bewogen en onplezierig seizoen. Het 1e elftal van ADO bengelde lange tijd in de onderste regionen van de 1e Klasse en wist zich ternauwernood met 15 punten uit 18 duels te handhaven. Het betrof niet alleen de prestaties van het eerste elftal. Het was steeds vaker te betreuren dat ADO-leden steeds minder verantwoordelijkheid voor de club toonde en zodoende geen één opoffering voor de club meer over hadden. Ook de “ADO-Post” redactie, bestaande uit B. Kloos en G van Voorthuisen, hielden het na de negende jaargang voor gezien. Het bestuur van ADO bestond overigens dit seizoen uit: Chr. Leurs (voorzitter), M. Choufoer (2e voorzitter), J. leurs (1e secretaris), J. v.d. Valk (2e secretaris), P. de Leeuw (penningmeester), D. Lelyveld (2e penningmeester) en de commissarissen H. Blom, B. Kloos en W. Tap. Gelukkig was er dit seizoen ook nog positief nieuws te melden! ADO 3 werd n.l. kampioen maar miste helaas wel de promotie na het verlies in de promotie / degradatiecompetitie.

Seizoen 1934-1935

Organisatorisch kende ADO dus de nodige problemen. Overal in Nederland begon geleidelijk schaarste te heersen en hierdoor diende menigeen gedwongen te gaan bezuinigen. Eén van de gevolgen hiervan was dat het aantal toeschouwers bij ADO 1 flink terugliep.  ADO 1 kende overigens wel een redelijk goed seizoen want van de 18 wedstrijden werden er maar liefst 9 gewonnen, 3 gelijk gespeeld en slechts 6 keer verloren. Met 21 punten, en een doelsaldo van 51-40, eindigde men dan ook op een keurige 4e plaats in de 1e Klasse KNVB, achter kampioen Ajax (18-30), Feijenoord (18-28) en DHC (18-22). De onderbouw werd in dit seizoen behoorlijk verstevigd door de kampioenschappen en promotie’s van ADO 3 en ADO 4 van de Haagse Voetbal Bond naar de KNVB. Op 6 februari 1935 werden voor het eerst in de geschiedenis van de vereniging een aantal mensen tot Lid van Verdienste van ADO benoemd. In juni 1935 werd bij ADO het 6e lustrum gevierd met wederom een grote feestavond in “De Dierentuin”.

Seizoen 1935-1936

Voor het seizoen 1935-1936 werd ADO 1 ingedeeld in de 1e Klasse Afdeling 1 van de KNVB en ontmoette daarin Ajax, Haarlem, HBS, Hermes DVS, KFC, RCH,  Sparta, Xerxes en VSV. Het werd een uiters merkwaardige competitie waarin ADO begon met een 9-1 nederlaag tegen Ajax. Tegen KFC speelden de twee spitsenbroeders Wim Tap en G. Tap hun 250 ste competitiewedstrijd voor ADO 1. Toen ADO in de tweede competitiehelft revanche nam op Ajax hadden de rood-groenen ineens weer kampioenskansen. Uiteindelijk eindigde ADO met 10 overwinningen en 8 nederlagen op de 5e positie. Kampioen werd Ajax met 25 punten, gevolgd door HBS (22), Sparta (21) en VSV (21). Wim Tap besloot aan het einde van dit seizoen zijn loopbaan als actief voetballer bij ADO af te sluiten ADO’s beste en meest succesvolle voetballer aller tijden werd benoemd tot opvolger van trainer Otto Höss, die terugkeerde naar Wiener Sportklub.

Seizoen 1936-1937

Met zijn pas verworven trainersdiploma op zak begon Wim Tap in zijn nieuwe functie zeer bemoedigend bij ADO. Onder zijn supervisie won ADO in september 1936 “Het Zilveren Bal Toernooi”. Dit evenement werd jaarlijks op “Spangen” in Rotterdam gehouden en destijds de opening vormde van het nieuwe voetbalseizoen. In de finale werd het thuis spelende Sparta met maar liefst 5-0 afgedroogd door ADO. Iedereen dacht al aan een kampioenschap, erehagen, huldigingen en feesten maar kwam hierin bedrogen uit. In de eerste competitiewedstrijd werd nog wel DHC met 2-3 verslagen maar toen ADO na 6 wedstrijden pas 5 punten had vergaard zong men al een toontje lager. Kennelijk hadden de spelers het grootste deel van het kruit al verschoten. Gaandeweg het seizoen kwam het degradatiespook van de 10e plaats steeds dichterbij maar gelukkig was RCH zo beleefd om het nog minder te doen dan ADO. Met een totaal van slechts 14 punten, 20 doelpunten voor en 30 tegen eindigde ADO daarom dan ook op de voorlaatste plaats.

Seizoen 1937-1938

Op 28 september 1937 zag een nieuwe supportersvereniging (V)rienden V(an) A(DO) het levenslicht. De V.V.A. zou met name op het gebied van de organisatie van busreizen naar uitwedstrijden van grote betekenis worden. Ondanks het verheugende nieuws van de geboorte van een supportersvereniging beleefde ADO in het najaar van 1937 woelige dagen. Bij de KNVB heersten n.l. twijfels over het naleven van de amateurregels binnen de vereniging. Voorzitter Chr. Leurs werd hierdoor enige tijd het recht ontzegd om een functie binnen ADO uit te oefenen. Ook door andere omstandigheden was het bestuur in die tijd nogal aan veranderingen onderhevig. Toen eenmaal de zwaarste storm het hoofd had geboden werd er een nieuw bestuurscollege gevormd door de heren M. Choufoer (voorzitter), J. v. d. Valk (secretaris), D. Lelyveld (penningmeester), F. van Gigh (2e voorzitter), P. de Regt (2e secretaris), A. Bliek (2e penningmeester) en de commissarissen A. van Leersum, J. Nijhuis en G. Vogel. Dit bestuur moest er voor gaan zorgen dat de naam van ADO z.s.m. weer gezuiverd werd. ADO 1 boekte dit seizoen in de 1e Klasse betere maar nog geen daverende resultaten. Met 18 punten uit 18 wedstrijden en een doelsaldo van 32-37, eindigde men uiteindelijk op een keurige vijfde positie. Mooie berichten dit seizoen van ADO 4. Dit elftal bekroonde het kampioenschap in de reserve 3e Klasse met een promotie naar de Res. 2e Klasse door de promotie-competitie met BMT 2 en Olympia 2 tot een goed einde te brengen. Nieuw in het seizoen 1937-1938 was de muziekinstallatie rond het hoofdveld, waarvan de supporters nu voor iedere wedstrijd konden genieten van muziek en informatie.

Seizoen 1938-1939

In september 1938 bereikte ADO het droevige bericht dat Mr. P. Drooglever Fortuyn was overleden. De heer Drooglever Fortuyn was niet alleen donateur van ADO maar ook een begunstiger en vriend die de club altijd terzijde stond met raad en daad. In seizoen 1938-1939 kwam de grote kentering in de prestatie’s van ADO 1. Vanuit de junioren waren veel spelers opgeleid, ze waren veelal klein van gestalte maar groot in talenten. ADO 1 begon weer eens uitstekend aan het seizoen want “De Zilveren Bal” kwam andermaal naar het Zuiderpark na winst (4-2) in de finale tegen Hermes DVS. In tegenstelling tot seizoen 1936-1937 was het winnen van het “Zilveren Bal”-toernooi wel een goede voorbode voor een goed seizoen. Er ontstond een nek-aan-nek-race met DWS om het kampioenschap. Op 26 maart 1939 moest ADO in de laatste competitieronde, uitgerekend in Amsterdam aan het destijds befaamde Spaarndammerdijk, aantreden tegen DWS en moest er 1 punt achterstand ongedaan worden gemaakt. De mannen van trainer Wim Tap wisten zich gesteund door wel 800 supporters, want de V.V.A. had als het ware een perfecte volksverhuizing georganiseerd. Met maar liefst 22 bussen vormde de weg van Den Haag naar Amsterdam één lang rood-groen lint. Groot was dan ook de vreugde bij alle ADO-supporters toen ADO op een 1-0 voorsprong kwam. Groter was echter de teleurstelling natuurlijk toen DWS uiteindelijk met 3-1 won. Toch behoefte ADO niet nederig terug te kijken op een 2e plaats (18-24, doelsaldo 33-23) want zo’n hoge klassering was nog nimmer zo overtuigend bereikt. Prachtige berichten allemaal over de Hsv ADO maar in deze periode was het in de wereldpolitiek verre van rustig. Duitsland lapte alle besluiten van de Volkerenbond (de voorloper van de Verenigde Natie’s) aan zijn laars en er dreigde een Wereld Oorlog. Toen Duitsland op 1 september 1939 Polen binnenviel barstte deze Tweede Wereld Oorlog ook daadwerkelijk los.

Seizoen 1939-1940

Hoewel de wereld in brand stond en iedereen in Nederland de ontwikkelingen dagelijks met grote zorg gadesloeg, ging het leven vooralsnog gewoon door, ook in de sport. Bij aanvang van het seizoen 1939-1940 werden de spaarzame eigendommen van ADO uitgebreid met een nieuwe kleedaccommodatie. Op 23 augustus 1939 benoemde ADO haar eerste Ere-voorzitter. Deze eer viel oud-voorzitter Chr. Leurs ten deel. Later werd om politieke redenen hem deze eretitel ontnomen. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd er overal in Europa de algehele mobilisatie afgekondigd, zo ook in Nederland. Dit had natuurlijk ook zijn weerslag op het reilen en zeilen in de sportwereld. Praktisch alle clubs zagen veel leden naar kazernes vertrekken, waardoor zij met incomplete teams zaten. De KNVB besloot daarom een noodcompetitie in te stellen waarin geen promotie of degradatie aan waren verbonden. Om nodeloos reizen te voorkomen werden lagere teams zoveel mogelijk plaatselijk ingedeeld. Zo kon het bijvoorbeeld gebeuren dat ADO 3 en ADO 4 in dit seizoen in dezelfde afdeling uitkwamen. Ondanks het grote aantal invallers draaide ADO 1 weer uitstekend in het seizoen 1939-1940. Eenmaal uitgespeeld stond de club met 28 punten uit 18 wedstrijden (doelsaldo 55-25) bovenaan in de 1e Klasse met een punt voorsprong op Blauw Wit, dat echter nog een duel tegen DOS te goed had. Helaas zette Blauw Wit dit resterende duel in winst om waardoor ADO opnieuw de titel moest gunnen aan een Amsterdamse club. Op 10 mei 1940 vielen de Duitsers ook Nederland binnen en zullen er nog vijf verschrikkelijke jaren volgen.

Seizoen 1940-1941

Ondanks alle ellende ging het voetballen nog steeds gewoon door en behoorde ADO wederom tot één van de clubs in de Westelijke 1e Klasse die voor een ondraaglijke spanning zorgde aan de kop van de ranglijst. De strijd om de titel werd dit seizoen als ware secondewerk. De laatste competitiewedstrijd van het seizoen, thuis tegen Sparta, was een verschrikkelijk zwaar karwei! Eenmaal een achterstand wegwerken, tweemaal een voorsprong zien verdwijnen en uiteindelijk zette Daaf Westhoven ADO vlak voor tijd op een 4-3 voorsprong. Toch scoorde Sparta in eerste instantie toch weer 4-4 en zonk de moed bij de rood-groene aanhang werkelijk in de schoenen, echter scheidsrechter Van Moorsel had iets onrechtmatigs bij het Sparta doelpunt bespeurd en keurde zodoende het Rotterdamse doelpunt af. Maar nog was ADO geen kampioen want uit Delft kwam de mededeling dat DHC met 4-2 had gewonnen van DWS en zo eindigde ADO en DWS met 27 punten uit 18 duels gezamenlijk op de eerste plaats. Er volgde dus een beslissingswedstrijd! Het Sparta-Kasteel op Spangen te Rotterdam was op 20 april 1941 het strijdtoneel tussen ADO en DHC. Bij rust stond het nog 0-0 en het werd uiteindelijk 1-1. Daaf Westhoeven had maar weer eens de score geopend met één van zijn bekende harde schoten. Er moest dus worden verlengd, 4 x 7,5 minuut. Het werd een slijtageslag  waarin ADO erg veel mazzel had want DHC leek voor de tweede maal te gaan scoren toen Willem Koek werd gepasseerd maar scheidsrechter Van Welzenes floot ineens voor het einde van de wedstrijd. ADO 1 op 20 april 1941 tegen DHC. Achter v.l.n.r. Ben Tap, Aad de Jong, Willem Koek, Aad van Kampen, Rinus Loof, Herman Choufoer en trainer Wim Tap Voor Gerry Vreken, Joop Eversteijn, David Westhoven, Eli de Heer en Wim Neuteboom. Deze tweede beslissingswedstrijd werd op 27 april 1941 gespeeld in het Feijenoord stadion voor 50.000 toeschouwers. Extra treinen hadden naar schatting 20.000 Hagenaars vervoerd. ADO won deze wedstrijd met 3-1 door doelpunten van Joop Eversteijn, Wim Neuteboom en Daaf Westhoven.  De vreugde kende geen grenzen. Het kampioenschap van de Eerste Klasse afdeling 1 was tevens een toegangsbewijs voor de strijd om de landstitel met de kampioenen uit de andere 1e Klasse’s. In die strijd met Heracles, PSV, Be Quick en VSV werd ADO uiteindelijk derde. Op 1 mei 1941 werd het ADO-elftal ter gelegeheid van dit behaalde afdelings-kampioenschap gehuldigd in het Capitol-theater. Aan aanvoerder Koek werd er voor de spelers elf zilveren voetballetjes met inscriptie overhandigd. Ook trainer Wim Tap werd niet vergeten, hij kreeg een extra aandenken in de vorm van een zilveren beeld op marmeren voetstuk. ADO-voorzitter Choufoer kreeg een fraaie krans. Tijdens deze huldiging werd de nieuwe gecomponeerde ADO-march ten gehore gebracht. Door alle vreugde zouden de verrichtingen van de lagere teams in dit seizoen bijna worden vergeten. ADO 5 werd n.l. ook kampioen.

Seizoen 1941-1942

In augustus 1941 kreeg de ADO-Post een verschijningsverbod opgelegd door de Duitsers. Dit was een zware slag voor de club want juist dit ADO-clubblad vormde een belangrijke schakel tussen de club en haar leden. Dit leed werd enigszins verzacht door het feit dat het 1e elftal van ADO deze tijd buitengewoon goed voetbalde. De publieke belangstelling was daardoor enorm en er moest zelfs een donateursstop worden ingesteld omdat de stroom aanmeldingen niet meer was bij te benen. Met een op één plaats gewijzigd team (Daaf Westhoven was verhuisd naar Hoorn waardoor Piet Eversteijn hem als middenvoor opvolgde) begon ADO aan het seizoen 1941-1942. ADO kende een droomstart want vlak voor de competitie werd HBS in een vriendschappelijke wedstrijd met maar liefst 6-1 verslagen en de eerste competitiewedstrijd tegen DOS wonnen de rood-groenen ook met 4-1. Een greep uit nog meer grote overwinningen van ADO waren o.a. tegen EDO (5-0), Stormvogels (5-1), wederom DOS (7-2) en Feijenoord (3-0). Alleen VUC was dit seizoen  een lastige opponent voor ADO want van deze stadgenoot werd met 3-2 verloren en ternauwernood met 4-3 gewonnen. Menigmaal kraakte het Zuiderpark uit zijn voegen en trilde op zijn grondvesten, gadegeslagen door de Stichting Zuidersportpark, de eigenaar van deze tribunes. Deze Stichting had zelfs een vermoeden dat ADO wel eens teveel kaarten in omloop bracht. Uiteindelijk won ADO in deze competitie 11 keer, speelde 2 maal gelijk en werd er 5 keer verloren. Met 24 punten uit 18 duels, en een doelsaldo van 48-27 legde ADO voor de tweede maal beslag op de Afdelingstitel. Opnieuw mocht er daarom een gooi worden gedaan naar het lands-kampioenschap, ditmaal samen met Heerenveen, AGOVV, Blauw Wit en Eindhoven. In eerste instantie leek ADO een figurantenrol te gaan spelen in deze nacompetitie toen men in het Zuiderpark met 2-1 verloor van Heerenveen, uit bij AGOVV 1-1 speelde en vervolgen thuis tegen Eindhoven ook niet verder kwam dan een 2-2 gelijkspel. De ommekeer kwam echter in het Pinksterweekend van 1942. Blauw Wit werd in het Zuiderpark bedwongen met 2-0 en in Amsterdam met 1-2. Minder hoopgevend waren de resultaten bij Heerenveen (2-2) en Eindhoven (1-1) echter alle ploegen bleven elkaar hardnekkig punten afsnoepen waardoor de kampioenkansen voor ADO steeds aanwezig bleven. En dit kampioenschap kwam er ook! In de allerlaatste speelronde moest ADO in het Zuiderpark aantreden tegen AGOVV. Na een ruststand van 2-2 werden de Apeldoorners uiteindelijk met 5-2 verslagen. ADO werd met 1 punt voorsprong op Eindhoven Nederlands kampioen en dat moest natuurlijk gevierd worden. Het werd een onvergetelijke dag voor ADO met een deinende mensenmassa op het veld en de spelers op de schouders en een rijtoer door de stad. Het kampioensteam van ADO; Willem Koek, Aad van kampen, Ben Tap, Aad de Jong, Herman Choufoer, Rinus Loof, Gerry Vreken, André Roosenburg, Piet Eversteijn, Joop Eversteijn, Wim neuteboom, Eli de Heer en trainer Wim Tap. Keeper Willem Koek nam na deze kampioenswedstrijd  afscheid van de rood-groenen. Willem Koek was een ADO’er in hart en nieren en jarenlang een markante verschijning onder de lat bij ADO 1.

Seizoen 1942-1943

Mee- en tegenvallers kenmerkten de aanloop van het nieuwe seizoen 1942-1943. De elftalcommissie van ADO was vaak ten einde raad omdat de bezetter vele ADO-leden elders te werk had gesteld. Door de invoering van de seizoenkaarten was de Hsv ADO al, voordat er ook maar een bal was getrapt, verzekerd van f.14.000 aan inkomsten. De verwachtingen van het 1e elftal, waarin Dolf Niezen de nieuwe doelman was geworden, waren dus weer hoog gespannen. Echter de eerste competitiewedstrijd tegen HBS op Houtrust werd met 3-0 verloren maar door hierna de vijf daaropvolgende wedstrijden te winnen diende ADO zich weer aan als één van de belangrijkste gegadigden voor de afdelingstitel. Ondanks een bescheiden klassering bleek HBS in dit seizoen de enige ploeg die ADO 4 punten afhandig maakte. De “kraaien” wonnen n.l. ook in het Zuiderpark, en wel met 6-4. Hermes DVS was dit seizoen de belangrijkste tegenstrever van ADO. Toen de Schiedamse formatie was uitgespeeld, bezat zij een voorsprong van 2 punten op ADO en stond bovenaan. ADO restte nog één wedstrijd, thuis tegen Stormvogels. Deze wedstrijd was al vele malen uitgesteld omdat de IJmuidenaren geëvacueerd waren door de Duitsers zodat de club niet de beschikking had op een compleet team. Vier weken na de laatste competitieronde had Stormvogels eindelijk weer eens de beschikking over een compleet elftal en won ADO met 3-0. Hierdoor moest ADO maar weer eens een “Afdelingstitel” in een beslissingswedstrijd tegen ditmaal Hermes DVS betwisten. En dat geschiedde! In het stadion Feijenoord waren maar liefst 50.000 toeschouwers aanwezig waarvan meer dan de helft uit Den Haag!  afkomstig was. ADO won deze wedstrijd met 2-1 van de Schiedammers door doelpunten van Eli de Heer en Wim Neuteboom. ADO was hiermee dus voor de derde maal in successie Afdelingskampioen en dit bracht uiteraard weer vreugdevolle taferelen met zich mee, zowel op het veld als in de kleedkamer. Beslissingswedstrijd op 7 maart 1943 om de Afdelingstitel seizoen 1942-1943 ADO-Hermes-D.V.S. 2-1. Drie weken later werd ADO voor de tweede maal kampioen van Nederland. Staand v.l.n.r: Herman Choufeur, Gerry Vreken, Aad van Kampen, André Roosenburg, Joop Eversteijn en Eli de Heer. Zittend v.l.n.r: Dolf Niezen, Aad de Jong, Piet Eversteijn, Ben Tap en Wim Neuteboom. Voor de derde maal op rij had ADO zich geplaatst voor het spelen om de landstitel. Ditmaal waren Feijenoord, Heerenveen, Enschede en Willem II die meedongen. ADO begon met een knappe 1-3 overwinning bij Enschede, gevolgd door twee gelijke spelen van 1-1 thuis tegen Feijenoord en uit bij Willem II. Thuis tegen Willem II leed ADO een forse 1-4 nederlaag en leek het prolongeren van de titel nu wel heel ver weg voor ADO. Ook bij en in Heerenveen wist ADO niet te winnen, het werd wederom 1-1. In de thuiswedstrijd tegen Heerenveen nam ADO revanche en won uiteindelijk met maar liefst 8-2. In de uitwedstrijd tegen Feijenoord hadden de Rotterdammers aan één punt genoeg om zich kampioen mogen te gaan noemen. De wedstrijd Feijenoord – ADO mocht echter in dezer dagen door de bezetter niet in het Stadion Feijenoord worden gespeeld dus moest men uitwijken naar het Olympisch Stadion in Amsterdam. Voor ADO werd het DE wedstrijd van het jaar! Feijenoord nam nog wel een 1-0 voorsprong maar Ben Tap zorgde voor de gelijkmaker uit een strafschop. Met zeer technisch voetbal van een hoog niveau zette ADO Feijenoord compleet aan de kant en door doelpunten van Piet Eversteijn en Eli de Heer boekte de Hagenaars een knappe 1-3 zege. Met deze overwinning van ADO waren de rollen ineens omgedraaid. Met nog één competitieronde voor de boeg had ADO in het thuisduel tegen Enschede aan een gelijkspel voldoende om wederom het landskampioenschap te prolongeren. ADO won dan ook deze wedstrijd tegen Enschede met 1-0 door een doelpunt van Gerrie Vreken. Natuurlijk was er grote vreugde om het geprolongeerde landskampioenschap maar toch was deze vreugde  anders dan voorheen want de schaarste door de oorlogstoestand deed zich nu wel voelen. Zo waren er bijvoorbeeld geen koetsjes beschikbaar maar voor een rijtoer. ADO had wel weer iets geweldigs gepresenteerd! Met praktisch uitsluitend uit eigen junioren afkomstige spelers was het driemaal achtereen kampioen geworden van de 1e Klasse en tweemaal kampioen van Nederland. Helaas geschiedde dit wel in een tijd waarin het land zwaar, zeer zwaar, op de proef werd gesteld. Vele leden hadden al dierbaren verloren maar ADO zorgde toch door deze prestatie’s voor het enige verzetje wat aan de mensen in die periode geboden kon worden.

Seizoen 1943-1944

Ondanks de voortdurende oorlogstoestand en de schaarste zich geleidelijk steeds meer deed voelen, werd er ook in het seizoen 1943-1944 nog steeds volop gevoetbald. Het logische gevolg van een jarenlang verblijf aan de absolute top is op een gegeven moment een terugval in de resultaten en deze kwamen dus ook in het seizoen 1943-1944. ADO eindigde uiteindelijk met 16 punten uit 18 wedstrijden (doelsaldo 45-38) op een zesde plaats in de 1e Klasse afdeling I. Opvallend feit tijdens dit seizoen was tijdens de wedstrijd ADO – De Volewijckers, het duel tussen de regerende en de aanstaande landskampioen. In de rust van deze wedstrijd hielden de Duitsers ineens een razzia en deze veroorzaakte grote paniek. Ongeveer 200 mensen ontkwamen niet aan de onheilspellende klauwen van de laffe jager die nietsvermoedend voor hun wekelijkse potje voetbal in het Zuiderpark waren.

Seizoen 1944-1945

Na de gebeurtenissen in Nederland op 6 september 1944, beter bekend  als “Dolle Dinsdag”, kon ondermeer de voetbalcompetitie wel worden vergeten. De “Dolle Dinsdag” luidde weliswaar het begin van het einde van de oorlog in, voor Nederland kwam eerst nog de ellendige periode van de bezettingstijd, gekenmerkt door enorme schaarste, vreselijke honger en bittere kou. Tijdens deze “Hongerwinter” bestond ADO slechts statutair. Toch werd het veertig-jarig bestaan van de club op 21 februari 1945 gevierd met een “eenpansmaaltijd”. In de maand maart van het jaar 1944 deed het bestuur van ADO de trieste constatering dat al het hout van de tribunes in het Zuiderpark was gesloopt. het gebrek aan brandstof noopte velen tot een begrijpelijke nietsontziende jacht naar hout voor de majo-kachels thuis. Ook op bestuurlijk vlak was het ook onrustig bij ADO. Op 27 februari 1944 legde voorzitter Choufoer zijn functie neer en verloor de club hiermee in één klap een eminent leider. Pal na de bevrijding van Nederland volgde er op zondag 23 juli 1944 meteen een bewogen jaarvergadering. De leden moesten niet alleen een nieuwe voorzitter kiezen maar werden voorts voor het feit gesteld dat er nog drie bestuurleden (D. Lelyveld, P. de Regt en F. Wilbords) aftraden. Uiteindelijk werd er een nieuw bestuur gekozen bestaande uit: C. leurs (voorzitter), A. van Leersum (2e voorzitter), J. v.d. Valk (secretaris), J. Wiarda (penningmeester), F. Kok (2e penningmeester) en de commissarissen W. Goddefroy, J. Nijhuis en W. Koek. Dit bestuur hield het echter niet lang vol want ADO kwam weer voor een pijnlijke beslissing te staan. Om politieke redenen moest het bestuur zich van twee bestuursleden ontdoen. Ook onder de gewone leden had om die redenen een zuivering plaats. Twee vergaderingen waren nodig om tot weer een nieuw bestuur te komen en deze bestond ditmaal uit: J. Wiarda (voorzitter), L. Peters (2e voorzitter), D. Lelyveld (secretaris), F. Vogel (2e secretaris), F. Kok (penningmeester), N. de Doelder (2e penningmeester) en de commissarissen J. Nijhuis, W. Koek en A. van Kampen. Na de bevrijding speelde ADO 1 haar eerste wedstrijd op 10 juni 1945 tegen VUC. Deze wedstrijd was ten bate van de oorlogsslachtoffers.

Seizoen 1945-1946

Na de verschrikkelijke Tweede Wereldoorlog bloeide het verenigingsleven bij ADO alweer snel op. De clubavonden kwamen al snel terug en werden druk bezocht en ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan werd er alsnog een toernooi georganiseerd. De herkregen vrijheid inspireerde de vereniging tot ontplooiing van initiatieven. Zo verscheen er alweer snel “Het Wekelijks Nieuws” waaruit leden konden vernemen waar, wanneer en hoe laat ze o.a. zij moesten spelen. Dit weekblad zou tot 1970 blijven verschijnen. Verder werd er voor in die tijd een gigantisch bedrag van f.3.600 uitgetrokken voor een nieuwe geluidsinstallatie en kwam er een commissie genaamd “Nieuwbouw Clubgebouw”. ADO begon aan het seizoen 1945-1946 alweer met 7 senioren-elftallen. ADO 1 kwam in seizoen 1945-1946 weer uit in de 1e Klasse afdeling 1 van de KNVB en ontmoette daarin Ajax, DOS, EDO, Emma, ‘t-Gooi, Hermes DVS, RFC, Volewijckers, VSV en Xerxes. Van de 20 competitiewedstrijden wist ADO er 9 in winst om te zetten, speelde men 3 keer gelijk en werd er 8 maal verloren. Met 21 punten, en een doelsaldo van 61-53 eindigde men als vijfde in de eindrangschikking. Aan het einde van dit eerste na-oorlogse seizoen vertoefde ADO weer eens buiten de landgrensen om de internationale contacten te herstellen. Het betrof een toernooi om de Coupe des Trois Nations in Luxemburg. Wim Tap nam op 30 april 1946 afscheid als trainer van ADO. Na een dienstverband van maar liefst 10 jaar beleefde trainer Tap samen met ADO één van de glorierijkste periodes in de historie van de club. Diep geschokt was ADO door het bericht dat Eli de Heer, speler van het eerste elftal, na een kortstondige ziekte was overleden.

Seizoen 1946-1947

Ben Tap, overigens geen familie van Wim Tap, werd als de nieuwe trainer van ADO aangesteld en beëindigde hierdoor zijn actieve voetballoopbaan bij ADO. In het seizoen 1946-1947 bestond de 1e Klasse Afdeling 1 van de KNVB ditmaal uit de volgende clubs; ADO, Ajax, DWS, EDO, Emma, Feijenoord, ‘t-Gooi, Hermes DVS, RFC, Sparta en VSV. Voor de mannen van Ben Tap werd het een moeizaam seizoen en baarde lange tijd veel zorg, toch toen de nood het hoogst was, was de redding nabij! Met 8 overwinningen, 2 gelijke spelen en 10 nederlagen. Hierdoor eindigde ADO met 18 punten en een doelsaldo van 30-35 op de achtste plaats. Overigens beïnvloedde een lange, strenge winter het seizoen 1946-1947 in grote mate, zodanig zelfs dat de Haagsche Voetbal Bond besloot, of de competitie nu wel of niet was afgewerkt, dat 15 juni 1947 de laatste speeldag zou zijn. Het 7e-, 8e- en 9e-elftal van ADO mistte hierdoor hun titel. ADO 6 had gelukkig wel net op tijd de nodige punten voor de titel en promotie binnen. Eind jaren 40 verhuisde ADO voor 2 seizoenen naar de velden van VUC aan de Schenkkade i.v.m een grondige renovatie van het Zuiderpark.

Seizoen 1947-1948

De accommodatie in het Zuiderpark verkeerde na de oorlog in deplorabele toestand. Alleen de overdekte was nog in ordentelijke staat. Na vele vergaderingen was het bestuur het wel met elkaar eens, er moest een grondige renovatie komen maar de financiële consequenties hiervoor zouden ADO een rib uit het lijf zijn. De gemeente vroeg immers aanvankelijk een pachtsom, die de draagkracht van de vereniging ver te boven zou gaan en wilde bovendien een tribune bouwen voor niet meer dan slechts 5.000 toeschouwers. Hierdoor besloot ADO uiteindelijk de gammele accommodatie en de opstallen maar van de gemeente te kopen en vervolgens ook maar zelf te laten renoveren. I.v.m. deze renovatie vond ADO voor twee seizoenen onderdak bij de voetbalvereniging VUC aan de Schenkkade. Het 1e elftal van ADO beleefde wederom een anoniem seizoen in ditmaal de 1e Klasse Afdeling II van de KNVB. Met 19 punten (6 overwinningen, 7 gelijke spelen, 7 nederlagen) en een doelsaldo van 23-31, eindigde men ditmaal als zevende in de eindrangschikking. Enig lichtpuntje dit seizoen was toch wel het  debuut van ADO-speler Mick Clavan in het Nederlands Elftal. Op 26 mei 1948 debuteerde hij in Oslo en zowaar, ADO’s eerste na-oorlogse vertegenwoordiger in “Oranje” scoorde daar in Noorwegen ook nog voor het Nederlands Elftal.

Seizoen 1948-1949

Ondanks de aanwezigheid van de z.g.n. “Wondertent” op het terrein van VUC lieten de mannen van trainer Ben Tap zich ook in dit seizoen niet inspireren tot opmerkelijke daden en eindigde ADO 1 uiteindelijk met slechts 16 punten uit 20 duels (doelsaldo 40-38) als 7e in de 1e Klasse Afdeling I KNVB. Op 23 april 1949 debuteerde wederom een ADO-speler voor het Nederlands Elftal. En hoe! In een afgeladen Kuip in Rotterdam zouden de amateurs van Oranje natuurlijk kansloos zijn tegen de profs van Frankrijk. Echter één mannetje, ADO-debutant Theo Timmermans dus, dribbelde maar steeds brutaal langs de Franse verdediging en scoorde, scoorde weer en scoorde nog eens! Het Nederlands Elftal won uiteindelijk met maar liefst 4-1 van Frankrijk en alle stoppen van enthousiasme sloegen door bij de toeschouwers en scandeerden massaal de naam van een nieuwe held, Theo, Theooo! Op 5 mei 1949 kon men gaan beginnen met de renovatie van het Zuiderpark-stadion en ging de eerste spade de grond in voor de nieuwe “lange zij” tribune.

In mei 1949 organiseerde de Hsv ADO voor het eerst een groot jeugdtoernooi dat later zou gaan uitgroeien tot een groot internationaal toernooi waar velen bekende wereldvoetballers, zoals Jimmy Greaves, Johan Cruijff, Arie Haan en Lex Schoenmaker aan zouden meedoen.

Seizoen 1949-1950

Na drie maanden hard werken was de metamorfose van het Zuiderpark stadion een feit. De gerenoveerde accommodatie werd op 9 augustus 1949 officieel geopend met een ere-wedstrijd tussen ADO en Feijenoord (2-4). De 1e Klasse Afdeling I KNVB bestond dit seizoen uit slechts 10 clubs wetende: ADO, Blauw Wit, DOS, Haarlem, Hermes DVS, KFC, Sparta, VSV en Zeeburgia. Van de 18 wedstrijden won ADO en 10 en werden er 8 verloren. Hiermee eindigde de rood-groenen met 20 punten (doelsaldo 30-28) op plaats vier. Begin 1950 was ADO overigens wel Theo Timmermans kwijt geraakt aan het Franse profvoetbal, dit was natuurlijk vooral te danken aan zijn geweldige one-man-show tegen Frankrijk met zijn drie doelpunten. Al snel kwam er een afvaardiging van Nimes Olympique naar huize Timmermans met een verleidelijk aanbod wat hij niet kon weigeren. Overigens raakte Nederland in 1950 veel meer spelers kwijt aan het Franse profvoetbal want o.a. Bertus de Harder ging naar Bordeaux, Bram Appel naar Reims en Cor van der Hart naar Lille.

Seizoen 1950-1951

Het professionalisme binnen de voetbalsport greep steeds meer om zich heen. De grootste reden hiervoor was dat men vond dat het spelpeil sinds het einde van de oorlog ten opzichte van het buitenland ongunstig afstak. Bondofficial Wim Burgwal kwam hierdoor met het plan om het aantal Eerste Klassers van zestig (zes Klassen van tien teams) terug te brengen naar 48 (vier Klassen van 12 teams), waaruit dan weer een Hoofdklasse moest komen. Bij aanvang van het seizoen 1954-1955 moest dit allemaal gerealiseerd zijn maar allerlei andere ontwikkelingen zouden deze plannen later tegenhouden. Ondanks al deze nieuwe ontwikkelingen kwam ADO in het seizoen 1950-1951 gewoon uit in de 1e Klasse C van de KNVB. Naast ADO bestond de Klasse uit; Blauw Wit, DWV, EDO, Haarlem, HBS, Hermes DVS, KFC, RCH, SVV, Volewijckers en VSV. Voor aanvang van dit seizoen was ADO echter alweer zijn tweede speler kwijt geraakt aan het Franse profvoetbal. Ditmaal was het  Toon Bauman die bezweek voor een verleidelijk aanbod van Nantes. Er werden dus door ADO 22 competitiewedstrijden gespeeld waarvan er 10 werden gewonnen, 3 keer gelijk gespeeld en 9 maal verloren. Hiermee eindigde ADO met 23 punten (doelsaldo 32-27) veilig in de middenmoot.

Seizoen 1951-1952

In het seizoen 1951-1952 was ADO precies 25 jaar 1e Klasser! Ter gelegenheid van dit feit verscheen de ADO-Post met een speciaal jubileumnummer. Ook werd er een feestavond gegeven en speelde ADO een ere-wedstrijd tegen Sturm Graz (4-0). Voor aanvang van deze ere-wedstrijd speelde een ADO veteranenelftal tegen het team ADO 1 dat in 1927 de promotie naar de 1e Klasse bewerkstelligde. Natuurlijk was dit seizoen een kampioenschap het allermooiste geweest, maar helaas. Aan de voorhoede lag het niet want in de reeks van 26 duels hadden de rood-groene schutters liefst 63 keer succes. De achterhoede kon echter niet bepaald terugkijken op een sterk seizoen getuige de 58  tegentreffers. Met 24 punten eindigde ADO dan ook slechts op de 10e plaats van de 1e Klasse C. ADO 4, jaren lang al het zorgenkind van de vereniging, verdween na een met 1-0 verloren beslissingswedstrijd met HVV 2 uit de Reserve 2e Klasse KNVB. ADO 6 en ADO 12 (veteranen) konden dit seizoen wel de kampioensvlag hijsen.

Seizoen 1952-1953

Na zes seizoenen als trainer van ADO te hebben gefungeerd had trainer Ben Tap ADO verlaten. De Oostenrijker Franz Fuchs was als Ben Tap’s opvolger aangesteld. ADO 1 marcheerde in seizoen 1952-1953 uitstekend mee in de kopgroep met als resultaat dat de tribunes in het Zuiderpark na vele jaren weer eens vol zaten. Een uiteindelijke derde plek met 32 punten uit 26 duels en doelsaldo 43-31 was achter kampioen Eindhoven en PSV een eervolle plaats voor de rood-groenen. Aan het einde van dit seizoen volgde er een waardig afscheid voor Rinus Loof van diens actieve voetbalcarrière, waarin hij ongeveer 750 keer het rood-groene ADO-shirt om zijn schouders had laten glijden. Op 7 juni 1953 werd er op grootse wijze van Rinus Loof afscheid genomen. Loof, aan het begin van een eveneens zeer fraaie trainersloopbaan, werd op deze dag benoemd tot Erelid van ADO en lid van verdienste van de HVB. Bloemen bij de laatste wedstrijd (ADO-Maurits, uitslag 5-3) van Rinus Loof op 7 juni 1953.  Rinus speelde 20 !! seizoenen in het eerste. Later vervulde hij nog jarenlang tal van functies zoals trainer,assistent-trainer en elftalleider.

Seizoen 1953-1954

Voor aanvang van seizoen 1953-1954 was de stalen tribune aan de Zuiderparkzijde geheel afgebroken om plaats te maken voor een betonnen bouwsel waarmee de toeschouwerscapaciteit tot 14.000 werd opgekrikt. Trainer Franz Fuchs had plaats gemaakt voor de Engelsman Dick Groves maar hij bleek tijdens dit seizoen een miskleun te zijn en verdween alweer spoedig. ADO 1 begon goed aan het seizoen want op 30 augustus 1953 wist men voor de derde maal in de historie de Zilveren bal te winnen. De Zilver bal was de prijs van een sterk bezet toernooi voor aanvang van de competitie. Voor de competitie werd men ingedeeld in de 1e Klasse D en men trof hierin als tegenstander; DHC, EBOH, Eindhoven, Excelsior, Feijenoord, Hermes DVS, Juliana, Limburgia, Maurits, MVV, NOAD, RBC en Willem II. Zoveel geluk ADO dikwijls had, zoveel pech volgde er nu zodra de competitie was losgebarsten. Diverse spelers raakten voor lange duur geblesseerd, andere moesten in militaire dienst en trainer Groves werd ontslagen. Zijn tijdelijke opvolger werd overigens de Utrechter Van Wijhe. Het spreekt voor zichzelf dat al deze factoren van grote invloed waren op de sportieve prestatie’s van ADO 1. In de tweede helft van de competitie werden de perspectieven beter. Harrie Vreken vierde zijn rentree na een beenbreuk, Mick Clavan was genezen van een knie-blessure, Lou Willems keerde terug uit Nieuw-Guinea en Toon Bauman keerde terug na zijn prof-avontuur bij Nantes. Een behoorlijke eindsprint leverde ADO tenslotte  met 25 punten uit 26 wedstrijden (doelsaldo 38-37) een veilige achtste plaats op.

Seizoen 1954-1955

Intussen was er in Nederland de zogenaamde “wilde bond” opgericht genaamd “De Nederlandse Beroeps Voetbal Bond”. Deze bond was een regelrechte concurrent van de KNVB en overal werden er spelers aan clubs ontrokken om eindelijk het betaalde voetbal in Nederland van de grond te trekken. Toon Bauman, Mick Clavan, Piet van Anraad, Lou Willems en Wim Mangelmans waren de eerste ADO spelers die naar het “wilde voetbal” overstapten. Binnen de Haagse gemeentegrenzen was er namelijk een profclub opgericht. Profclub Den Haag was de naam die later De Flamingo’s werd. De naam Flamingo’s moest echter alweer snel worden veranderd omdat er al een club was met deze naam en toen koos men voor de naam Holland Sport. Met het vertrek van diversen goede voetballers begon ADO 1 zwaar gehavend aan het seizoen 1954-1955 in de 1e Klasse B. Toch was er gelukkig voor ADO toch ook nog positief nieuws te melden want Theo Timmermans keerde  na 4,5 jaar profvoetbal bij Olympic Nimes in Frankrijk weer terug bij ADO. Op 29 juli 1954 maakte Theo zijn comeback in de bekerwedstrijd tegen Quick (uitslag 7-2 voor ADO). ADO 1, dat sinds mei 1954 de Oostenrijker Frans Gutkas als trainer had, begon de competitie goed. Na de 5-0 gewonnen openingswedstrijd in het Zuiderpark tegen MVV volgde er nog 3 overwinningen op rij. Toen de KNVB eenmaal vrede had gesloten met de NBVB besloot men de competitie per 14 november 1954 direct stop te zette. Het voorstel tot invoering van betaald voetbal in Nederland was goedgekeurd en nu moest de KNVB een totale reorganisatie van het voetbalbestel gaan doorvoeren. Er werd een ingewikkeld meerjarenplan ontwikkeld voor de competitie die uiteindelijk moest gaan leiden tot de vorming van een Eredivisie van achttien clubs, twee 1e Klasse en twee 2e Divisie’s in het seizoen 1956-1957. Op 28 november 1954 begon ADO 1 aan haar avontuur in het Betaalde Voetbal en werd ingedeeld in de 1e Klasse B.

De verrichting van ADO 1 in het betaalde voetbal kunt u vanaf seizoen 1954-1955 teruglezen op onze website bij ADO BVO (Betaalde Voetbal Organisatie). De overige historie van de amateur-tak van ADO gaat hier gewoon verder.

ADO 1 maar ook ADO 2 waren dus overgegaan naar het betaalde voetbal waardoor vanaf dit seizoen ADO 3 het hoogste amateurelftal van de vereniging was. Hierdoor mocht ADO 3, na het fraaie kampioenschap, niet promoveren naar de reserve 1e Klasse van de KNVB. Ondanks de turbulente ontwikkelingen timmerden de lagere teams van ADO stevig aan de weg want de club begroette in het seizoen maar liefst drie kampioenen. Dit waren naast dus ADO 3 ook ADO 6 en ADO 8. Enorm veel nieuwe ontwikkeling dus tijdens dit seizoen en dan bestond de Hsv ADO op 1 februari 1955 ook nog eens precies 50 jaar. ADO vierde deze mijlpaal in februari 1955 met een “Gouden Feestweek”. De jubileum-commissie was er in geslaagd om op bijzondere wijze inhoud te geven aan de viering van het 50-jarig jubileum. De festiviteiten begonnen allemaal op 31 januari met een diner in “Den Hout”, gevolgd door de Algemene Ledenvergadering en de traditionele “oudejaarsviering”. Op deze avond ontvingen de Ere-leden A.G. van Leersum, D.N. Lelyveld, M.B. Loof en A. Nijhuis de gouden speld. Veel leden van verdienste werden de zilveren speld overhandigd. Het hoogtepunt van deze avond was de benoeming van David Lelyveld tot Ere-voorzitter. Een feestavond voor de jongste ADO-leden werd in “Amicitia” gehouden. Een ander hoogtepunt was de onthulling van een gedenkplaat in het ADO-clubgebouw op 2 februari door de weduwe van ADO’s eerste voorzitter Theo(Dorus) van Zee. Dit gebeurde tijdens een grote reünie-avond waarvan talrijke “oudjes” plezier aan beleefde. De officiële receptie was op 5 februari in het Parkhotel aan de Molenstraat te Den Haag. Talrijke autoriteiten van de overheid en uit de sportwereld drukte het ADO-bestuur de hand. Namens de KNVB overhandigde drs. W. Reyseger voorzitter Toon Martens de Bondswimpel. Tevens werd het jubileumboek, dat de titel “ADO in het Goud”had meegekregen, officieel gepresenteerd. ‘s-Avonds was er nog in de feestzaal van “De Dierentuin”aan de Benoordenhoutseweg een spetterend slotfeest.

Seizoen 1955-1956

De nieuwe koers, die ADO sinds de invoering van het Betaalde Voetbal voer, maakte het noodzakelijk het verenigingsleven aan de gewijzigde omstandigheden aan te passen. Zodoende werd er op 23 junu 1955 een reorganisatiecommissie benoemd die daartoe nieuwe voorstellen moest ontwerpen. Reeds na 5 weken had deze commissie haar werk gereed. Er werd een splitsing in het bestuur voorgesteld waarin er in het algemeen bestuur een taakverdeling moest worden gemaakt. Drie bestuursleden moesten zich speciaal bij het Betaalde Voetbal gaan belasten en de overige bestuursleden puur bij het amateurvoetbal. Tijdens de Buitengewone Ledenvergadering van 1 juli 1955 werd dit voorstel aanvaard en werd er ook een geheel nieuw bestuur gekozen, bestaande uit: A.H. Martens (voorzitter), N. de Doelder (secretaris), F. Kok (penningmeester) en de commissarissen P. de Regt, A.M. de Wolf, H. de Mos, L. Dekkers, E.F. Hartman en J. Gravesteijn. De heren De Doelder, Kok en De Regt gingen zich speciaal belasten met de Betaalde Voetbalafdeling. Van groot belang was het besluit door de club om te spelers-stop bij de jeugdafdeling per direct op te heffen. Men was tot de conclusie gekomen dat een selectie op zeer jonge leeftijd een veel te voorbarige zaak was. Het besluit tot deze opheffing zou een explosieve groei van het ledenaantal gaan betekenen. Dit noopte de vereniging om een nieuwe hulptrainer in dienst te nemen. Dit werd oud ADO-speler Daaf Westhoven, die zich zou gaan belasten met de training van de amateurs en jeugd. ADO 3, nu in feite het eerste team binnen de amateurgelederen van de club, wist zich in seizoen  1955-1956 uiteindelijk te plaatsen voor de hoogst bereikbare Reserve Klasse van het amateurvoetbal, die na de invoering van het betaalde Voetbal tijdelijk was opgeheven.

Naast talloze hoogtepunten op het sportieve vlak kende ADO’s jeugd ook heugelijke gebeurtenissen op het organisatorische vlak. Met oud-papieracties was geld bijeengespaard voor een eigen jeugdclubhuis, dat in 1955 gestalte kreeg. In dit zelfde jaar werd er ook een belangrijke beslissing genomen door de ledenstop voor de adspiranten (jeugd) op te heffen. Iedereen die zich vanaf nu aanmeldde, behoefde nu geen proefwedstrijden meer te spelen.

Seizoen 1956-1957

ADO liep al een tijdje rond met de plannen tot vergroting van haar accommodatie. Het was de bedoeling dat die vergroting van het stadion in drie fasen, uitgesmeerd over een aantal jaren, ten uitvoer kwam om zoedoende de huidige capaciteit van 14.000 toeschouwers geleidelijk op te voeren naar 25.000 toeschouwers. Fase 1 zou de voorzieningen achter het doel aan Zuiderparkzijde, waar BMT voetbalde, gaan worden en enige verlenging van de staantribune, de zgn. lange zijde. Ook werd het de bedoeling dat het speelveld enige meters moest gaan opschuiven in de richting van de Zuiderparkzijde. Voor het seizoen 1956-1957 schreef ADO maar liefst 10 senioren-elftallen in voor de competitie. Ook de groei van de jeugdafdeling was enorm want er kwamen dit seizoen maar liefst 24 jeugdelftallen binnen de lijnen. De trainers Rinus Loof en Daan Westhoven hadden hun handen er aan vol en zodoende werd er besloten om een derde trainer voor de jeugdafdeling aan te stellen in de naam van Jan Rolfes. Seizoen 1956-1957 werd voor ADO een glorievol seizoen! ADO 1 werd kampioen en promoveerde naar de Eredivisie en ADO 2 promoveerde naar de Reserve Eredivisie en  werd de Reserve Eerste Klasse weer in ere hersteld. Ondanks een vijfde plaats in dit seizoen mocht ADO 3 het volgende seizoen ook nog eens vertoeven in de hoogst bereikbare Klasse van de amateurs. ADO 3 sloot op 25 juli 1957 het lange seizoen op fraaie wijze af door ook nog eens de Harrie de Hartogbeker te winnen. In de finale van één van de populairste amateurtoernooien in Den Haag werd er met 2-1 gezegevierd over Archipel. Om de sportieve mogelijkheden uit te breiden werd eind 1956 de naam van de Haagse Voetbal Vereniging ADO veranderd in Haagse Sportvereniging ADO. De rood-groene club had immers vanaf 1949 ook een honkbal-afdeling.

Seizoen 1957-1958

Na weken van intensieve spanning, inzake financiële problemen tot uitbreiding van de accommodatie, was het bestuur van ADO er toch in geslaagd met medewerking van de Nutsspaarbank een geldlening af te sluiten. Onmiddellijk is men toen begonnen met de bouw van een nieuwe tribune aan de Moerwijkzijde. Op 1 september 1957 werd deze tribune,  bij de eerste competitiewedstrijd van ADO tegen VVV, officieel geopend. Op 21 september bestond de supportersvereniging van ADO (de V.V.A.) precies twintig jaar. Deze mijlpaal werd met haar ruim 500 leden op grootse wijze gevierd in de zaal van Amicitia. ADO groeide en groeide maar want voor dit seizoen werden er 11 seniorenelftallen bij de KNVB ingeschreven Ook bij de jeugdafdeling was er de laatste jaren een enorme toeloop van nieuwe leden. Eind september 1957 mocht ADO dan ook haar 700ste jeugdlid begroeten waarmee de club nu 27 jeugdelftallen bezat.
Er kwam binnen ADO ook een eigen jeugdblad uit, genaamd “de Roodgroene Jeugdrevue”, eerst onder supervisie van Wim Schild jr. en later onder Rob Hermanie.

Seizoen 1958-1959

De accommodatie van ADO had bij aanvang van seizoen 1958-1959 weer eens een uitbreiding ondergaan. De uitbreiding betrof een verhoging van de lange zijde met 10 treden. Op 19 oktober 1958 werd deze tribune voor de wedstrijd ADO 1-NOAD 1 (5-1) in aanwezigheid van tal van lokale autoriteiten feestelijk geopend. Een week eerder was er tijdens een feestelijke bijeenkomst in het clubgebouw afscheid genomen van Ward Nijhuis als terreinmeester, een functie die hij liefst 28 jaar had bekleed en had overgedragen aan K. Reuvers. De amateurafdeling van ADO kende dit seizoen een aantal successen. In augustus 1958 had ADO 3 bij GDA al de Zilveren Druiventros gewonnen. Tegen het einde van deze voetbaljaargang veroverde ADO 4, na een hardnekkige strijd met DHC 3, de titel. ADO 5 realiseerde dit ook in zijn afdeling maar dan met groot machtsvertoon.

Seizoen 1959-1960

Het manager-schap bij ADO kwam in de zomer van 1959 in andere handen. Secretaris Nico de Doelder, die omstreeks de laatste jaarwisseling de functie had overgenomen van penningmeester Frans Kok, droeg zijn taak weer over aan de bij ADO teruggekeerde Herman Choufoer. Bijzonder verheugend was voorts, dat zijn vader tijdens de viering van ADO’s 55e verjaardag in Café-Restaurant Den Hout werd benoemd tot Lid van Verdienste. Ook Theo Timmermans en George van Rosmalen werden op deze avond benoemd tot Lid van Verdienste. In het seizoen 1959-1960 wist alleen ADO 10 een kampioenschap in de wacht te slepen. ADO 5 was daar dichtbij maar redde het net niet.

Seizoen 1960-1961

Een studiecommissie bracht in november 1960, na ruim een jaar blokken, een rapport uit waarin werd gepleit voor het instellen van een “Senioren Convent” ADO’s ledental had immers een explosieve groei gekend en om de vereniging bestuurbaar te houden moest de wetgevende macht in handen worden gegeven van een, door stemgerechtigde leden, gekozen Verenigingsraad, bestaande uit 15 leden van 23 t/m 30 jaar, 15 leden van 31 t/m 45 jaar en 15 leden van 46 jaar en ouder. De uiteindelijke Verenigingsraad zou op 27 oktober 1962 definitief worden aanvaard. Het feit dat voorzitter Toon Martens werd benoemd tot directeur van het KNVB-Sportcentrum, vond er op 31 januari 1961 vond er binnen ADO een voorzitterswisseling plaats. Nico de Doelder volgde Martens als voorzitter van ADO op. Nooit eerder had ADO zo’n groot ambassadeur gehad als de toen scheidende voorzitter Martens. Op 16-jarige leeftijd verscheen hij al regelmatig in ADO 1, dat in de veertiger jaren driemaal afdelingskampioen en tweemaal landskampioen werd. Op amper 29-jarige leeftijd verlegde Toon Martens zijn niet geringe kwaliteiten en energie van het groene veld naar de groene tafel. Hij zette zich niet alleen in voor ADO maar voor het gehele voetbal algemeen. Nadat Toon Martens na 9 jaar de voorzittershamer had overgedragen aan Nico de Doelder, werd hij tot Erelid van ADO benoemd. Eddie Hartmann, de voorzitter van de jeugdcommissie, werd op de avond dat ADO haar 56e verjaardag vierde, benoemd tot secretaris en Theo Timmermans completeerde het bestuur sectie betaald voetbal. De sectie amateurvoetbal van ADO had in het voorjaar van 1961 weer reden om hosanna te roepen want maar liefst vier teams (ADO 4, ADO 5, ADO 9 en ADO 11) werden kampioen.

Seizoen 1961-1962

Het seizoen 1961-1962 was bij de amateurs van ADO een slecht oogstjaar. Voor dit seizoen was er geen enkele kampioen te melden en ADO 8 en ADO 9 eindigde zelfs als hekkesluiter. ADO 3 en ADO 10 ontliepen die staus ternauwernood.

Seizoen 1962-1963

Rond 1960 was er bij ADO ook een honkbal-afdeling en speelde het honkbalteam zijn thuiswedstrijden voor veel toeschouwers op het hoofdveld. In 1962 werd er in het Zuiderpark een honkbalveld aangelegd. Vier jaar later verhuisden de honkballers naar de Dedemsvaartweg en werd ADO-honkbal een zelfstandige vereniging. Jan Rolfes was voor dit seizoen aangesteld als trainer van de hoogste senioren en junioren van de amateurafdeling. Ondanks de strenge winter van 1962-1963 (voorst, zeer veel sneeuw en zelfs een Elfstedentocht) ging het verenigingsleven van ADO normaal door. Zo kwam de Verenigingsraad op 31 januari 1963 bijeen om ADO’s 58e verjaardag te vieren. Bij deze gelegenheid werd Piet de Regt het Ere-lidmaatschap verleend. De amateur-tak van ADO kende een uitstekend seizoen want er waren geen degradanten te melden en ADO 4 en ADO 5 werden kampioen.

Seizoen 1963-1964

Wegens tijdgebrek deed Herman Choufoer het managerschap over aan Eddie Hartmann. De ADO-Post verloor in A.K. (Alfred Kramer), die na jaren de pen neerlegde, een van haar meest gelezen en bewonderde schrijvers. Het betaalde jeugdelftal van ADO kreeg dit seizoen een nieuwe trainer in de persoon van Bert Jacobs en bij de amateurs nam Hans Alleman de taak over van Jan Rolfes. Op 6 februari 1964 ging er een lang gekoesterde wens van ADO in vervulling. Toen ontstak n.l. wethouder Vrolijk van onderwijs, kunst en sportzaken de lichtinstallatie rond het hoofdveld. Bij de amateurafdeling wisten ADO 3 en ADO 9 dit seizoen de titel in de wacht te slepen.

Seizoen 1964-1965

Het seizoen 1964-1965 stond in het teken van het 60-jarig bestaan van ADO. Een jubileumcommissie, onder voorzitterschap van ir. W.J.C. Kau, had een omvangrijk feestprogramma samengesteld. Op de dag dat ADO exact de respectabele leeftijd van 60 jaar bereikte werden Jan van Beek, Herman Choufour, Alfred Kramer, Joop Goddefroy, Wim Timmermans en Jan van Zee benoemd tot Lid van Verdienste. Hoogtepunten van de jubileumviering vormden met name de officiële receptie op 6 februari 1965 in het Parkhotel aan de Molenstraat en de grote feestavond met diversen artiesten in de Houtrustrotonde aan de Houtrustweg te Scheveningen. het Zuiderpark stond in het kader van de jubileumviering op 23 mei geheel in het teken van een amateurvoetbaldag van ADO en het eveneens zestig-jarige v.v. ‘t- Gooi uit Hilversum. Voor de honkballers, de jeugd en de oude garde waren ook diversen evenementen georganiseerd. het betaalde jeugdelftal van ADO legde dit seizoen beslag op de afdelingstitel, maar moest het Nationale kampioenschap gunnen aan FC Volendam, de kampioen van de andere afdeling. De “wijdbroeken” hadden overigens drie duels nodig om de rood-groene jonkies al hun illusies te ontnemen. In het Zuiderpark bleef ADO met 2-0 de baas, in Volendam werd er met 4-1 verloren en de uiteindelijke beslissingswedstrijd, op het terrein van RCH in Heemstede, verloor ADO met 2-0. De amateurafdeling van ADO kende dit seizoen geen enkele kampioen en eindigde ADO 4 en ADO 8 zelfs op de onderste plaats.

Op ADO’s 17e Internationale jeugdtoernooi werd ene Johan Cruijff van Ajax uitgeroepen tot beste speler van het toernooi.

Seizoen 1965-1966

Het betaalde voetbal bleef zich voortdurend ontwikkelen. Het was ook geleidelijk een eigen leven gaan leiden. De aandacht was er veelal zo op gericht, dat de amateurs wat in de verdrukking kwamen, met de resultaten van dien. Binnen de vereniging vonden over deze problemen al geruime tijd vergaderingen plaats. Er verschenen hierover zelfs rapporten. Op basis van de bevindingen in deze rapporten besloot de Verenigingsraad op 13 april 1965 ADO te scheiden in een sectie betaald voetbal en een sectie amateurvoetbal, met ieder een eigen begroting. De eenheid bleef behouden door de vorming van een boven beide secties staand algemeen bestuur, gevormd door een algemeen voorzitter en twee leden, de beide sectie-voorzitters. Deze ingrijpende structuurveranderingen binnen ADO impliceerde tevens de nodige mutaties en aanvullingen. Nico de Doelder werd algemeen voorzitter. Het bestuur betaald voetbal zou voortaan bestaan uit de heren H.J. Choufoer (voorzitter), G. Slager (secretaris), F. Kok (penningmeester), J. Eversteijn en J. van Zee. Het bestuur amateurvoetbal werd gevormd door Theo Timmermans (voorzitter), J.W. de Jong (secretaris / penningmeester), J. Bax, H.M. Bliek, L. Dekkers, L. Siemer en A. van de Tuyn.

In feite moest de sectie amateurs helemaal van de grond af beginnen. Eén van haar eerste taken was het bedenken van bronnen van inkomsten naast de contributie en de toto. Na de scheiding tussen de betaalde- en amateur-afdeling ging het derde elftal van ADO-amateurs verder als ADO “A”.De training bij de amateurs kwam in seizoen 1965-1966 in handen van oud ADO doelman Frans Kok. Onder zijn leiding legde ADO 3 na tien jaar, met 31 punten uit 22 duels, weer eens beslag op de titel in de Reserve Eerste Klasse. Hier was nog wel een beslissingswedstrijd tegen Feijenoord 3 voor nodig. Dit werd een wedstrijd om niet snel te vergeten! Deze wedstrijd op een heerlijke zwoele avond werd gespeeld op het terrein van Velo in Wateringen. ADO moest erkennen, dat Feyenoord aanvankelijk sterker was en hiervan was een achterstand een logisch gevolg. Na rust waren de rollen omgekeerd en door doelpunten van Slijngaard, Hoogduin en Maes won ADO met 3-1 en het kampioenschap, dat recht gaf deel te nemen aan de strijd met de beste amateurreservisten uit de andere KNVB-districten. Het KNVB-Sportcentrum in Zeist was hiervoor op 10 juli het strijdtoneel. In deze halve competitie met duels van 2×15 minuten tegen alle districtskampioenen bleek uiteindelijk FC Volendam 3 te sterkste. ADO werd tweede door zeges tegen Germanicus (2-0), SML 2 (1-0), gelijke spelen tegen Germanicus 2 (1-1) en Blerick 2 (0-0) en een nederlaag tegen FC Volendam 3 (2-0).

Van de overige ADO-elftallen werd alleen ADO 10 verder nog kampioen. ADO 7 en ADO 9 eindigden daarentegen als laatste.

Aan het 17e ADO’s Internationale jeugdtoernooi, op 2, 3, 4 en 5 juni 1966 deden ditmaal de A1-elftallen van de volgende clubs mee: Tottenham Hotspur, Eintracht Frankfurt, First Vienna, Olympique Nimes, Feyenoord, Ajax, DWS en ADO.

De A1 van ADO leverde een “wereldprestatie” door op 5 juni 1966 (voor het eerst in 17 jaar) haar eigen Internationale toernooi te winnen. ADO versloeg, d.m.v. strafschoppen, in de finale Tottenham Hotspur. De A1 van ADO, o.l.v. trainer Rinus Loof, bestond uit de volgende talentvolle spelers: Karel Brantz, Jan de Jong, Leo de Caluwe, Gerard Bouwens, Peter van Riel (keeper), Aad de Mos (aanvoerder), Loek van Noord, Fred Coupie, Lex Schoenmaker, Dick Advocaat en Wim Lalleman.

Seizoen 1966-1967

>

Seizoen 1967-1968

In de zomer van 1967 ontstond er binnen ADO veel beroering, toen een verschil van inzichten aan het licht traden tussen algemeen voorzitter Nico de Doelder en Herman Choufoer, voorzitter sectie betaald voetbal van ADO. Het grootste struikelblok vond men het functioneren van het algemeen bestuur. Dit leidde tot het aftreden van Nico de Doelder, die ADO 22 jaar als bestuurder, waarvan de laatste acht jaar als voorzitter, had gediend en hiermee voor ADO zeer veel vruchtdragend werk had verricht. ADO benoemde hem (zij het wat verlaat) in 1969 tot Erelid. Erevoorzitter David Lelyveld trad na het aftreden van De Doelder op als algemeen voorzitter (ad-interim) tot hij op 17 december 1968 werd opgevolgd door ir. W.J.C. Kau. Een van de laatste bemoeienissen van De Doelder in zijn functie bij ADO was de totstandkoming van de nieuwe overdekte tribune aan de “lange zij”, waarbij de toeschouwerscapaciteit werd uitgebreid tot 28.500. Voorzitter Meuleman van de KNVB stelde de nieuwe tribune op 17 oktober 1967 officieel in gebruik. Dit gebeurde in aanwezigheid van o.a. vertegenwoordigers van de gemeente Den Haag, die zich garant had gesteld voor de door ADO aangegane lening van f.800.000,- Een sinds seizoen 1964-1965 als amateurclubgebouw dienende houten directiekeet (welke daarvoor weer dienst deed als jeugdclubgebouw) maakte op 2 juli 1967 plaats voor een prachtig modern stenen bouwwerk waarbinnen het clubleven een nieuw bloeiperiode tegemoet ging. >

Seizoen 1968-1969

Piet Oostrum, ook oud ADO doelman, voerde sinds 1966 het commando over de ADO KNVB teams. Hij zag zijn werk in seizoen 1968-1969 bekroond worden met een kampioenschap voor ADO 4. Deze titel betekende de herovering van het in 1965 verloren gegane Tweede Klasserschap.

Seizoen 1969-1970

Het clubleven binnen ADO bloeide sinds de opening van het clubgebouw in 1967 als nooit tevoren. In 1969 werd een begin gemaakt met een poging de band tussen de leden nog meer te verstevigen door de ADO-Post wekelijks te laten verschijnen. Op grond van het dit seizoen behaalde kampioenschap in de Reserve Eerste Klasse mocht ADO 3 op 14 juni 1970 deelnemen aan de strijd om het Nederlands kampioenschap voor reserve-klassers. Deze wedstrijden werden gespeeld in het KNVB-Sportcentrum in Zeist. De sinds 1967 onder leiding van trainer Piet Oostrum staande equipe bereikte een derde plaats via overwinningen op Leeuwarden (1-0) en RIOS’31 (2-0), een gelijkspel tegen Volendam 3 (1-1) en nederlagen tegen Veerse Boys 2 (1-0) en ZAC 2 (2-1). Volendam 3 werd uiteindelijk kampioen, gevolgd door Veerse Boys 2.

Seizoen 1970-1971

Het seizoen 1970-1971, waarin oud speler van ADO Donald Feldman de scepter zwaaide over de KNVB teams van ADO, liep uit op een grote desillusie. ADO 3 en ADO 4 (de hoogste amateurelftallen in deze tijd van ADO) degradeerde roemloos.  Bij ADO 3 gebeurde dit in een akelig verlengstukje in de vorm van een degradatiewedstrijd tegen Excelsior 3. Het terrein van DHC in Delft was het strijdtoneel, waarop ADO 3 roemloos met 6-0 ten onder ging. In 1971 kon het, bijkans op instorten staande, oude houten kleedgebouw worden gesloopt en begon men met de bouw van nieuwe kleedkamers.

Het 22ste Internationale jeugdtoernooi van ADO, dat op 3, 4 en 5 juni 1971 werd gehouden, werd ditmaal een pure confrontatie tussen Engeland en Nederland. De deelnemers waren namelijk: Crystal Palace, Sheffield United, Coventry City, Middlesbrough, FC Volendam, Ajax, Sparta en ADO.
Het eigen jeugdtoernooi vormde voor de jonge ADO-talenten een zeer speciale afsluiting van hun opleidingsjaar. ADO’s jeugdmanager/coach Rob Baan had zijn team dan ook uitstekend voorbereid op dit sterke toernooi en wist het 22ste Internationale jeugdtoernooi dan ook zeer knap te winnen.
Het winnende ADO jeugdteam bestond uit de volgende talentvolle spelers: Wybe Akse, Ton Beye, Rob Monnee, Dick Kolstee, Rob Ouwehand, Cees Jansen, Jan Wiemans, Leen de Graaf, Hugo Lochtenberg, John Nieuwenburg, Hans Bres, Barend van Hijkoop, Wim van Laar, Piet Gelauf, Aad Kila, Simon van Vliet en Jan van Duijn.

Seizoen 1971-1972

Vanaf het seizoen 1971-1972 zou de profafdeling van ADO, na een fusie met Holland Sport, voortaan als FC Den Haag door het leven verder gaan. De amateurs bleven wel gewoon ADO. Met weer een oud speler, Huub Scherpenisse, aan het roer werd in het seizoen 1971-1972 een poging gedaan om bij ADO “de weg terug te vinden”. Helaas werd in dit seizoen de titel in de Reserve Tweede Klasse voor de rood-groene voor de neus weggekaapt. Verder ging het met de amateurafdeling financieel voor de wind. Door de kantine met eigen vrijwilligers  te laten runnen kwam de financiering van een nieuw modern kleedgebouw een stap dichterbij. Reeds op 22 april 1972 ging dan ook deze wens in vervulling. Ir. W.J.C. Kau verrichtte met de officiële ingebruikstelling van het nieuwe kleedgebouw (met een bovenverdieping) zijn laatste officiële daad als algemeen voorzitter, welke functie hij twee dagen later overdroeg aan drs. W.J. Arons.

Seizoen 1972-1973

ADO 3 (nog steeds het hoogste amateurelftal van ADO in die tijd) legde in het seizoen 1972-1973 beslag op het kampioenschap van de reserve 2e Klasse. De mannen van trainer Huub Scherpenisse, die in de zomer van 1971 Donald Feldmann was opgevolgd, hadden een jaar eerder al een serieuze gooi naar de titel gedaan, maar kwamen toen net iets te kort door als derde te eindigen. De promotiecompetitie met VUC 2 en Zwijndrecht 2 leverde weinig problemen op zodat ADO 3 weer (Reserve) Eerste Klasser werd. Voor ADO 4 werd dit seizoen de herovering van het reserve 1e Klasseschap een feit na een halve promotiecompetitie met Zwijndrecht 2 (1-1) en VUC 2 (3-1). Voor ADO 9 bleek het reserve 2e Klasseschap in het afdelingsvoetbal te zwaar en hierdoor was de degradatie naar de 3e Klasse het gevolg. Dat voetbal geen exclusieve mannenzaak meer was, ondervond ADO dit seizoen aan den lijve toen per 1 juli 1972 dames als spelende leden werden geaccepteerd. De in het rood-groen gehulde dames bleken al snel het ene succes aan het andere te rijgen. Zij haalden uiteindelijk een tweede plaats in de competitie en mochten hierdoor het volgende seizoen mee gaan draaien in een nieuw te vormen Hoofdklasse.

Seizoen 1973-1974

Gesteld kan worden dat de sportieve prestaties van het hoogste amateurelftal van ADO van grote invloed zijn geweest op de vele veranderingen in de organisatiestructuur sinds 1973. Zelden oogstte ADO succes op zo’n breed front als in het voetbaljaar 1973-1974. Liefst vier seniorenteams (ADO 3, 5, 6 en 10) toonde zich dit seizoen de sterkste in hun afdeling. Voor ADO 3 was het kampioenschap des te opmerkelijker, omdat het Reserve Eerste Klasserschap juist een jaar eerder was heroverd. ADO 3 schreef op 19 mei 1974, in het KNVB Sportcentrum in Zeist historie door beslag op het Nederlands kampioenschap der reserveteams. Het was een terechte beloning voor een kwalitatief sterk team, waarin ook een zeldzaam hechte vriendschap heerste. De zegetocht in Zeist van de vriendenploeg van trainer Huub Scherpenisse en leider Leen Dekkers ging via BVV 2 (2-0), Velocitas 2 (4-0), NEC 3 (1-0), Volendam 3 (1-0) en Panningen 2 (0-0). Hiermee eindigde ADO 3 dus met 9 punten uit 5 duels, en een doelsaldo van 8 voor en 0 tegen, en behaalde ADO 3 hiermee op glorieuze wijze het Landskampioenschap voor Reserveteams.

ADO 3 Titel - kopieHet hoogste amateurelftal, dat als ADO 3 in 1974 Nederlands kampioen voor reserve-elftallen werd. Stand v.l.n.r. Frans Evers(verzorger),Leen Dekkers(leider),Omer Kouer, Wim Gordijn(grens), Hans Verhagen, Henk Vink, Wim van Laar, Philip van Tienhoven, Ton Lensink, Arie Bakker en Huub Scherpenisse(trainer).  Zittend Peter Boshuijzen, Piet Gelauff, Chris Willemsen, Bert Kouer, Frank van Hogendorp, Jan Wiemans en Hans Suiker.

Maar het seizoen was nog niet afgelopen voor ADO 3, want op 19 mei 1974 schreef het team van trainer Huub Scherpenisse (op het KNVB Sportcentrum in Zeist) historie door beslag op het Nederlands kampioenschap der reserveteams te leggen. Het was een terechte beloning voor een kwalitatief sterk team, waarin ook een zeldzaam hechte vriendschap heerste. De zegetocht in Zeist van de vriendenploeg van trainer Huub Scherpenisse en leider Leen Dekkers ging via BVV 2 (2-0), Velocitas 2 (4-0), NEC 3 (1-0), Volendam 3 (1-0) en Panningen 2 (0-0). Hiermee eindigde ADO 3 dus met 9 punten uit 5 duels, en een doelsaldo van 8 voor en 0 tegen, en behaalde ADO 3 hiermee op glorieuze wijze het Landskampioenschap voor Reserveteams.
IMG_4916673185726ADO 3 op 19 mei 1974 na het behalen van het Nederlands kampioenschap der reserveteams op het KNVB Sportcentrum te Zeist met o.a. trainer Huub Scherpeniss, verzorger Frans Evers, Wim Offers, Peter Boshuizen, Jos Boer, Wim Fial, Hans Verhagen, Jan Wiemans, Ton Lensink, Hans Suiker, Wim Gordijn, Piet Gelauf, Co Monnée, Philip van Tienhoven, Omer Kouer, Wim van Laar, Chris Willemsen, Arie Bakker, Joop van Zwan, Henk Vink, Frank Hoogendorp, Henk Craanen en Leen Dekkers.

De successtory is hier nog niet mee compleet. Wim van Laar werd immers namens ADO  topscorer van het titeltoernooi. In een eerder stadium was hij al uitgenodigd voor de selectie van Jong Oranje der amateurs. Dit was een opmerkelijk feit, temeer daar bondscoaches slechts standaardteams plachten te bekijken. Het bereiken van de landstitel betekende voor Ko Monnee een heugelijk begin als voorzitter, in welke functie hij op 13 mei 1974 Jos Boer was opgevolgd. Jos Boer sloot hiermee een periode af, waarin hij krachtig werkte aan de versterking van een financiële positie van de amateurafdeling. Onder zijn voorzitterschap werd de zelfwerkzaamheid binnen de amateurtak van ADO bevorderd en kwam hiermee o.a. een nieuw kleedgebouw tot stand.

Seizoen 1974-1975

Velen, zowel binnen als buiten ADO, meenden dat het toenmalige ADO 3 tot de top van het amateurvoetbal zou hebben gehoord als het een standaardteam was geweest. Die overtuiging leidde er mede toe, dat op de vergadering van de Verenigingsraad werd besloten een commissie in te stellen, die met het oog op de eventuele wenselijkheid als zelfstandige amateurvereniging te kunnen deelnemen aan de standaardcompetitie en het vraagstuk van de splitsing tussen het betaalde voetbal en het amateurvoetbal in de vereniging moest onderzoeken. Tijdens een vergadering van de Verenigingsraad van 20 mei 1975 haalde het voorstel, om FC Den Haag ADO te splitsen, niet de vereiste meerderheid (22 stemmen voor, 17 tegen), waardoor ADO 3 in het seizoen 1975-1976 nog steeds niet mocht uitkomen in het door velen toch zo verlangde standaardvoetbal. Tijdens de bescheiden viering van het 70-jarig bestaan van ADO, stelde wethouder Vink de vernieuwde, en aan UEFA-eisen voldoende lichtinstallatie in gebruik.

Seizoen 1975-1976

Omdat ADO’s hoogste amateurelftal (ADO 3) dus nog steeds niet mocht uitkomen in de standaard-competitie, hadden nagenoeg alle spelers van het zo succesvolle elftal de club verlaten om elders wel in een standaardteam te gaan voetballen. Harrie Suiker, die trainer Huub Scherpenisse was opgevolgd, kwam hiermee voor een weinig benijdenswaardige taak te staan. De uittocht van de sterkste spelers had een zodanige omvang, dat dit ook gevolgen had voor alle andere lagere teams van ADO. Niet alleen ADO 3 degradeerde in dit seizoen maar ook ADO 5 en ADO 8 tuimelden kansloos uit hun afdeling en belandde de club sportief in korte tijd van de hemel in de hel. Overigens was voor aanvang van het seizoen 1975-1976 ook de afdeling damesvoetbal bij ADO ter ziele gegaan. Het enige lichtpuntje in dit rampseizoen was de in gebruik neming  van een vernieuwde trainingsverlichting. De voorstanders van splitsing bleven echter hun doel hardnekkig nastreven en er werd een organisatiecommissie II ingesteld, die als taak kreeg te onderzoeken of de statuten en het huishoudelijk reglement  nog in overeenstemming waren met de inzichten, die leefden in de vereniging. Ook de KNVB had inmiddels in de loop van 1975 een commissie ingesteld en deze bracht een rapport uit, dat een voorstel inhield om de derde elftallen van een vereniging, die ook betaald voetbal bedreven, onder bepaalde voorwaarden in te delen in de standaardklassen van het amateurvoetbal. Hiermee leek voor FC Den Haag ADO een bijna ideale situatie te ontstaan. Echter op de Bondsvergadering van 12 juni 1976 verliep dramatisch want men kwam net een stem tekort om de vereiste twee-derde meerderheid te verkrijgen. Na deze gebeurtenissen in Zeist vormden tot de definitieve inleiding tot de splitsing van het betaalde en het amateurvoetbal bij FC Den Haag ADO. Als gevolg van het besluit van de bondsvergadering en een opiniepeiling van de Verenigingsraad op 24 mei 1976 werd er voor 28 juni 1976 een Buitengewone vergadering uitgeschreven met het voorstel de vereniging te splitsen. Dit voorstel werd uiteindelijk met 30 stemmen voor en 2 tegen aangenomen mits; * De Hsv FC DEn Haag ADO zou worden voortgezet onder de naam Hsv ADO, waarin het amateurvoetbal van de Hsv FC Den Haag ADO zou worden ondergebracht. * Een stichting FC Den Haag zou worden opgericht, waarin het betaalde voetbal van de Hsv FC DEn Haag ADO zou worden ondergebracht.

Seizoen 1976-1977

Een door het bestuur van de vereniging bij de KNVB ingediend verzoek tot indeling van het hoogste amateurelftal in de 4e Klasse van het zondagamateurvoetbal werd onder bepaalde voorwaarden terstond ingewilligd. Toch bleef de splitsing een omstreden zaak, gezien vanuit de gevoelssfeer, gezien de belangen van de beide secties en gezien het toekomstbeeld, die men had van beide secties als zij niet meer gemeenschappelijk verder zouden gaan. Vele ouderen hadden moeite met het feit de vooraanstaande positie, die de vereniging sinds 1927 in het Nederlandse voetbal had ingenomen, vrijwillig te hebben opgegeven. In 1954 was toch ook aangedurfd toe te treden tot het betaalde voetbal om voor Den Haag voetbal op het hoogste niveau te waarborgen. Een besluit dat achteraf juist is gebleken. En nu moest ADO terug naar de onderste sport van het zondagamateurvoetbal van de KNVB. Helemaal opnieuw beginnen dus, een stap die juist vele andere hebben verlang, omdat ADO dan ook weer het echte ADO zou worden. Al hoewel de splitsing officieel pas op 23 april 1977 een feit werd werd het hoogste amateurelftal van ADO (nu dus ADO 1) ingedeeld in de 4e Klasse C van het zondagvoetbal. Deze 4e Klasse C bestond naast ADO uit; Den Hoorn, DSO, ESDO, Excelsior’20, Full Speed, GDS, ODI, Postalia, Sint Lodewijk, SIOD en Steeds Voorwaarts. Op 12 september 1976 begon ADO aan de competitie met een thuiswedstrijd tegen sv Den Hoorn (0-2). Met 21 punten (doelsaldo 34-49) behaalde ADO 1 uiteindelijk een bescheiden negende positie, wat overigens geen schande was. Het team was n.l. nog jong en bevond zich nog midden in een nieuwe aanloopperiode. Het 5e- en 9e-elftal bezorgde “het nieuwe” ADO dit seizoen de eerste kampioenschappen. Zoals gezegd, op 23 april 1977 was de splitsing tussen ADO en FC Den Haag officieel een feit. De amateurafdeling had tijdens de laatste vergadering als “gemengde” vereniging op 18 april 1977 een geheel nieuw bestuur gekregen, dat onder leiding stond van Rob Hermanie, een weer gekeerd oud-lid die over organisatorische en representatieve kwaliteiten bleek te beschikken. De jonge praeses (35 jaar toen) volgde hiermee David Boogaard op, die sinds het aftreden van Ko Monnee in het najaar van 1976 het voorzitterschap waarnam in de combinatie met zijn oorspronkelijke functie als penningmeester.

Seizoen 1977-1978

Het nieuwe bestuur van ADO pakte de zaken gelijk energiek aan. Nog niet eens een half jaar in dienst zijnde werd er al een vijf-jaren-plan ontwikkeld, waarvan de eerste fase (bouw dugouts en aanbrengen van nieuwe afrastering) in de zomer van 1977 al was gerealiseerd. De volgende fase omvatte uitbreiding en renovatie van het clubgebouw. Het bestuur hoopte dat de sportieve prestaties gelijke trend zouden krijgen met de organisatorische ontwikkelingen van de club. ADO bleef dus streven naar prestaties, een instelling die de vereniging al in lang vervlogen tijden kenmerkte. In dat licht moest het aanstellen van Cees Hage als trainer in het voorjaar van 1977 worden gezien. Trainer Hage had immers al wat gerenommeerde amateurclubs in de lift geholpen. ADO’s tweede seizoen in de standaardcompetitie ging heel wat beter dan het eerste seizoen. ADO 1 werd wederom ingedeeld in de 4e Klasse C en ontmoette daarin ditmaal Archipel, Concordia, DONK, sv ommoord, RKSVM, Schiebroek, Sint Lodewijk, Ursus, VOC, Vredenburch en VVP. Na wat teleurstellend puntenverlies in de beginfase van de competitie vertoefde ADO voortdurend in de kopgroep, met Vredenburch als voornaamste rivaal. Helaas kwam ADO aan het einde van de competitie net een punt tekort voor het kampioenschap en bleef dus 4e Klasser. Van de 22 wedstrijden werden er 13 gewonnen, 4 gelijk gespeeld en 5 verloren. Met 30 punten (en een doelsaldo van 49-25) eindigde de formatie van Cees Hage dus als tweede, 1 punt achter kampioen Vredenburch. ADO 3 hees dit seizoen wel de kampioensvlag en promoveerde. ADO 5 zakte terug naar de Klasse waaruit het een jaar eerder was gepromoveerd. Op 4 juni 1978 kreeg het 1e amateurelftal van ADO een eervolle uitnodiging om als oefenpartner te fungeren van het jeugdelftal van Dubai. de wedstrijd vond plaats op het nabij het hotel van de Dubainezen gelegen terrein van Westerkwartier. Het team van de jeugdige talenten uit het rijke oliestaatje troffen daar bekende omstandigheden aan want het, op een opknapbeurt wachtende, veld van Westerkwartier was net een woestijn. Bovendien was het op die dag bloedheet. ADO verloor met 3-0 maar deze wedstrijd betekende wel het eerste internationale contact sinds de splitsing.

Seizoen 1978-1979

Het seizoen 1978-1979 stond in het teken van het 75-jarig bestaan van de voetbalvereniging ADO. Toch zou ADO ook een veel bewogen jaar meemaken, met veel positiefs, maar waarin ook met name het bestuur het vuur een tijd aan de schenen werd gelegd. Op 13 juli 1978 sloeg voorzitter Rob Hermanie de eerste paal voor weer een nieuw clubgebouw omdat het oude clubgebouw van ADO niet meer aan de moderne eisen voldeed. Slechts delen van enkele muren bleven staan, waardoor er sprake was van praktische totale nieuwbouw. Toen het ontwerp van de jonge Delftse architect Marcel Eekhout werkelijkheid was geworden kwam menigeen, niet alleen binnen ADO, superlatieven tekort om zijn bewondering uit te drukken. ADO beschikte nu over een veel ruimere kantine, een aparte luxe bar en op de eerste verdieping riante ruimte voor bestuur en commissies en een dakterras. In aanwezigheid van talrijke genodigden stelde Erevoorzitter D.N. Lelyveld op 3 februari 1979 het nieuwe clubgebouw, dat ruim 900.000 gulden had gekost, officieel in gebruik. Hij deed dit door een zeer fraai kunstwerk aan de buitenkant van ADO’s nieuwste aanwinst te onthullen. Het kunstwerk, naar ontwerp van de heer J.F. Hartman, was het resultaat van uitermate vakkundig laswerk van de heren Van Maren, Verbeek, Van Dijk en Ypey. ADO 1 kwam dit seizoen uit in de 4e Klasse A, met nu als tegenstanders ASC, Bernardus, Foreholte, Graaf Willem II VAC, sv Meerburg, MMO, SJC, UDO, Valkeniers, sv Voorburg en sv Wassenaar. Sportief gezien had ADO in seizoen 1978-1979 geen rede tot klagen, maar volledige tevredenheid heerste er niet. ADO miste namelijk opnieuw in de slotfase het kampioenschap, dat ditmaal aan het Noordwijkse SJC moest worden gegund.


ADO 1 seizoen 1978/1979, tweede in de 4e klasse A achter SJC.  Staand v.l.n.r. Cees Hage(trainer),Peter van der Laan, Wim Kuyper ,Henk Baggerman,Pieter Moleveld,Ab Groenewold, Wout Pronk,Wim Gordijn(grens), René Zoutenbier en Rinus Loof(leider). Zittend v.l.n.r: Jurgen van Bergen en Henegouwen , Rob Oosterbaan ,Koos van Dullemen,Ruud Vermeer,Jan van Delft, Harry Vos, Herman Dahlberg en Jan Lobel. Van de 22 wedstrijden werden er dit seizoen 13 gewonnen, speelde ADO 3 keer gelijk en verloor zesmaal. Met een puntentotaal van 29 en een doelsaldo van 45-24 eindigde het team van trainer Cees Hage zoals gezegd op wederom de tweede plaats, 4 punten achter kampioen SJC. Overigens nam in het voorjaar van 1979 oud-speler, trainer en ook Erelid van ADO Rinus Loof de begeleiding van het eerste elftal op zich. Werkzaamheden waarbij hij met trainer Cees Hage tot een vruchtbare samenwerking kwam. ADO 2 slaagde er dit seizoen in om kampioen te worden en na het spelen van promotiewedstrijden tegen o.a. Vredenburch 2 en Alphense Boys 2 een bevordering te bewerkstelligen. Ook ADO 3 promoveerde dit seizoen naar de reserve 4e Klasse. De lagere teams van ADO speelden de competities niet uit. Dit was het gevolg van een lange barre winter, die een zeldzaam lange voetballoze periode had veroorzaakt. De HVB organiseerde ter compensatie een zogenaamd “Lenteballen toernooi”. >

Seizoen 1979-1980

>

Zijn we nog naar op zoek…….

>

Seizoen 1980-1981

> Zijn we nog naar op zoek…….. >

Seizoen 1981-1982

>


ADO 1 amateurs seizoen 1981-1982 , kampioen in de 3e klasse A Staand v.l.n.r: Rinus Loof (leider), Ton v.d.Veer, Bert Blans, Willem Koning, Iwan Lionar, Peter v.d.Laan, Gerard Hoenderdos, Hans Schellevis, Ab Groenewold en Melby Raboen (trainer). Zittend v.l.n.r: John Oosterveer (verzorger), Ruud Vermeer, Dick Bakker, Carlos Roeleveld, Fred Goemans, Jan v Delft en Wim Gordijn (grensrechter).

Seizoen 1982-1983

>

Na het kampioenschap van het afgelopen jaar kwam het 1e elftal van A.D.O. dus in dit seizoen uit in de 2e Klasse A KNVB van het zondagvoetbal. In deze 2e Klasse troffen de mannen van trainer Raboen de volgende tegenstanders: Alphense Boys, Blauw Zwart, DHL, Gouda, LenS, FC Lisse, Olympia, RKDEO, SJC, UVS, VELO en Verburch. Trainer Melbi Raboen wilde met A.D.O. meteen een forse stap richting het allerhoogste niveau zetten en hadden zich voor dit seizoen zodoende versterkt met een tiental nieuwe “klasse-spelers” zoals o.a. Rob van Elleswijk, Rene van Elleswijk (beide van Wilhelmus), Pablo Plak (ex Texas DHB) en Rob Ouwehand (Excelsior). Na een fantastische voorbereiding op het nieuwe seizoen werd A.D.O. meteen als titelfavoriet bestempeld maar de allereerste competitiewedstrijd tegen het Poeldijkse Verburch werd toch wel kansloos met 2-0 verloren. Trainer Raboen raakte echter niet in paniek want volgens zijn zegge had hij nog meer tijd nodig om van al die individuele goede spelers een collectief van te maken. Zijn woorden kwamen dan ook uit want na een matige seizoenstart was A.D.O. op zondag 28 november, na een 0-3 zege in en tegen Gouda, inmiddels naar de 3e positie van de ranglijst geklommen. Eén van de opvallendste spelers in het team was de 20-jarige Carlos Roeleveld. Deze rechterspits wist al 6 keer te scoren en was hiermee topscorer van zijn team. Op zondag 19 december 1982 viel er nog een historisch feit te melden want A.D.O. wist in een vriendschappelijke wedstrijd tegen de profs van FC Den Haag met 1-0 te winnen. Rob van Elleswijk maakte in de 65e minuut het enige en winnende doelpunt voor de amateurs. Na de winterstop denderde het team van trainer Raboen maar door richting wederom een kampioenschap. Deze kwam er dan ook want op zondag 29 mei 1983 kon de vlag bij A.D.O. wederom in top na een simpele 0-2 (doelpunten van Leon Vonk en Rob van Elleswijk) bij de enig overgebleven concurrent UVS.

Van de 24 competitiewedstrijden dit seizoen werden er door A.D.O. 18 gewonnen, 5x gelijkgespeeld en slechts 1x verloren. Met 41 punten en een doelsaldo van 57-14 mocht de club zich dan ook wel de terechte kampioen van de 2e Klasse A noemen.

Maar het seizoen was nog niet over voor de club! A.D.O. had zich n.l. ook nog geplaatst voor de finale van de Haagsche Courant Cup die op zaterdag 4 juni 1983 werd gespeeld op het terrein van TONEGIDO. Voor 2.300 toeschouwers wist A.D.O. uiteindelijk met 3-2 te winnen van ‘s-Gravenzandse SV en zette hiermee de kroon op een fantastisch seizoen. Grote man voor A.D.O. in deze finale was Rob Ouwehand met twee doelpunten. Het andere A.D.O.-doelpunt (2-0) werd gescoord door Leon Vonk.

A.D.O. mocht het dus in het volgende seizoen in de 1e Klasse gaan proberen maar dan wel zonder succes-coach Melbi Raboen. Hij verliet na dit seizoen A.D.O. en vertrok naar het Leidse UVS. Later hier meer……….

Seizoen 1983-1984

>

De zondag 1e Klasse B van de KNVB was voor het seizoen 1983-1984 uit de volgende clubs samengesteld: ADO, DCV, Hermes DVS, HION, HOV, Nieuwenhoorn, Oud Beijerland, Papendrecht, RVC, Sliedrecht, Spartaan’20, VIOS en Westlandia.

<

Seizoen 1984-1985

>

De A-selectie van A.D.O., o.l.v. trainer Lex Schoenmaker, bestond dit seizoen uit de volgende spelers: Ewalt Abdoel (25), Dick Bakker (28), Bert Blans (33), Rene van Elleswijk (26), Jack van Gils (19), Edwin Henderson (19), Lex Hendriks (24), Coen van der Hoeven (18), Peter van der Hoeven (21), Rene Hoogland (23), Bert Korte (19), Peter van der Laan (25), Hans Looijestein (19), Pablo Plak (25), Marcel van Velse (22), Jan Vink (26), Michel Vonk (23), Ruud Vermeer (25) en Chris Willemsen (31).

<

Seizoen 1985-1986

>

<

Aan het 36e ADO’s Internationale jeugdtoernooi, op 2, 3 en 4 mei 1986 deden ditmaal de A1-elftallen van de volgende clubs mee: Bahrein (Nationaal jeugdelftal), Honved Boedapest, Malmo FF, KV Mechelen, Feyenoord, FC Haarlem, Sparta, FC Utrecht, FC Den Haag en ADO.
Het jeugdteam van Honved Boedapest was uiteindelijk de beste en ging met de toernooiwinst er vandoor.

Seizoen 1986-1987

>

In het seizoen 1986-1987 kwam A.D.O. op zaterdag voor het eerst uit met een standaard-elftal. A.D.O.1 kwam in haar eerste seizoen uit in de 2e Klasse A van de zaterdag HVB en wist gelijk in het één jarig bestaan op 18 april 1987 het kampioenschap binnen te halen. De formatie van trainer Koos Schouten en topscorer Wim Kuiper promoveerde daardoor naar de 1e Klasse HVB.

>
ADO-zaterdag eind tachtiger jaren. Van 1986 tot 1994 speelde ADO ook op zaterdag. Na drie opeenvolgende promoties in ’87,’88 en ’89 speelde ADO nog vijf seizoenen in de vierde klasse van de KNVB. 

Aan de 37e editie van het Internationale jeugdtoernooi van ADO deden de volgende clubs mee: Honved Boedapest (bekerhouder), Malmo FF, KV Mechelen, Luton Town, FC Den Haag, Sparta, Excelsior en ADO.
Voor de tweede keer werd het beroemde ADO toernooi in samenwerking met FC Den Haag gehouden.

Seizoen 1987-1988

>

De jeugdafdeling van de Hsv ADO bestond dit seizoen uit een A-regionaal team, een A1, een B-regionaal, 2 x B, 4x C, 3x D, 4x E en 2 F-teams.

<

Aan het 38e Internationale jeugdtoernooi op 27, 28 en 29 mei 1988 deden dit keer de volgende clubs mee: Birmingham City, Luton Town, Patro Eisden, Ujpest Dozsa, Excelsior, Feyenoord, FC Haarlem, FC Volendam, FC Den Haag en ADO.

Seizoen 1988-1989

>

<

Aan het 39e ADO’s Internationale jeugdtoernooi, op 26, 27 en 28 mei 1989 deden ditmaal de A1-elftallen van de volgende clubs mee: Birmingham City, Bohemians Praag, Luton Town, Standaard Luik, Excelsior, Go Ahead Eagles, FC Haarlem, Telstar, Willem II en ADO.
Zeer verrassend was het de A1 van Telstar die met de toernooiwinst aan de haal ging. De formatie van de oud-internationals Piet van der Kuil en Ruud Geels versloeg in de finale FC Haarlem met 1-0. Luton Town, dat de vorige twee toernooien had gewonnen, eindigde nu als derde door in de “kleine finale” Willem II met 3-2 te verslaan.

De jeugd van ADO

Werd ADO ooit iets bewezen dan is het wel de importantie van een florerende jeugdafdeling. Voor menigeen is door al die jaren heen ADO’s jeugdafdeling een goede leerschool geweest en ADO zelf heeft met al de talenten er ook altijd wel bij gevaren. Als we teruggaan in de historie spreekt men in 1913 al van adspirantleden bij ADO. De status van adspirantlid hield slechts in dat een jongeling de belofte had gedaan om later zich niets anders dan in een ADO shirt te hullen. Trouwens, er bestond in die tijd nog geen juniorencompetitie. Pas in september 1918 vroegen de clubs HVV, HBS en Quick toestemming om juniorenvoetbal op touw te gaan zetten. De HVB vermoedde echter een onderonsje van de toenmalige “grote drie” en weigerde zijn toestemming. De HVB stelde zelf een commissie in met als resultaat dat op 1 januari 1920 officieel het juniorenvoetbal in Den Haag kon beginnen. Sinds omstreeks 1919 kende ADO een echte adspirantenafdeling met de heer A.van Leersum als trainer. Om alle namen en kampioenschappen van ADO op te sommen is onbegonnen werk vandaar we enkele hoogtepunten uit de ADO jeugdhistorie toe lichten. Zoals in 1925 waar een jeugdelftal ongeslagen in drie seizoen van de vierde naar de eerste klasse doorstoomde. In dit elftal speelde o.a. de latere eerste elftalspelers Mauk Weber en Wout de Korte. >

Seizoen 1989-1990

Het voetbaljaar 1989-1990 bracht op bestuurlijk niveau eindelijk rust omdat inmiddels alle zetels weer waren bezet. Het nieuwe bestuur van A.D.O. zag er n.l. nu als volgt uit: Jan Lobel (voorzitter), Cock Tangel (secretaris), H.R. van Muijen (penningmeester), C.J. van der Wilk (jeugdvoorzitter) en Rob van Dullemen (toernooisecretariaat).

In het kader van de Japans-Nederlandse betrekkingen had de Japanse voetbalbond aan de KNVB gevraagd om met een A-juniorenteam naar Japan te komen. De KNVB kon echter, om organisatorische redenen geen team samenstellen. Omdat de Hsv ADO met zijn jeugd stond aangeschreven als een van de beste opleidingen van Nederland werden vervolgens ADO’s bestuurslid Rob van Dullemen en A-trainer Wim van Laar door de ambassadeur uitgenodigd op de Japanse ambassade om mogelijk deel te gaan nemen aan een toernooi in Azië.
Van het een kwam het ander en zodoende vertrok ADO met haar hoogste jeugdteam, van 16 t/m 31 augustus 1989, voor 15 dagen naar Japan. Na een lange vlucht kwam men met 16 spelers en 6 man begeleiding op 17 augustus aan in Tokio, waarna gelijk koers werd gezet naar hotel Osaka Castle in Osaka.
In Japan speelde het team van trainer Wim van Laar wedstrijden tegen Kansai Clubs, Kansai Highschool, Yowakai, Nagasaki Highschool en Tokio Highschool.

>

<

Terugkijkend op het seizoen 1989-1990 moest ADO constateren dat vreugde en verdriet dicht bij elkaar lagen. Op 27 december 1989 kwam plotseling het bericht dat hoofdtrainer Theo Godschalk was overleden. Deze enorme klap kwam ADO niet meer te boven en het 1e elftal van de zondagafdeling degradeerde naar de 2e Klasse van de KNVB.

Vreugde kende de club gelukkig ook nog dit seizoen met de promotie van het hoogste jeugdelftal naar de 1e Klasse van de Landelijke jeugdcompetitie. Het elftal van trainer Wim van Laar werd zelfs ongeslagen kampioen en hiermee werd een doel gerealiseerd waarnaar de laatste jaren hardnekkig was gestreefd. Met het inmiddels alweer 40e Internationaal Jeugdtoernooi liet ADO weer eens zien wat voor geweldige club het eigenlijk was.

Aan het 40e ADO’s Internationale jeugdtoernooi, van 25, 26 en 27 mei 1990 deden ditmaal de A1-elftallen van de volgende clubs mee: CD Universidad Catolica (Chili), Nationale Jeugdelftal van Japan, Luton Town (Engeland), Queens Park Rangers (Engeland), Spartak Trnava (Tsjecoslowakije), Ajax, Fortuna Sittard, Sparta, Telstar en ADO.
Het nationale jeugdelftal van Japan werd uiteindelijk de winnaar van het 40e Internationale jeugtoernooi.

Seizoen 1990-1991

>

De zaterdag 4e Klasse A van de KNVB was in het seizoen 1990-1991 uit de volgende clubs samengesteld: ADO, Devjo, Die Haghe, DSO, HPSV, Honselersdijk, JAC, Maasdijk, Naaldwijk, Semper Altius, SEV en SVPTT.

De mannen van trainer Piet Gelauf begonnen uitstekend aan het seizoen met uit de eerste vier wedstrijden overwinningen op Honselersdijk (2-5), DSO (3-1), Naaldwijk (1-2) en een 3-3 gelijkspel tegen sv Die Haghe en pakte hiermee zelfs de koppositie van de 4e Klasse A. De te smalle selectie van trainer Gelauf kon deze serie helaas niet volhouden en moest gaandeweg de competitie afhaken om de titelstrijd. Van de 22 competitiewedstrijden werden er 7 gewonnen, 9 gelijk gespeeld en 6 verloren. Met 23 punten, en de doelcijfers 31-36, eindigde de zaterdag 1 van ADO keurig bovenin de middenmoot op de vijfde positie van de ranglijst.

Na de degradatie van afgelopen seizoen werd de “zondag-1″ ingedeeld in de 2e Klasse A met als tegenstanders: GDS, Gouda, Oliveo, Olympia, OVV, Quick, Roodenburg, Rijswijk, Spartaan’20, VCS en VELO.

>

Halverwege het seizoen stapte trainer Boudewijn de Geer onverwacht op bij de tweedeklasser en werd (ad interim) opgevolgd door het trainersduo Cock Jol en Wim van Laar.

Het hoogste jeugdelftal van ADO kwam dit seizoen voor het eerst uit in de landelijke “Coca-Cola” jeugdcompetitie. Jaren lang had ADO hardnekkige pogingen gedaan om in de landelijke competitie terecht te komen, maar de KNVB liet dit steeds niet toe vanwege de aanwijsbare vorm van samenwerking met een betaalde voetbalorganisatie (FC Den Haag). Door het kampioenschap in seizoen 1989-1990 nam ADO A1 sportieve wraak voor het grote onrecht dat de KNVB had aangedaan bij de invoering van de landelijke jeugdcompetitie.

Aan het 41e ADO’s Internationale jeugdtoernooi, op 24, 25 en 26 mei 1991 deden ditmaal de A1-elftallen van de volgende clubs mee: Borussia Dortmund, Jeugdselectie van Japan, KV Mechelen, Queens Park Rangers, Luton Town, Ajax, FC Den Haag, FC Haarlem, Sparta en ADO.
De A1 van het Engelse Luton Town werd uiteindelijk de winnaar van het 41e Internationale jeugtoernooi.

Op de Algemene Ledenvergadering van 22 juni 1991 keek ad interim voorzitter de heer H.R. van Muijen sportief terug op een redelijk seizoen. De vlaggenschepen van de zaterdag en zondag haalden niet hun doelstellingen maar deden op allerlei fronten tot het laatst van het seizoen mee.
Na de nogal hectisch verlopen voorgaande ledenvergadering was er geen gelegenheid meer om op een passende wijze afscheid te nemen van alle afgetreden bestuursleden, vandaar dit op deze vergadering werd gedaan. De heren Lobel, Tangel, Assink, Lelieveld en Scheenstra werden door de voorzitter toegesproken en ontvingen een kleine attentie en bloemen. Ook waren er bloemen voor de interim-zondagtrainers Wim van Laar en Cock Jol, die na het vertrek van Boudewijn de Geer de honneurs hadden waargenomen.

De voorzitter a.i. / penningmeester de heer Van Muijen stelde voor dat de heer H. Wijnants zich bereid had verklaard om het voorzitterschap van ADO, per 22 juni 1991, ad-interim over te nemen van de heer Van Muijen.

Seizoen 1991-1992

Het bestuur van de Hsv ADO schreef voor het seizoen 1991-1992 bij de zaterdagafdeling 3 seniorenelftallen in en voor de zondag 5 seniorenteams.

De zaterdag 4e Klasse A van de KNVB District West II was in het seizoen 1991-1992 uit de volgende clubs samengesteld: ADO, Hazerswoudse Boys, Honselersdijk, JAC, KMD, Loosduinen, Maasdijk, Naaldwijk, Nootdorp, SEV, SVPTT en Voorschoten.

De technische staf van ADO zaterdag 1 was voor dit seizoen samengesteld uit: Piet Gelauf (trainer), Henk Scheenstra sr (leider en verzorger) en Flip Vissers (grensrechter). De selectie van ADO zaterdag bestond o.a. uit: Marco Scheenstra (keeper), Nico Groot (reserve keeper), Michel Deekman, Maurice Nieuwenhuys, Henk Scheenstra jr, Ron van Maanen, Loek Weerman, Joop de Nennie, Fred van der Burg, Feisal Soekhai, Stuart Bergen, Paul Sieck, Gerard Bodaan en Marcel Evers.

Het was ongekend spannend dit seizoen in de zaterdag 4e Klasse A van de KNVB want maar liefst vier clubs eindigden gelijk aan kop van de ranglijst. Zowel SEV, sv Voorschoten, Honselersdijk als sv Loosduinen behaalden 27 punten uit 22 wedstrijden en moesten dus via een aparte competitie gaan uitmaken wie zich kampioen mocht gaan noemen. De zaterdag 1 van ADO miste net de boot want de mannen van trainer Gelauf behaald 26 punten uit 22 wedstrijden met een doelsaldo van 49 voor en 41 tegen.

>

Martin Jol, de ex-prof van o.a. FC Den Haag, FC Twente en Bayern Muchen, was met ingang van het seizoen 1991-1992 aangesteld als de nieuwe trainer van de ADO zondagselectie.

De zondag 2e Klasse A van de KNVB District West II was in het seizoen 1991-1992 uit de volgende clubs samengesteld: ADO, Blauw Zwart, Hermes DVS, Oliveo, Olympia, Quick, RKAVV, Roodenburg, VCS, VELO, Verburch en VIOS.

De technische staf van ADO zondag 1 was voor dit seizoen samengesteld uit: Martin Jol (trainer), Jan Lobel (leider), Gerard Massa (verzorger) en Ruud Albertsz (grensrechter). De A-selectie van Martin Jol was dit seizoen uit de volgende spelers samengesteld: Dave Kraaijenbrink (keeper), Dirk Kok (keeper), Edwin Henderson, Carlos Roeleveld, Jan van Gulik, Raymond Verlangen, Cees le Duc, Wim Bordewijk, Rene van Oosten, Jimmy Charite, Winston Faerber, Raymond Rijntjes, Marco van Delden, Raymond van Dullemen en Danny Bol.

In een zeer spannend seizoen eindigde ADO, samen met het Haagse VCS, op de eerste plaatst van de zondag 2e Klasse A. Uit de 22 competitiewedstrijden behaalde ADO 34 punten en kende men een doelsaldo van 44 voor en 15 tegen. Er moest dus een beslissingswedstrijd komen tussen ADO en VCS om het kampioenschap van de 2e Klasse A KNVB.
(we zijn nog op zoek naar de gegevens van deze beslissingswedstrijd!)

In dit seizoen promoveerde ADO, o.l.v. trainer Martin Jol, via de nacompetitie naar de 1e Klasse KNVB. We zijn nog op zoek naar meer informatie en foto’s uit dit seizoen…

>

Op de Algemene Ledenvergadering  van 9 juni 1992 keek ad interim voorzitter de heer Wijnants op een uiterst sportief en succesvol seizoen van ADO. Naast de promotie van de zondag 1 naar de 1e Klasse van de KNVB promoveerde ook de A-landelijk naar de 1e Divisie. De rood-groene jeugdformatie speelde lange tijd een vooraanstaande rol in de Coca Cola-competitie en streed lange tijd mee om het kampioenschap. De titelstrijd moest worden opgegeven toen Ajax ADO, voor het eerst in een jaar tijd, een thuisnederlaag bezorgde. De talenten van ADO, ook dit seizoen weer getraind door Wim van Laar, werden uiteindelijk 3e op de eindranglijst en verschaften hiermee toegang tot de nieuw te vormen eerste divisie.

Verder werden bij de jeugd de C1, D1 en de E1 kampioen.

Aan het 42e ADO’s Internationale jeugdtoernooi, op 22, 23 en 24 mei 1992 deden ditmaal de A1-elftallen van de volgende clubs mee: Borussia Dortmund (Duitsland), Cruz Azul (Mexico), KV Mechelen (België), FC Den Haag, Sparta, FC Utrecht, FC Volendam en ADO.
FC Den Haag A1 werd uiteindelijk de winnaar van het 42e Internationale jeugdtoernooi van ADO.

Vervolgens werd er bekend gemaakt dat penningmeester Van Muyen zijn functie zal neerleggen zodra er een geschikte opvolger gevonden was. De voorzitter van de zondag-afdeling ging nog een gesprek aan met het dagelijks bestuur van ADO of hij nog zou doorgaan in die functie en de heer Wijnants (algeheel voorzitter a.i.) stelde de vergadering voor om zijn a.i. te laten vallen. De leden van de vergadering stemden unaniem hiermee in. Het bestuur van de Hsv ADO bestond verder uit: Frans Leermakers (secretaris), H.R. van Muijen (penningmeester) en de leden A. Boer, A.H. Dillewaard (zondag-voorzitter), W.F. Waasdorp (zaterdag-voorzitter) en Rob van Dullemen (jeugd-voorzitter).

Seizoen 1992-1993

>

In het seizoen 1992-1993 was de zaterdag 4e Klasse A van de KNVB uit de volgende clubs samengesteld: ADO, DSO, Duinoord, DUNO, Hoekse Boys, Honselersdijk, KMD, Loosduinen, LYRA, Maasdijk, MVV’27 en Naaldwijk.

Hoofdtrainer Piet Gelauf, dit seizoen geassisteerd door N. de Grooth, had het geluk dat zijn team in de eerste seizoenshelft zijn beste periode van het hele seizoen kende en daarin dan ook de basis legde op het veroveren van de tweede Periodetitel. De laatste competitiewedstrijd die de zaterdag 1 winnend afsloot was op 23 januari 1993, toen er met 3-2 werd gewonnen bij de sv Loosduinen. Daarna volgde alleen nog maar gelijke spelen en nederlagen. Vormverlies en omvangrijk blessureleed in de smalle selectie van ADO waren er de oorzaak van dat triomfen nadien achterwege bleven.

De zaterdag 1 van ADO kon zich dus gaan opmaken voor de nacompetitie, en kreeg hiermee een extra kans om te promoveren naar de 3e Klasse KNVB.

<

De zondag 1e Klasse B van de KNVB District West II was in het seizoen 1992-1993 uit de volgende clubs samengesteld: ADO, DHC, ‘s-Gravendeel, Nieuwenhoorn, RVC, Rijswijk, SVW, VCS, Voorburg, Unitas, Wilhelmus en Zwijndrecht.

De technische staf bij de zondag van ADO bestond uit Martin Jol (Hoofdtrainer), Cock Jol (Assistent-trainer) en Henk Spaan (Assistent-trainer).
De zondag 1 van de Hsv ADO kende een uitstekend seizoen met een geweldige climax aan het eind daarvan. Op de voorlaatste wedstrijddag versloeg het team van Martin Jol in Delft koploper DHC met 0-1. Door deze knappe zege werd ADO voor het eerst in dit seizoen, samen met Wilhelmus, koploper van de 1e Klasse B.
Voor aanvang van de laatste competitieronde was de stand aan kop van de 1e Klasse B nu als volgt: 1. ADO 21-27, 2. Wilhelmus 21-27, 3. DHC 21-26 en 4. Nieuwenhoorn 21-26. Uitermate spannend dus. ADO moest in de laatste competitieronde, op zondag 25 april 1993, in het Zuiderpark aantreden tegen Rijswijk en moest dus sowieso winnen om niet overal naast te grijpen.
Zowel ADO als Wilhelmus wonnen op de laatste wedstrijddag en zodoende volgde er een beslissingswedstrijd om het kampioenschap.

De zondag 1 van ADO wist overigens van de 22 competitiewedstrijden er 10 te winnen, 9 gelijk te spelen en werd er slechts 3 keer verloren. Met 29 punten, en de doelcijfers 32-15, eindigde de formatie van Martin Jol zoals gezegd op een gedeelde eerste positie van de zondag 1e Klasse B KNVB.

In het seizoen 1992-1993 schreven de amateurs van ADO geschiedenis! Immers na de splitsing met FC Den Haag stapten de rood-groenen als eerste specifieke Haagse vereniging na afloop van dit seizoen de hoogste amateurklasse van Nederland binnen. De champagne vloeide op zondag 2 mei 1993 rijkelijk in de kleedkamer van ADO, nadat het team van succestrainer Martin Jol de titel in de 1e Klasse B via een 3-1 zege op Wilhelmus pakte.

Aan het 43e ADO’s Internationale jeugdtoernooi, op 21, 22 en 23 mei 1993 deden ditmaal de volgende clubs mee: Farencvaros (Hongarije), Luton Town (Engeland), KV Mechelen (België), ADO Den Haag, Feyenoord, Sparta, UVS en ADO.

Na 9 jaar jeugdtrainer-schap van ADO verliet Wim van Laar aan het einde van dit seizoen de Zuiderpark-club en werd assistent-trainer bij VIOS.

Seizoen 1993-1994

>

ADO debuteerde dit seizoen in de Hoofdklasse A, die verder bestond uit Papendrecht, Aalsmeer, UVV, TONEGIDO, AFC, ADO’20, Holland, OSV, DWV, Hollandia, Alphense Boys, EDO en RCH. De selectie van trainer Martin Jol bestond o.a. uit: John Baven, Wim Bordewijk, Jimmy Charite, Marco van Delden, Rutger-Jan Duijnhouwer, Raymond van Dullemen, Winston Faerber, Edwin Henderson, Ricky Hoogendorp, Joop Huis, Dave Kraaijenbrink, Richard Linnenberg, Leon van Nieuwkerk, Albert van Oosten, Melvin Plet, Carlos Roeleveld, Raymond Rijntjes, Raymond Verlangen en Nico Vink.

ADO begon voortvarend aan de competitie. De eerste wedstrijd werd thuis met 4-0 gewonnen van EDO en in de tweede wedstrijd werd met 0-2 gewonnen bij de kampioen van het vorige seizoen Holland. Nadat TONEGIDO dit seizoen lange tijd de ranglijst in de Hoofdklasse A had aangevoerd stonden ADO en TONEGIDO met nog vier wedstrijden tegaan gezamelijk aan kop met 32 punten uit 22 wedstrijden. Op 12 mei 1994 (Hemelvaartsdag) volgde de absolute kraker TONEGIDO tegen ADO. Voor een recordaantal toeschouwers van maar liefst 2.500 werd het een ware voetbalthriller.

Later hier meer van ADO seizoen 93-94….

Seizoen 1994-1995

>

Na het seizoen 1993-1994 werd de zaterdagafdeling bij de Hsv ADO opgeheven.

<

ADO 1 1994-1995

<

Seizoen 1995-1996

>

<

Het einde van het roemruchte A.D.O.

Op 1 juli 1996 kwam het definitieve einde van de amateurclub Hsv ADO. Dit was het resultaat van de fusie tussen de stichting FC Den Haag (geel-groen) en de oude moedervereniging Hsv ADO (rood-groen). Na deze fusie ging de club verder onder de naam Haaglandse Football Club ‘ADO Den Haag’

>

Heeft u nog meer informatie of foto’s van ADO neem dan a.u.b. contact met ons op via haagse.voetbalhistorie@gmail.com

Palmares Hsv A.D.O.

Kampioenschappen
1908-1909 3e klasse A HVB
1909-1910 1e klasse A HVB *
1912-1913 1e klasse A HVB
1913-1914 3e klasse C *
1918-1919 3e klasse B
1919-1920 2e klasse C
1923-1924 2e klasse A *
1924-1925 2e klasse B *
1926-1927 2e klasse B
1940-1941 1e klasse
1941-1942 1e klasse Landskampioen
1942-1943 1e klasse Landskampioen
1979-1980 4e klasse A
1981-1982 3e klasse A
1982-1983 2e klasse A
1992-1993 1e klasse B

Andere prestatie’s:
1983 Winnaar Haagsche Courant Cup (3-2 tegen ‘s-Gravenzandse SV)
Seizoen 1991-1992 Winnaar nacompetitie 2e Klasse, promotie naar 1e Klasse KNVB
Seizoen 1994-1995 Winnaar Haagsche Courant Cup (3-1 tegen Quick) en Winnaar Districtsbeker West II
* = geen promotie

 

Parade der trainers bij Hsv  A.D.O. (zondag)

1928-1932 John Donaghy (Engeland)
1932-1936 Otto Höss (Oostenrijk)
1936-1946 Wim Tap
1946-1952 Ben Tap
1952-1953 Franz Fuchs (Oostenrijk)
1953-1953 Dick Groves (Engeland)
1953-1954 Gerrit van Wijhe (ad interim)
1954-1955 ?
1955-1956 ?
1956-1957 ?
1957-1958 ?
1958-1959 ?
1959-1960 ?
1960-1961 Jan Rolfes
1961-1962 ?
1962-1963 ?
1963-1964 ?
1964-1965 ?
1965-1966 ?
1966-1967 ?
1967-1968 Piet Oostrum
1968-1969 ?
1969-1970 ?
1970-1971 ?
1971-1972 Huub Scherpenisse
1972-1973 Huub Scherpenisse
1973-1974 Huub Scherpenisse
1974-1975 Huub Scherpenisse
1975-1976 Harry Suiker
1976-1977 Harry Suiker
1977-1978 Cees Hage
1978-1979 Cees Hage
1979-1980 Cees Hage
1980-1981 Melbi Raboen
1981-1982 Melbi Raboen (kampioen 3e Klasse A)
1982-1983 Melbi Raboen
1983-1984 Cor Kroon
1984-1985 Lex Schoenmaker
1985-1986 Lex Schoenmaker
1986-1987 Melbi Raboen
1987-1988 Theo Godschalk
1988-1989 Theo Godschalk
1989-1990 Theo Godschalk / Bert Blans (a.i.)
1990-1991 Boudewijn de Geer / Wim van Laar en Cock Jol (als ad-interim)
1991-1992 Martin Jol
1992-1993 Martin Jol
1993-1994 Martin Jol
1994-1995 Martin Jol
1995-1996 Toon Brakus

Parade der trainers bij ADO zaterdag (vanaf 1986)

1986-1987 Koos Schouten
1987-1988 Koos Schouten
1988-1989 Koos Schouten
1989-1990 Koos Schouten
1990-1991 Piet Gelauf
1991-1992 Piet Gelauf
1992-1993 Piet Gelauf
1993-1994 Piet Gelauf / Richard van Rijn (a.i.)

Parade der voorzitters bij Hsv A.D.O.:

1905-1913 Theodorus van Zee
1913-1916 C.H. Roest
1916-1917 R. Buitelaar
1917-1918 Theodorus van Zee
1918-1919 P.van Roodendaal
1919-1923 Theodorus van Zee
1923-1937 Chr. Leurs
1937-1944 M. Choufoer
1944-1945 Chr. Leurs
1945-1945 J. Wiarda
1945-1952 D.N. Lelyveld
1952-1961 A.H. Martens
1961-1965 N. de Doelder
1965-1968 N. de Doelder (algemeen voorzitter ADO)
1965-1966 Theo Timmermans (voorzitter sectie amateurvoetbal ADO)
1968-1971 W.J.Kau (algemeen voorzitter ADO)
1966-1970 H.M. Bliek (voorzitter sectie amateurvoetbal ADO)
???? – ???? ?
???? – ???? ?
???? -1990 Jan Lobel
1990-1991 H.R. van Muijen (a.i.)
1991-1992 H. Wijnants (a.i.)
1992-???? H. Wijnants
???? – ???? ?

Terreinen waar A.D.O. heeft gevoetbald:

Malieveld

Westbroekpark

* * * volgt later

Erevoorzitters A.D.O.

D.N. Lelyveld

Ereleden A.D.O.

Theo van Zee
A. Nijhuis
A.G. van Leersum
A.H. Martens
H.J. Choufoer
N. de Doelder
F. Kok
P. de Regt
N. v.d. Hoek
M.B. Loof

Leden van Verdienste A.D.O.

J. van Beek
M. Bliek
J. v.d. Bogert
M. Boorsma
H. Borsboom
B. Bos
R. Buitelaar
M.H. Choufoer
L. Dekkers
J. Gravensteijn
N. van Donk
Th. van Es sr.
J. Eversteijn
H. Freeke
H.C. van Gentevoord
F. van Gigh sr.
J. Goddefroy
A. Goud
J.H.F. de Groot
G. Hahlen sr.
E.F. Hartmann
E. de Heer
P. Hein
W. van Helden
J.P.J. Hermanie
A. de Jong
J. de Jong
A. van Kampen
B. Kloos
J. KLoos
W. Koek
H. Kok
W. de Korte
A. Kramer
J. van Leersum
L.A. Luscuere
W. Mali
J. van Maren
W. Neuteboom
A. Nijhuis
L. Peters
B. Philipsen
M. Ploeg
A. Pleuel sr.
C. Quax
S. Rietveld
C. Roest
G.J. Roonder
W.G. van Rosmalen
M.F. de Roo
A. Schurink
L. Siemer
B. Tap
G. Tap
W. Tap
Th. Timmermans
W. Timmermans
A. Vogel sr.
A. Vogel jr.
G.K. van Voorthuizen
H. de Vries
M. van Vriesland
J. Wiarda
F. Wilbords
J. v.d.Wilk
J. Winterkamp
J. Witteman
A.M. de Wolf
C. Wolsheimer
J. van Zee sr.
J. van Zee jr.
A. de Zwart
A.P. Zuiderwijk